Is rechtspersoon aan te merken als zelfstandig onderdeel van een kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2:2 BW?
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:2 BW
Genoemd in 127 uitspraken · Officiële wettekst
127 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 lid 1 BW voor predikant; kennelijk onredelijk ontslag.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is omzetting van kerkgenootschap in privaatrechtelijke rechtspersoon (of andersom) mogelijk? Overeenkomstige toepassing van art. 2:18 BW? Omvang rechterlijke toetsing.
Omzetting kerkgenootschap in stichting. Art. 2:18 BW van overeenkomstige toepassing? Reikwijdte toetsing. Prejudiciële vragen aan de HR.
De rechtbank verleent stichting machtiging tot omzetting van zichzelf in een zelfstandig onderdeel van kerkgenootschap. Art. 2:2 lid 1 BW. Art. 2:18 BW.
machtiging tot omzetting stichting in kerkgenootschap. in onderhavige geval geen plaats voor overeenkomstige toepassing art. 2:18 lid 4 BW. verzoek afgewezen.
Vordering in kort geding tot inschrijving in handelsregister van de Stichting Het Roomsch Catholijk Maagdenhuis als zelfstandig onderdeel van het Rooms Katholiek kerkgenootschap. Geen spoedeisend belang.
In een geschil tussen de bisschop en het Maagdenhuis stelt de bisschop dat het Maagdenhuis een kerkelijke rechtspersoon is en dat de bestuursleden niet rechtsgeldig zijn benoemd omdat hij de benoemingen niet heeft bekrachtigd, terwijl de statuten dit voorschrijven. De bisschop h
Gevorderde buitentoepassing verklaring van artikel 2 van de Opiumwet wegens strijd met geloofsbelijdenis afgewezen.
Kerkvereniging en kerkafscheiding; bijzondere rechtsgang voor een kerkelijke geschillencommissie en procedurele toetsing; marginale toetsing van drie synodebesluiten; vrijheid van godsdienst;gebondenheid van de gemeenten aan de besluitvorming van de synode in verband met inhoud o
stichting, eigendomsrecht, verbod om moskee te betreden
Scheiding tussen kerk en staat; art. 9 (jo. 11) EVRM; art. 2:2 lid 2 BW; bevoegdheid van de burgerlijke rechter bij vordering uit onrechtmatige daad tegen Jehovah’s Getuigen; ontvankelijkheid; terugwijzing (art. 76 Rv); wijze van toetsing kerkelijk handelen aan art. 6:162 BW; rec
Kort geding. Geschil tussen oud-diakenen en kerkgenootschap. Voorzieningenrechter is bevoegd nu de vorderingen zijn gebaseerd op onrechtmatige daad. Eisers zijn ontvankelijk nu interne kerkelijke rechtsgang niet met voldoende waarborgen is omkleed. Inhoudelijk worden vorderingen
Goederenrecht. Opzegging erfpachtrecht. Uitleg en toepassing van opzeggingsbeding. Nodig hebben woning voor eigen doeleinden.
Stichting is eind 19e eeuw opgericht om een begraafplaats te beheren voor rooms-katholieke ingezetenen van twee Alkmaarse parochies. Volgens het huidige bestuur is de stichting een civiele stichting in de zin van artikel 2:285 BW. Volgens het bisdom is het een zelfstandig onderde
Twee gelovigen is de toegang ontzegd tot de Lord Shiva Hindu Temple. Zij vorderden in kort geding onder meer directe toegang om op nieuwjaarsdag deel te nemen aan een Nieuwjaarsgebed.
Incidentele vordering tot voeging in cassatie (art. 415 lid 1 Rv). Uiterste tijdstip waarop vordering tot voeging in cassatie kan worden ingesteld. Belang bij voeging in cassatie?
Verzoek omzetting stichting in een kerkgenootschap
Vordering tot voeging in cassatie (art. 217 Rv). Vordering tijdig ingesteld nadat tegen verweerder in cassatie verstek is verleend? Toepassing art. 218 Rv in cassatie.
De generale synode van de Christelijk Gereformeerde Kerken Nederland is op 4 juni 2025 gesloten, zonder dat een ‘roepende kerk’ is aangewezen om een volgende synode te organiseren. Na de mondelinge behandeling heeft het bestuur (moderamen) van de laatst gehouden synode alsnog een
Handelszaak. Geschil tussen parochie en stichting over beheer en eigendom van een kerkgebouw. Geen eigendom voor Stichting op grond van verjaring want geen langdurig ‘ondubbelzinnig bezit’ (altijd gezag/positie van de Bisschop erkend). Ook andere gronden voor de eigendomsclaim wi
Vorderingen gedeeltelijk toegewezen. Getoetst is aan het statuut van het kerkgenootschap. De conclusie is dat het ontslagbesluit niet door de gemeente is genomen, terwijl dat wel had gemoeten. De predikant moet in de gelegenheid worden gesteld zijn werkzaamheden te hervatten.
Het bestuur van de Barbarastichting verzoekt op grond van artikel 2:294 BW de statuten te wijzigen. Het Bisdom onthoudt daaraan zijn goedkeuring, die op grond van de huidige statuten is vereist. Kern van het geschil is de vraag of de Barbarastichting een burgerlijke stichting is
Mondelinge uitspraak. Wie mag kerkgenootschap besturen?
Geschil over opgelegde kerkelijke tucht en toelating van eerder uitgeschreven lid. Toetsing aan kerkelijk recht. Terughoudend oordeel burgerlijke rechter.