Biologische vader die zijn kind niet heeft erkend is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot beëindiging van de voogdij van een gecertificeerde instelling, omdat hij geen bloedverwant van het kind is.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:305 BW
Genoemd in 11 uitspraken · Officiële wettekst
11 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Voogdij. Verzoek tot wijziging voogdijinstelling. Geen (analoge) toepassing artikel 1:259 BW, niet voldaan aan in artikel 1:328 BW genoemde criteria.
Na verwijzing door de Hoge Raad. Minderjarige verblijft sinds 2005 in het huidige pleeggezin. Het hof heeft een deskundigenonderzoek gelast ter beantwoording van de vraag of hervatting van het contact tussen de man en de minderjarige op enigerlei wijze mogelijk is. De man heeft d
Hoger beroep van pleegouders tegen aan de voogdijinstelling verleende toestemming voor wijziging van de verblijfplaats van hun pleegkind in het kader van een voogdijmaatregel ex art. 1:336a BW. Appelverbod. Geen sprake van doorbrekingsgronden. Het beroep van de pleegouders op art
Art. 1:328 BW. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om een andere GI te benoemen tot voogd over haar kinderen afgewezen. Het hof biedt de moeder in deze tussenbeschikking alsnog de mogelijkheid om te melden welke wijziging van omstandigheden volgens haar is opgetreden ná
De verstoorde verhouding tussen de ouders, de pleegouders en de GI is niet in het belang van de kinderen. Het hof geeft de GI in overweging de voogdij te laten uitvoeren door een ander persoon binnen de organisatie. Er is geen wettelijke grond voor beëindiging van de voogdij van
voorziening in de voogdij wegens minderjarigheid moeder
Door verjaring eigendom strook grond gekregen? Nee: rechtsvoorgangers waren houder, dus gebruiker is geen bezitter.
Voogdij, machtiging uithuisplaatsing, blokkaderecht pleegouders, familylife.
23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/126HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT,
Primaire beslissing heeft betrekking op uithuisplaatsing van kinderen door de voogdij-instelling William Schrikker Stichting (WSS) en valt onder artikel 1:305 BW. Dit is geen publiekrechtelijke rechtshandeling en daarom had de WSS het daartegen gerichte bezwaar op die grond niet-