Bestuurdersaansprakelijkheid. Verplichting ex. art. 2:10 lid 1 BW. Tegenbewijs tegen weerlegbaar verzoeken ex. art 2:248 lid 2 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 34 · live
De vraag is of, indien bewezen, het in 3.3 tot en met 3.5 door eiser gestelde samenstel van feiten voldoende grond oplevert voor de conclusie dat sprake is van "bijzondere omstandigheden" en van een "persoonlijk verwijt", zoals bedoeld in rechtsoverweging 4.9 van het tussenvonnis
De curator vordert primair een verklaring voor recht dat het bestuur van Mens/Data zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Voorts vordert hij primair hoofdelijke veroordeling om aan hem
17 december 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/023HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Onbehoorlijk bestuur. Onrechtmatige daad. Vernietiging.
De Ondernemingskamer heeft op donderdag 2 september 2004 uitspraak gedaan op het verzoek van de VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS C.S. (advocaten: mr. J.H. Lemstra en mr. M.E.M. Pater) tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van GETRONICS N.V. (adv
Bestuurdersaansprakelijkheid; Rechtsverwerking; Faillissementspauliana; De curator legt het volgende aan zijn primaire vorderingen ten grondslag. Het bestuur van de vennootschappen heeft zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld en aannemelijk is dat zulks een belangrijke oorzaak
Bewaarplicht ex artikelen 17 en 18 Gerechtsdeurwaarderswet.
Bestuurderaansprakelijkheid, beoordeling vraag of stichting onderworpen is aan vennootschapsbelasting, administratie door stichting als beherend vennoot c/c cv, belangrijke oorzaak faillissement, matiging.
5 maart 2004 Eerste Kamer Nr. R03/115HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Robert Jan VAN GALEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van B.V. [A], kantoor houdende te Amsterdam, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf
20 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/055HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei, t e g e n Mr. Otto Evert DE WITT WIJNEN, in zijn hoedanigheid van curator
Het hof acht op grond van het bovenstaande bewezen dat [appellant] voormelde bedragen van f 9.593,28, f 9.984,-- en f 3.475,-- (totaal f 23.052,28 ofwel € 10.460,67), namens de vennootschap heeft ontvangen, maar niet aan de vennootschap ten goede heeft laten komen. Uit de uit het
Onduidelijkheid over schuldenpositie komt voor risico van verzoeker. De omstandigheden van dit geval leiden er toe dat de vijfjaarstermijn niet wordt gehanteerd.
De transactie vond derhalve pas plaats toen de insolventie van [X.] voor [A.] vaststond. Naar de curator onweersproken heeft aangevoerd en gedocumenteerd (producties 3 bij memorie van grieven), was er gedurende de periode van 30 december 1997 tot tenminste 20 januari 1998 een aan
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders bij faillissement; boekhouverplichting art. 2:10 Bw.
-
-
Het Hof merkt de betalingen van Fokker NV in het kader van de verplichtingen ex artikel 2:403 BW aan als informele kapitaalstortingen in Fokker Aircraft BV (FAC). De overige kapitaalverstrekkingen aan FAC vormen geen informeel kapitaal. De aanslagen gaan van tafel op grond van de
-
-
-
-