Ondernemingsrecht. (Bestuurders)aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW (schending administratieplicht; art. 2:248 lid 2 BW in verbinding met art. 2:10 BW, art. 2:9 BW en art. 6:162 BW. Slagende motiveringsklacht.
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:10 BW
Genoemd in 847 uitspraken · Officiële wettekst
847 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
De rechtbank Overijssel oordeelt dat gedaagde aansprakelijk is voor het boedeltekort van zijn gefailleerde bedrijf. Verdachte moet aan de curator een voorschot op het tekort betalen van 400.000 euro, en de kosten van deze procedure.
Aanvraag faillissement ontbonden vennootschap. Summierlijk gebleken van het bestaan van baten wegens een mogelijke vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Bij beëindigen van de activiteiten en liquidatie van de vennootschap is de huurovereenkomst van de gehuurde be
afwijzing verzoek verwijdering BKR-registratie
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW, 2:9 BW en 6:162 BW. Schending boekhoudplicht? Bewijsvermoeden ex artikel 2:248 lid 2 BW. Andere oorzaken van faillissement. Geen kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. 2:248 BW / 2:9 BW / 6:162 BW. Schending publicatieplicht en boekhoudplicht. Aangesproken bestuurder heeft bewijsvermoeden artikel 2:248 lid 2 BW ontzenuwd. Curator wordt toelaten tot bewijslevering.
Uitleg cessie-overeenkomst. De verplichting om bewijzen van aflevering van de goederen over te leggen is, gezien de inhoud van de overeenkomst, een bijkomende verplichting waarvan de niet-nakoming niet leidt tot non-conformiteit
en inzake C/09/610083 / HA ZA 21-334 Tussenvonnis bestuurdersaansprakelijkheid. I.v.m. het gevorderde bestuursverbod moet de curator de rechtbank informeren over de andere rechtspersonen waarvan gedaagde bestuurder of commissaris is. zie ook ECLI:NL:RBDHA:2023:12120
Bestuurdersaansprakelijkheid. Corona geen belangrijke oorzaak van het faillissement. Bestuurder en feitelijk beleidsbepaler aansprakelijk voor het boedeltekort. Niet uitvoerbaar bij voorraad. Aansprakelijkheid van nieuwe bestuurder in vrijwaring gematigd.
Incident vrijwaring (art. 210 Rv). Referte. Toewijzing vordering.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurder aansprakelijk voor niet betaalde kosten van het inschakelen van een Engelse advocaat. Bestuurder geeft geen enkel inzicht in de vermogenstoestand van de vennootschap ten tijde van het aangaan van de contractuele verplichting.
verstekarrest; vorderingen ex artikelen 2:248 BW en 106a Fw; bevoegdheid op grond van artikel 3 lid 1 van de herschikte Insolventieverordening (hierna: IVO (herzien)); geen grief tegen toepasselijk recht en artikel 7 lid 2 onder m) IVO (herzien); juridische en feitelijke bestuurd
Verzoek ontslag dan wel schorsing van bestuurders stichting - posities van penningmeester en secretaris formeel niet vervuld binnen bestuur - feitelijke vervulling van taken - nader onderzoek.
Ondernemingsrecht. Vraag of werknemer van een failliet verklaarde BV het beleid van de vennootschap (mede) heeft bepaald in de zin van artikel 6:248 lid 7 BW. Bewijsopdracht aan de curator.
Kort geding. Vorderingen informatie, laptop en toegang tot e-mails.
Huwelijksvermogensrecht. (Nederlandse) Wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Uitzondering eenheidsbeginsel; op onroerende zaak in Duitsland is Duits recht van toepassing. ‘Zugewinn’. Verdeling eenmanszaak in Duitsland en aandelen in Nederlandse besloten vennootschap. Waar
Art. 2:298 BW / art. 2:291 BW (met ingang van 1 juli 2021) / er is onvoldoende grond om tot ontslag van verweerders over te gaan / bekrachtiging van de beschikking waarvan beroep.
Deel van de vordering verjaard
vordering curator bestuurdersaansprakelijkheid, diverse grondslagen
In deze zaak gaat het over de vraag of de bestuurder van de Stichting Rentecertificaten Nederland (hierna: de Stichting) en haar zoon persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de Stichting. In de periode april 2017 tot en met mei 2018 hebben tien beleggers gelden ingele
geding na verwijzing na Hoge Raad 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1099 (Mobile Services); bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW; strekking; weerlegging causaliteitsvermoeden van lid 2; handelen of nalaten van een of meer bestuurders dat op zichzelf beschouwd geen onbehoorlijke
Formeel en feitelijk bestuurders worden aangesproken voor tekort in het faillissement.
Geschil tussen bestuurders/aandeelhouders over aanvraag eigen faillissement van de vennootschap. Artikel 2:8 BW. De aandeelhouder mag in beginsel zijn stemrecht in eigen belang uitoefenen. De aandeelhouder wordt daarbij echter begrensd door de jegens andere aandeelhouders in acht
Overdracht aandelen aan katvanger. Onrechtmatige daad dga tegenover de gezamenlijke schuldeisers van de vennootschap. Faillissementspauliana.
Aansprakelijkheid 2:248 BW; bestuurder heeft administratieplicht geschonden. Nagenoeg geen administratie voorhanden. Ook bij een kleine onderneming, die slechts korte tijd actief is geweest, volstaat dit niet. Daarnaast bestuursverbod opgelegd.