Successiewet; het begrip ‘kind’ in art. 32(1)4°(c) SW en het begrip ‘afstammeling’ in art. 24(1) SW; uitleg van art. 2(3)i AWR; is het kind dat family life heeft met de biologische vader, maar met wie geen familierechtelijke rechtsbetrekking in juridische zin bestaat, een kind en
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:327 BW
Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst
13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Na verwijzing door de Hoge Raad. Minderjarige verblijft sinds 2005 in het huidige pleeggezin. Het hof heeft een deskundigenonderzoek gelast ter beantwoording van de vraag of hervatting van het contact tussen de man en de minderjarige op enigerlei wijze mogelijk is. De man heeft d
Verzoek tot opheffing van en/of ontzetting uit de tijdelijke voogdij van pleegmoeder van betrokken kind. Verzoek tot benoeming van verzoeker tot voogd. Verzoek tot treffen van omgangsregeling. Rechtbank oordeelt verzoek tot treffen omgangsregeling niet-onvankelijk. De rechtbank o
Beëindiging voogdij nav informele rechtsingang. Strijd met EVRM en IVRK en analoge toepassing van 1:251a lid 4 BW
Beëindiging voogdij en benoeming voogd
Vervangende toestemming voor erkenning, de voogdij, het ouderlijk gezag, de zorgregeling en de omgangsregeling. Na het overlijden van de moeder van de minderjarige is er een groot verschil van mening ontstaan tussen alle betrokken partijen over waar de minderjarige gaat wonen en
Beëindiging gezamenlijke voogdij. Beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard ondanks tekst artikel 1:282a BW. Omissie van de wetgever.
ontzetting / ontslag voogdij
De voogdes wordt in de uitoefening van het gezag over de minderjarige geschorst.
Verzoek beëindiging voogdij pleegmoeder.
Verzoek tot ontzetting uit de voogdij afgewezen.
Familierecht; ontzetting uit voogdij (81 RO).
Bij inleidende dagvaarding, daterend van 18 september 2002 is de ontzetting gevorderd van [geïntimeerde] als executeur-testamentair. Voor de gronden tot afzetting verwijst art. 4:1069 BW (oud) naar de regels, geldend voor voogdij (art. 1:327 BW), met een verwijzing naar art. 1:4