Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Summierlijk blijken van vorderingsrecht. Uitkering en boeking in rekening-courantverhouding. Klachten onder meer over strijd met art. 2:247 BW en art. 6:140 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:247 BW
Genoemd in 53 uitspraken · Officiële wettekst
53 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Cessie om niet van een in potentie waardevol actief (een vordering waarover op dat moment nog geprocedeerd werd) door een vennootschap aan haar (in)direct bestuurder is in voldoende mate bewezen en levert geen paulianeuze transactie op. Wel leidt die cessie tot aansprakelijkheid
Volstortplicht aandelen. Aandelenkapitaal kort na oprichtingsdatum doorgestort aan aandeelhouder ten titel van geldlening. Ontbreken schriftelijke overeenkomst van geldlening leidt niet zonder meer tot de conclusie dat het kapitaal niet feitelijk ter beschikking van de vennootsch
Vordering tot vernietiging van een aantal voor een faillissement gevestigde hypotheken door de curator op grond van de actio pauliana.
Betalingen van managementvergoedingen voorafgaand aan faillissement. Onverplichte rechtshandeling als bedoeld in artikel 42 Fw? Overleg in de zin van artikel 47 Fw? Onrechtmatige selectieve betaling? Geen benadeling van de gezamenlijke schuldeisers.
Art. 42 en 43 Fw. Faillissementspauliana. Onverplicht aangegane mondelinge overeenkomst tot levering van een bedrijfspand. Wetenschap van benadeling bij afspraken in het kader van een reddingsoperatie.
Zorgplicht belastingadviseur niet geschonden.
Faillissement. Bestuurdersaansprakelijkheid. De vorderingen van de curator zijn in beginsel voor toewijzing vatbaar. De rechtbank ziet echter, alvorens aldus te beslissen, aanleiding om met partijen te overleggen over een minnelijke regeling.
Geen bestuurdersaansprakelijkheid. Volstortingsplicht en inbrengtransactie. Wel twee deelvorderingen toegewezen. Schadevergoeding en pauliana.
Bij vonnis van 2 juni 2014 heeft de rechtbank Amsterdam op verzoek van Gevi Gorssel de vennootschap Gevi International in staat van faillissement verklaard. Gevi International heeft tijdig van dit vonnis hoger beroep ingesteld. Op 9 september 2014 is dit hoger beroep door het ger
Vernietiging rechtshandeling, (ver)koop van een wagenpark, wegens het ontbreken van schriftelijke vastlegging ingevolge artikel 2:247 BW. Over het algemeen zal ook door latere vastlegging aan het voorschrift kunnen worden voldaan, maar wel pas ná de wilsovereenstemming tussen par
Kort gezegd is er volgens de curator sprake van een constructie die ten doel had de destijds enig aandeelhouder – gedaagde Beheer – in staat te stellen een vordering te innen op de ten tijde van de transactie technisch failliete gedaagde B.V. door middel van uitwinning van haar a
-
De curator spreekt de holding van de failliete vennootschap en de bestuurder van de holding in prive aan op grond van het niet volstorten van de aandelen - gehonoreerd - een verrekening binnen de concernvennootschappen in strijd met het schriftelijkheidsvereiste en tegenstrijdig
In deze zaak heeft de curator in de eerste plaats de nietigheid ingeroepen van rechtshandelingen, verricht tussen de gefailleerde vennootschap (hierna ook te noemen: IMAX) en haar aandeelhouder/bestuurder SMH. Op grond van deze rechtshandelingen hebben in de jaren voorafgaand aan
De curator stelt dat de holding als bestuurder tekortgeschoten is in de uitoefening van haar taak, wat via artikel 2:11 BW door zou werken naar gedaagde 2 en gedaagde 3. Dit tekortschieten zou ernstig zijn. Volgens de curator is er sprake van onbehoorlijk bestuur in de zin van ar
De curator vordert dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat SMH zich schuldig heeft gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur en/of onrechtmatig handelen jegens de gezamenlijke schuldeisers van Imax en op grond daarvan jegens de curator aansprakelijk is voor het faillisseme