Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art. 120 Overgangswet Nieuw BW. Onmiddellijke werking nieuw BW op grond van art. 68a in verbinding met art. 73 lid 1 Ow NBW met betrekking tot rechtsgevolgen stuiting. Toepassi
Burgerlijk Wetboek
Art. 2004 BW
Genoemd in 42 uitspraken · Officiële wettekst
42 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Onrechtmatige overheidsdaad. Misdragingen Nederlandse militairen in Nederlands-Indië in 1947. Eisers stellen dat hun vaders onrechtmatig geëxecuteerd zijn. Het verjaringsverweer van de Staat wordt gehonoreerd. De vorderingen waren ogv de ‘Verjaringswet’ van 31 oktober 1924, Stb.
Onrechtmatige overheidsdaad. Zoon van verzetsstrijder die in maart 1947 om het leven is gekomen stelt de Staat aansprakelijk. Het beroep op verjaring van de Staat wordt verworpen. Eiser wordt toegelaten tot het bewijs van de gestelde toedracht van het overlijden van zijn vader en
Een inmiddels 65-jarige man stelt in het schooljaar 1964-1965 seksueel te zijn misbruikt door een pater van het Kleinseminarie van de Heilige Geest te Weert en heeft de Nederlandse Provincie van de Congregatie van de Heilige Geest aansprakelijk gesteld voor de gevolgen hiervan we
Onrechtmatige overheidsdaad. Standrechtelijke executies in 1946-1947 in Zuid-Sulawesi. Nog geen definitief oordeel over het beroep van de Staat op verjaring, omdat niet vaststaat dat eiseressen de Staat aansprakelijk hebben gesteld en in rechte hebben betrokken binnen een redelij
Vorderingen in zaak afstandsmoeders afgewezen De rechtbank Den Haag heeft vandaag uitspraak gedaan in een zaak die ging over de vraag of de Raad voor de Kinderbescherming onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van moeders in Nederland die in de periode 1956-1984 tegen hun wil
en inzake C/09/536878 / HA ZA 17/804, C/09/537016 / HA ZA 17/819 en C/09/539094 / HA ZA 17/945. Onrechtmatige overheidsdaad. Misdragingen Nederlandse militairen in Nederlands-Indië in 1947. Eisers stellen dat hun vaders onrechtmatig geëxecuteerd zijn. Het verjaringsverweer van de
‘Afstandsmoeders’-zaak; heeft Raad voor de Kinderbescherming in de periode 1956-1984 onrechtmatig gehandeld jegens moeders die hun kind in die periode hebben afgestaan ter adoptie? onjuiste/onvolledige voorlichting? ontvankelijkheid; gelijksoortigheidsvereiste 3:305a BW; verjarin
Verjaring. Beroepsaansprakelijkheid notaris. Schadevordering wegens verzuim notaris om huwelijkse voorwaarden in te schrijven in huwelijksgoederenregister. Tijdstip van schadeveroorzakende gebeurtenis en aanvang twintigjarige verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Gerechtvaardi
Recht van opstal en recht van erfpacht verkregen door verjaring? Verklaring voor recht afgewezen en zaak verwezen naar de kantonrechter ter beoordeling van de subsidiaire stelling dat sprake is van een huurovereenkomst.
Gebruik van weilanden in familiesfeer, geen bezit maar gebruik op persoonlijke titel, bezitspretenties van gebruiker waren niet duidelijk voor de rechthebbenden.
Arbeidsrecht. Verjaring en overgangsrecht NBW. Uitleg vaststellingsovereenkomst. Belang bij vordering verklaring voor recht. Vordering tot nakoming van periodiek opeisbare verplichting tot afdracht pensioenpremie van (laatstelijk) oktober 1981 is verjaard. Opname van datum aanvan
Onrechtmatige overheidsdaad. Gestelde verkrachting tijdens zuiveringsactie in Peniwen (Java) op 19 februari 1949. Beroep op verjaring van de Staat wordt verworpen. De door eiseres gestelde feiten worden als vaststaand aangenomen. Nu in strijd met de gegeven bevelen is gehandeld,
Onrechtmatige overheidsdaad. Gestelde foltering tijdens gevangenschap op Java in 1947. Beroep op verjaring van de Staat wordt verworpen. Anders dan de Staat stelt zijn de feiten voldoende concreet en specifiek gesteld. Bevel aan de Staat op de voet van artikel 22 Rv om zijn betwi
Absolute verjaringstermijn in incestzaak. Eisen van redelijkheid en billijkheid ex art. 6:2 BW baten eiseres niet; overgangsrecht NBW.
Burenrecht. Verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit. Bestraten en onderhouden klein strookje grond voor eigen woning brengt in de gegeven omstandigheden mee dat naar verkeersopvatting sprake is van bezit
Nakoming koopovereenkomst? Verkrijgende of bevrijdende verjaring van eigendomsrecht of recht van erfpacht? Onrechtmatige daad?
Geschil aangaande het grensverloop van twee erven behorend bij woonhuizen. Jaren geleden werd door de eigenaar van het betreffende erf, een haag geplaatst ruim op de grond van diens eigen erf. Daardoor viel feitelijk gezien de strook grond aan de kant van de buurman, in gebruik t
Beslag. Vervolg op HR 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3740.
Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW. Overgangsrecht, art. 73 Ow NBW en Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 NBW. Gronden voor verlenging? Vertegenwoordiging en bewind, art. 3:321 lid 1, aanhef en onder b en c, en lid 2 BW. Opz
Geschil aangaande de eigendomsrechten op een gezamenlijke steeg tussen de eigenaren van de aan de steeg grenzende panden. Heeft het gewezen vonnis alleen rechtskracht tussen partijen? Of werkt het ook jegens derden? Verder betreft de zaak verkrijgende verjaring die een aanvang he
Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak, art. 3:324 BW. Stuiting naar oud recht, art. 120 Overgangswet Nieuw BW. Onmiddellijke werking nieuw BW op grond van art. 68a in verbinding met art. 73 lid 1 Ow NBW met betrekking tot rechtsgevolgen stuiting. Toepassi
Art. 81 lid 1 RO (principaal cassatieberoep). Verjaring van vordering tot vernietiging van scheiding en deling; verjaring schadevordering uit onrechtmatige daad. Incidenteel cassatieberoep: Incidenteel hoger beroep ingesteld? Uitleg gedingstukken. Kostenveroordeling.
Vermogensrecht. Verkrijging van eigendom van een goed door extinctieve verjaring dan wel verkrijging van erfdienstbaarheid door extinctieve verjaring (ex art. 3:105 BW)? Strook grond verkregen uit kracht van een geldige titel? Beroep op twintigjarige termijn van art. 3:306 BW? (a
Verzet tegen dwangbevel. Omzetten van natuurlijk verbintenis in een rechtens afdwingbare verbintenis; art. 6:5 BW. Stuiting van verjaring door aangetekende brief? In het midden kan blijven of de vordering van de IBG op 19 februari 2002 reeds was verjaard. Eiser heeft naar aanleid