OK; Enquete; ontvankelijkheid; gegronde redenen voor twijfel; onderzoek bevolen en onmiddellijke voorzieningen gelast; 2:345, 349, 349a, 350 lid 1 en 4 BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 44-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar voor faillissementsfraude. Naast de gevangenisstraf legt de rechtbank de man ook een taakstraf op van 180 uur.
Vordering tot vereffening en verdeling van een vof na echtscheiding. De rechtbank geeft uitleg over het verschil tussen de ontbinding, vereffening, verdeling en beëindiging van een vennootschap.
Kort geding. Bestuursgeschil binnen VvE. Rechtsgeldigheid bestuur en mandaat. Vordering van nieuw bestuur, tot afgifte van bescheiden aan haar door oude bestuur, toegewezen. Dwangsom. Reconventionele vorderingen van oude bestuur om voorlopige voorzieningen te treffen afgewezen we
Bodemzaak. Persoonlijke aansprakelijkheid curator door een op voorhand evident kansloze procedure te voeren? Geoordeeld wordt dat dit niet het geval is.
Deze zaak draait om de vraag of de bestuurders van een B.V., waaraan de provincie Overijssel subsidie heeft verstrekt, in privé aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement en/of andere schade op grond van artikel 2:248 BW, artikel 2:9 BW of artikel 6:162 BW. De rechtb
Bestuurdersaansprakelijkheid. Turboliquidatie. Bestuurder valt persoonlijk een ernstig verwijt te maken dat hij tot ontbinding van de BV's is overgegaan zonder de vereffeningsprocedure te volgen terwijl er nog baten waren. Verwijzing schadestaat.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. Hij heeft in de periode vanaf 20 januari 2015 als feitelijk bestuurder van rechtspersoon [bedrijf 1] geen administratie gevoerd krachtens de verplichtingen die op hem rusten ex artikel 2:10 BW en/of heeft hij de w
Minimega Beerenberg 2. Zich als bestuurder van een rechtspersoon schuldig maken aan faillissementsfraude gedurende twee jaren. Vrijspraak voor het niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie ten gevolge waarvan de afhandeling van het faillis
Bestuurdersaansprakelijkheid. Verhaalsfrustratie. Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:1446.
De rechtbank Overijssel veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar. Verdachte was bestuurder van twee bedrijven, en wordt verdacht van plegen van bedrieglijke bankbreuk door geldbedragen aan de boedel te onttrekken. Ook heeft verdachte opzettelijk niet
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW wegens niet naleven fiscale regels en schending administratieplicht. Geen geobjectiveerd winstoogmerk Stichting waardoor geen aansprakelijkheid op grond van artikel 2:138 jo 2:300a (oud) BW. Zie ook: ECLI:NL:GHARL:2022:9111
Bestuurdersaansprakelijkheid; artikel 2:248, 2:9, 2:162 BW. De onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement? Aansprakelijkheid bestuurder van holding voor gevoerd beleid bij groepsvennootschappen?
Art. 2: 248 lid 2, 2:10, 2:394 BW. Niet voldaan aan wettelijke publicatie- en administratieplicht. Daardoor sprake van bestuurdersaansprakelijkheid op grond waarvan gedaagde aansprakelijk is voor het boedeltekort.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurders zijn niet aansprakelijk op grond van het tweede lid van artikel 2:248 BW, en ook niet op grond van het eerste lid van dat artikel. Zij zijn wel aansprakelijk op grond van artikel 2:9 BW. In de schadestaatprocedure zal de curator moeten st
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. Toepassing Blue Tomato-arrest. Aannemelijk dat brand bedrijfspand en andere omstandigheden belangrijke oorzaken zijn van faillissement. Vordering afgewezen.
Gemengde overeenkomst van opdracht en bewaarneming. Contractspartijen. Gerechtelijke erkenning. Rekening en verantwoording. Eigendom en bewijsvermoeden houderschap en bezit; bewijsrecht. Artt. 154 Rv, 7:403 BW, 3:109 en 119 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijk bestuur met faillissement tot gevolg. Gedaagden hoofdelijk aansprakelijk voor boedeltekort. Geen gronden voor matiging.
Kort gezegd verwijt de curator partij B 2, als feitelijk beleidsbepaler, en Partij B 3, als voormalig bestuurder van het bedrijf, onbehoorlijk bestuur. Volgens de curator zijn zij aansprakelijk voor het tekort in de boedel van het bedrijf. Daarnaast verwijt de curator partij B 4
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht op grond van artikel 2:248 lid 2 BW; matiging aansprakelijkheid van individuele bestuurder op grond van artikel 6:109 BW.
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. De curator stelt vier (al dan niet middellijke) bestuurders aansprakelijk voor een faillissementstekort. Naast formele verweren, zoals rechtsverwerking en obscuur libel, wordt door gedaagden onder meer aangevoerd dat de vordering is
Procesrecht; verzoek voorlopig getuigenverhoor (art. 186 lid 1 Rv); maatstaf toe-/afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor; verzoek art. 843a Rv; maatstaf ‘rechtsbetrekking’; arrest Semtex/X
Hoofdzaak. Ondanks schending publicatieplicht bestuurder niet aansprakelijk voor faillissementstekort op grond van artikel 2:248 lid 2 BW. Het betoog van de bestuurder, dat andere feiten of omstandigheden dan de (op basis van de schending van de publicatieplicht vaststaande) onbe
Eindvonnis; vaststelling van kennelijk onbehoorlijk bestuur, persoonlijke aansprakelijkheid voor faillissementstekort en oplegging van bestuursverbod; artikel 106a lid sub d Fw: bestuurder was ten minste tweemaal eerder betrokken bij een faillissement van een rechtspersoon en hem
bestuurdersaansprakelijkheid, boekhoudplicht, publicatieplicht, bewijsvermoeden, katvanger