Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking, afwijzing verzoeken vaststelling wanbeleid en treffen voorzieningen. Uitleg gedingstukken. (Zie voor eerste fase: HR 24 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:567.)
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:345 BW
Genoemd in 160 uitspraken · Officiële wettekst
160 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Ondernemingsrecht. Enquête. Kostenverhaal op feitelijk bestuurder op grond van art. 2:354 BW? Hoofdelijke verbondenheid als bedoeld in art. 6:6 lid 2 BW?
Fraude bij Amerikaanse Ahold-dochter USF. Collectieve actie van de VEB tegen Nederlandse maatschap van accountants die (achteraf te rooskleurige) geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold van een goedkeurende verklaring heeft voorzien. Bevoegdheidsincident. Gevolgen van Amerikaans
Enquête; tussentijds beroep; art. 401a, 426 Rv. Beschikking ondernemingskamer waarbij verweerster in cassatie is aangemerkt als belanghebbende is een tussenbeschikking; eiseres niet-ontvankelijk cassatieberoep.
8 april 2005 Eerste Kamer Nr. R04/005HR (OK 109) JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. LAURUS N.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, 2. [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verzoeker 4], wonende te [woonplaats
-
Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Nieuw bewijsrecht. Artikel 196 en 197 Rv. Verzoek deels en onder voorwaarden toegewezen. Voorlopig getuigenverhoor toegestaan op beperkte onderwerpen, namelijk onderwerpen die relevant zijn met het oog op een (of meer) procedure(s) bij de burger
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM)? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruising van bestuursrechtelijke kader? Voorlopig o
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en van procedurele waarborgen art. 1 EP EVRM? Staat als belanghebbende. Onaanvaardbare doorkruisi
OK; enquête; niet-ontvankelijk; geen (mondelinge) volmacht; mondelinge uitspraak
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefaseprocedure. Afwijzing verzoeken tot vaststelling wanbeleid, treffen voorzieningen en kostenverhaal.
Enquêterecht. Ontvankelijkheid van enquêteverzoek. Toepassing van art. 2:349a BW m.b.t. treffen van onmiddellijke voorzieningen.
OK; uitkoopzaak; veroordeling het onbezwaarde recht op de aandelen over te dragen; vaststelling van de prijs van die aandelen; veroordeling tot betaling van die prijs
vordering tot uitkering dividend afgewezen.
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Ontvankelijkheid gewezen aandeelhouders van SNS-bank na onherroepelijke onteigening van hun aandelen op grond van de Interventiewet. Verwijzing naar oordeel in zaak 15/04619 (ECLI:NL:HR:2016:2456).
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie van gespreksopnames ter beschikking van geïnterviewde personen te stellen, en (ii) h
Prejudiciële vraag. Collectieve actie. Stuiting verjaring. Art. 3:317 lid 1 BW. Kan een rechtspersoon, bedoeld in art. 3:305a BW, de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier belangen hij behartigt? Strekking collectieve actie. HR 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010
Beschikking van de Ondernemingskamer van 3 september 2013; STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR INTERFISC HOLDING / INTERFISC HOLDING B.V.
Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 10 februari 2011: RCM Consultancy / Middel Europe Investments NV
De Ondernemingskamer heeft bij beschikking van 9 januari 2003 het verzoek van UB Holding B.V. en Lijmar B.V. (advocaten: mr. E.M. Soerjatin en mr. M. Holtzer), strekkende tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor in de enquêteprocedure tegen Laurus N.V. (advocaat: mr. M.W
BESCHIKKINGEN LAURUS N.V. De Ondernemingskamer heeft heden, 16 oktober 2003, uitspraak gedaan in de zaak tussen UB HOLDING B.V. en LIJMAR B.V. (advocaten: mr. E.M. Soerjatin en mr. M. Holtzer) en LAURUS N.V. (advocaat: Mr. M.W. den Boogert). De Ondernemingskamer heeft verstaan da
-