Bestuurdersaansprakelijkheid; Beklamelnorm
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
Rechtbank wijst eisen in conventie en reconventie af.
Doorwerking van de Aansprakelijkheidsverklaring op de bestuurder van de Holding en een dochter-B.V. van die Holding. holding is geliquideerd, dochter is failliet.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling door jaarrekeningen niet tijdig te deponeren (art. 2:394 lid 3 BW) en niet te voldoen aan de boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Aansprakelijkheid voor boedeltekort omdat de onbehoorlijke taakvervulling het faillissement heeft
In geschil of beheervennootschap van stukadoorgroothandel (voormalig enig aandeelhouder van die groothandel) en managers (bestuurders/enig aandeelhouders van beheervennootschap) bij uitvoering dagelijks management tekort zijn geschoten in de nakoming van Management Service Agreem
Bestuurdersaansprakelijkheid
Bewonersraad van woningbouwvereniging heeft geen/onvoldoende financiële verantwoording afgelegd van ter beschikking gestelde gelden. Hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuursleden om de niet verantwoorde bedragen terug te betalen. Voorgaande is reden om door woningbouwverenig
Aansprakelijkheid van bestuurders wegens schending boekhoudverplichting (artikel 2:248 BW)
Ontzetting uit een vereniging van drie leden van een gewestbestuur. Vernietiging van de beslissing van de geschillencommissie tot ongegrondverklaring van het beroep tegen het besluit tot ontzetting in verband met de wijze van totstandkoming van die beslissing (toepassing van arti
faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid, matiging
Bestuurdersaansprakelijkheid. Niet voldaan aan verplichting jaarrekeningen (tijdig) te deponeren. Beroep op art. 2:248 lid 3 BW faalt. Faillissementskosten worden afgewezen vanwege gebrek aan onderbouwing.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Commissarissenaansprakelijkheid. Boekhoudingplicht.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Ten onrechte is omzet niet in de administratie van de gefailleerde vennootschap verwerkt, maar in de administratie van de holding. Nu de (middellijk) bestuurder er niet in is geslaagd het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 te ontzenuwen, is hij
Maatstaf voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een onbelangrijk verzuim als bedoeld in artikel 2:248 lid 2 BW. Toepassing van HR 12-07-2013, ECLI:NL:HR:2013, BZ7189 en HR 1-11-2013, ECLI:NL:HR:2013,1079 Tegenbewijs tegen bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW conf
Contradictoir. Bestuurdersaansprakelijkheid. Gedaagde 1 is bestuurder van Best Business School B.V. (BBS). BBS is failliet verklaard. De curator verwijt gedaagde 1 onbehoorlijk bestuur, zowel op grond van artikel 2:10 / 2:394 BW als inhoudelijk, en stelt hem aansprakelijk voor he
Bestuurdersaansprakelijkheid. Schending boekhoudplicht van art. 2:10 BW. Aandeelhoudersbesluit kapitaalvermindering 2007 nietig op grond van art. 2:216 lid 2 BW (oud), omdat het negatieve vermogen van de vennootschap dit niet toestond. Art. 2:216 lid 2 BW geldt ook bij een kapita
De indirect bestuurder van een gefailleerde vennootschap is op grond van art. 2:248 BW aansprakelijk voor het boedeltekort. De bestuurder is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat er een andere oorzaak van het faillissement is geweest.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Gedaagden hebben als bestuurders van de rechtspersoon niet voldaan aan zowel de verplichting van artikel 2:10 BW als die van artikel 2:394 BW. Op grond daarvan wordt (onweerlegbaar) vermoed dat zij als bestuurders hun taak onbehoorlijk hebben vervuld
Vonnis in verschillende incidenten. Onder meer incident met betrekking tot non-concurrentiebeding. Voorshands voldoende gebleken van een concreet dreigende overtreding van het non-concurrentiebeding dat tussen partijen nog geldt, zodat eiseres in het incident ook voldoende proces
Vonnis in incidenten: bevoegdheid ex artikel 27 EEX verordening; voorlopige voorziening naleving non-concurrentiebeding ex 223Rv; verzoek om aanhouding en voeging met verknochte zaak; in Verenigd Koninkrijk aanhangige zaak betreft deels hetzelfde onderwerp en dezelfde oorzaak, re
Bestuurdersersaansprakelijkheid art. 2:248 BW na twee faillissementen Haags Juristen College.
Niet nagekomen periodiek verrekenbeding. Wat behoort tot het te verrekenen vermogen; artikel 1:136 lid 1 BW: rente en aflossing financiering betaald uit ongedeelde overgespaarde inkomsten; reikwijdte bewijsvermoeden van artikel 1:141 lid 3 BW; belastinglatentie; rekening-courants
Gedaagden zijn in oprichtingsfase van een BV in naam van die vennootschap verplichtingen aangegaan; ten tijde van de oprichting van de BV verkeerde de onderneming financieel reeds op de rand van de afgrond. Bij oprichting van de BV en daarop volgende bekrachtiging was een faillis
Appartementsrecht. Vernietiging besluit VvE.
Faillissement onderneming in uitvaartverzekeringen. Curator spreekt bestuurders van de failliete vennootschap aan voor tekort in het faillissement op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Volgens de rechtbank is geen sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Wel dienen de ge