Enquêteprocedure; onmiddellijke voorziening, reikwijdte. Bevoegdheid van Ondernemingskamer tot treffen van onmiddellijke voorzieningen in strijd met dwingend recht; corporate governance, code-Tabaksblat.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:146 BW
Genoemd in 27 uitspraken · Officiële wettekst
27 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
Enquêteprocedure; onmiddellijke voorziening, reikwijdte. Bevoegdheid van Ondernemingskamer tot treffen van onmiddellijke voorzieningen in strijd met dwingend recht; corporate governance, code-Tabaksblat; tegenstrijdig belang tussen commissaris en minderheidsaandeelhouders.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 B
OK; enquêterecht; tweedefasezaak; vaststelling dat zich wanbeleid heeft voorgedaan en wie daarvoor verantwoordelijk zijn; vernietiging van déchargebesluiten; veroordeling tot betaling van de kosten van het onderzoek
Enquêterecht. Onmiddellijke voorzieningen. Art. 2:349a lid 2 BW. Onderzoek naar wanbeleid vooralsnog niet aangevangen. Geen strijd met stelsel van de wet (vgl. HR 27 september 2000, LJN AA7245, NJ 2000/653(Gucci)). Onmiddelijke voorziening inhoudend dat bestuur bevoegd is tot het
Vennootschapsrecht. Verbintenissenrecht. Arbeidsrecht. Functie van bestuurder (statutair directeur) en van vestigingsmanager/patiëntbehandelaar. Grondslag van aanvullende vergoedingen voor verrichte invalwerkzaamheden. Bij uitsluiting RvC bevoegd tot vaststelling? Tegenstrijdig b
Antillenzaak. Verbintenissenrecht; subrogatie, overeenkomst tussen schuldenaar en derde die schuld voldoet (art. 6:150, aanhef en onder d, BW), vereisten; wetenschap schuldeiser. Vennootschapsrecht; tegenstrijd belang in zin van art. 124 WvKNA oud (art. 2:146 BW), maatstaf; door
Enquêteprocedure; onmiddellijke voorziening, reikwijdte. Bevoegdheid van Ondernemingskamer tot treffen van onmiddellijke voorzieningen in strijd met dwingend recht; corporate governance, code-Tabaksblat.
-
Ondernemingskamer; enquêteprocedure; verzoek faillissementscurator toegewezen; gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid of gang van zaken; onderzoek bevolen; benoeming onderzoekers
Ondernemingsrecht; tegenstrijdig belang in de zin van art. 2:256 BW, materieel begrip, maatstaf, door bestuurder in acht te nemen gedragsnorm; toelaatbaarheid van een beroep op art. 2:256, stelplicht- en bewijslast.
De voormalige directeuren en commissarissen van zeevrachtvervoerder Fairstar Heavy Transport, een voormalig beursfonds, moeten Fairstar en diens latere eigenaar Dockwise een schadevergoeding betalen voor de onverantwoorde aanschaf van een containerschip van 110 miljoen USD in 201
Aansprakelijkheid bestuurders en commissarissen wegens onbehoorlijke taakvervulling (artt. 6:162, 2:9, 2:139, 2:140, 2:149, 2:150 BW). Bestuurders: aangaan substantiële financiële verplichtingen namens vennootschap zonder statutair vereiste goedkeuring RvC, terwijl vennootschap d
-
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid bestuurder door namens besloten vennootschap een huurovereenkomst aan te gaan m.b.t. een perceel waarvan hij eigenaar is.
Geschil over beloningspakket gewezen bestuurder van SBM Offshore. Bestuurder mocht uit jaarverslag van SBM Offshore afleiden dat zij haar verplichtingen jegens hem niet zou nakomen, zodat verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden. Bezoldigingsbesluit; Code Tabaksblat; bonusb
Hebben de bestuurders van de failliete naamloze vennootschap hun taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement?
De bestuurders hebben niet voldaan aan de boekhoud- en publicatieplicht. Zij zijn toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het wettelijk vermoeden dat hun onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van de vennootschap.
Betreft zaak tussen bank en curator. In geding zijn twee geschilpunten. Het eerste betreft de vraag naar de omvang van de vordering van de Bank op RCB inclusief de door RCB gegeven garanties ten behoeve van de vorderingen van de Bank op Ashoka. Het tweede geschilpunt betreft de v
Vennootschapsrecht. Verzoek tot heropening van vereffening van een ontbonden vennootschap; tegenstrijdig belang als bedoeld in art. 2:256 BW, aanwijzing van bijzonder vertegenwoordiger; beroep op onbevoegdheid door vennootschap, gevolgen onbevoegd verrichte rechtshandelingen, gee
Antillenzaak. Verbintenissenrecht; subrogatie, overeenkomst tussen schuldenaar en derde die schuld voldoet (art. 6:150, aanhef en onder d, BW), vereisten; wetenschap schuldeiser. Vennootschapsrecht; tegenstrijd belang in zin van art. 124 WvKNA oud (art. 2:146 BW), maatstaf; door
Enquêteprocedure; onmiddellijke voorziening, reikwijdte. Bevoegdheid van Ondernemingskamer tot treffen van onmiddellijke voorzieningen in strijd met dwingend recht; corporate governance, code-Tabaksblat; tegenstrijdig belang tussen commissaris en minderheidsaandeelhouders.
Internationale rechtsmacht en bestuurdersaansprakelijkheid. Vordering tegen (gewezen) Noorse bestuurder van Nederlandse vennootschap op grond van onbehoorlijke taakvervulling en onrechtmatige daad. Bestuurder zou zich ten koste van de vennootschap hebben verrijkt door (indirect,
Ondernemingsrecht. Geschil tussen de curator in het faillissement van een holdingvennootschap en dochtervennootschappen en een bank omtrent de rechtsgeldigheid van kredietovereenkomsten die de bank met deze vennootschappen met tussenkomst van de holding had gesloten terwijl de do