Besloten vennootschap wordt ontbonden, waarna toepassing wordt gegeven aan artikel 2:19 lid 4 BW. Nadien cedeert deze vennootschap vordering op geïntimeerde aan appellant, de gewezen bestuurder van de vennootschap. Ten tijde van de cessie had vennootschap opgehouden te bestaan. C
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:19 BW
Genoemd in 504 uitspraken · Officiële wettekst
504 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Rechtspersoon is ontbonden en opgehouden te bestaan: hoger beroep niet-ontvankelijk
"Herroeping van ontbindingsbesluit door ava ongeldig zonder rechterlijke tussenkomst."
Prejudiciële vragen art. 392 Rv. Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt dat de wettelijke schuldsanering eerder aanvangt dan met het toelatingsvonnis. Zijn afdrachten in een voorafgaand faillissement dat is omgezet (art. 15b Fw) of opgeheven (ar
Kort geding. Waardeloosverklaring hypothecaire inschrijving.
Afwijzing verzoek artikel 2:23c BW. Vennootschap is opgehouden te bestaan, terwijl er ten gunste van deze vennootschap nog een inschrijving van een hypotheekrecht staat ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Verzoekster is belanghebbende en wil de inschrijving do
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de weigering van de Inspecteur om alsnog de door de Rechtbank opgedragen uitspraak op bezwaar te doen en over de berekening van de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van de berechting in eerst
Heropening vereffening na turboliquidatie via art. 2:23c lid 1 BW niet mogelijk, omdat rechtspersoon ten tijde van turboliquidatie nog over een bate beschikte. Rechtspersoon is op grond van art. 2:19 lid 5 BW blijven voortbestaan. Volgt afwijzing verzoek.
Art. 6:162 BW; art. 2:19 lid 4 BW; art. 6:102 BW. Hoger beroep; bestuurdersaansprakelijkheid; onbetaalde loonvordering; turboliquidaties; selectieve betaling en betalingsonwil; benadeling voorzienbaar; schade en (beperkte) hoofdelijkheid.
LH. Ontvankelijkheid beroep.
Fiscaal procesrecht. Het hoger beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Een ten tijde van het instellen van hoger beroep naar Engels recht ontbonden rechtspersoon kan geen hoger beroep instellen, nu die ontbinding niet door herinschrijving ongedaan is gemaakt en evenmin aan
bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:9 BW, artikel 6:162 BW, schade van de rechtspersoon, faillissementskosten, matiging
(tweede) crisisheffing; kan die worden geheven als de degene die in 2013 inhoudingsplichtig was (de belanghebbende) op het wettelijke genietings- en heffingsmoment (31 maart 2014) niet meer bestond doordat de vereffening van haar vermogen op 15 december 2013 was voltooid en niet
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Rechtstreekse vordering cliënt tegen aansprakelijkheidsverzekeraar advocaat. Derdenbeding? Ongerechtvaardigde verrijking?
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Verzet tegen faillietverklaring. Is de curator belanghebbende in de zin van art. 10 lid 1 Fw? Gronden voor vernietiging. Misbruik van bevoegdheid.
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voor te leggen. Kan een curator worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 10 lid 1 Fw en kan de curator gelet op zijn neutrale en onafhankelijke rol in verzet komen tegen een faillissementsvonnis waarbij hij constateert dat er
Verzet tegen faillietverklaring ex art. 10 Fw door curator. Verzet gegrond verklaard en faillissementen vernietigd. Toetsen of er (enige) baten aanwezig zijn ter verdeling onder de aanwezige crediteuren. Doen van eigen aangifte levert in onderhavige situatie misbruik van recht op
Een ontbonden vereniging kan ook zelf tegen de beschikking waarin zij ontbonden is verklaard in hoger beroep komen. Het hof wijst het verzoek tot ontbinding van de vereniging af. Ook een rechtspersoon die staat voor een gedachtegoed dat door een groot deel van de samenleving word
Het namens eiseres ingediende beroep is niet-ontvankelijk nu de BV al was ontbonden en was opgehouden te bestaan. Bovendien is gesteld noch gebleken dat de vereffening op grond van artikel 2:23c, eerste lid, van het BW is heropend.
Korte samenvatting: Contradictoir. De ontbinding van een vennootschap zonder vereffening is onrechtmatig jegens schuldeiser omdat is gebleken dat er nog wel een bate was.Schuldeiser heeft schade en causaal verband met het achterwege laten van de ontbinding onvoldoende onderbouwd.
Invordering. Art. 49, lid 1, IW 1990. Bestuurdersaansprakelijkheid voor de belastingschulden van een rechtspersoon die wegens gebrek aan baten op het tijdstip van zijn ontbinding is opgehouden te bestaan.
Omzetbelasting. Juridische fusie. Verkrijgende rechtspersoon kan worden aangemerkt als degene die de belasting is verschuldigd.
artikel 3:29 BW; waardeloosverklaring inschrijving hypotheekrecht; gesecureerde vordering afgelost; hypotheekhouder inmiddels ontbonden vennootschap;
Tussenvonnis. Eiser vordert waardeloosverklaring van een hypotheekrecht o.g.v. artikel 3:29 BW. Geoordeeld wordt dat de BV niet is opgehouden te bestaan en dat de vordering is verjaard. Eiser kan daarom aanspraak maken op doorhaling van de hypotheek. De (vereffenaar van de) BV is
Heropening vereffening. Verzoek wordt afgewezen. Rechtspersoon is blijven voortbestaan, omdat de kadastrale percelen al tot het vermogen van de rechtspersoon behoorden voordat besloten is tot ontbinding en liquidatie. Deze eigendommen hadden dus al bij haar ontbinding moeten word