Familierecht. Machtiging tot uithuisplaatsing; art. 1:261 lid 1 BW. Procesbelang ouder ondanks verstrijken geldigheidsduur maatregel (HR 24 juni 2011, LJN BQ2292). Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat machtiging plaatsing betreft bij met gezag belaste ouder bij wie minderjari
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:261 BW
Genoemd in 483 uitspraken · Officiële wettekst
483 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Familierecht. Ondertoezichtstelling met machtiging tot uithuisplaatsing. Broer geen belanghebbende bij beslissing van kinderrechter tot uithuisplaatsing van zijn broers en zusters. Gezag wordt over elk minderjarig kind afzonderlijk uitgeoefend en voor elk kind afzonderlijk moet w
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige bij pleegouders. Dienen de pleegouders toestemming te verkrijgen van de ouders met gezag dan wel de gecertificeerde instelling voor een uitstapje of vakanti
-
Wet griffierechten burgerlijke zaken. Dat eerst na ommekomst van de termijn van vier weken griffierecht is bijgeschreven op de rekening van de Hoge Raad staat aan de ontvankelijkheid van het beroep niet in de weg, nu dit betrekking heeft op de ondertoezichtstelling van een minder
De door de stichting bij de verzoekschriften (in eerste aanleg) overgelegde (her)indicatiebesluiten waren niet meer geldig ten tijde van de ingangsdatum van de opvolgende verlenging van de machtiging uithuisplaatsing. De latere indicatiebesluiten (van 19 januari 2012) bevatten ge
Art. 81 RO. Familierecht. Verzoek tot benoeming van bijzonder curator, belanghebbende; art. 1:250 BW. Verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing; artt. 1:254, 256, 261, 262 BW.
Uithuisplaatsing. Indicatiebesluiten ondertekend door Jeugdzorgmedewerkers die daartoe formeel niet bevoegd waren. De indicatiebesluiten worden met toepassing van 6:22 Awb in stand gelaten. Ernstige zorgen over de thuissituatie en het effect van de opvoedingswijze op de ontwikkel
Jeugdrecht. Omvat aanwijzingsbevoegdheid ex art. 1:258 lid 1 BW ook de bevoegdheid om ouder bij wie het kind niet verblijft te beperken in contact met het kind? Art. 807 Rv. In verband met ruimere rechtsbescherming exclusieve toepasselijkheid art. 1:263a BW (ondanks formulering v
Vader in procedure verlenging ondertoezichtstelling niet-ontvankelijk verklaard. Hij is geen belanghebbende.
Uithuisplaatsing; zelfstandige rechtsingang minderjarigen?; ontvankelijkheid minderjarigen; artikel 12 IVRK; artikel 6 EVRM; artikelen 24 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU; bijzonder curator; rechtens afdwingbare aanwezigheid advocaat bij horen minderjarigen?;
Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. De kinderen wonen in pleeggezinnen in Nederland. De ouders wonen in het buitenland. Rechtsmacht Nederlandse rechter. Relatieve bevoegdheid. Zie ook LJN: BV9985.
Familierecht. Machtiging tot uithuisplaatsing; art. 1:261 lid 1 BW. Procesbelang ouder ondanks verstrijken geldigheidsduur maatregel (HR 24 juni 2011, LJN BQ2292). Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat machtiging plaatsing betreft bij met gezag belaste ouder bij wie minderjari
Een machtiging uithuisplaatsing en een ondertoezichtselling kunnen niet verlengd worden nadat de termijn van de machtiging / ondertoezichstelling is afgelopen.
Het hof heeft de biologische vader ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot een omgangsregeling met Donna. Het verzoek van de biologische vader om een concrete omgangsregeling tussen hem en Donna vast te stellen is afgewezen. In de overige verzoeken zijn verzoekers (de biologis
6 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/046HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: STICHTING BUREAUS JEUGDZORG HAAGLANDEN/ZUID-HOLLAND (voorheen Stichting Jeugdzorg Den Haag), gevestigd te Voorburg, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendi
-
Uithuisplaatsing. Toetsing reeds verlopen machtiging. Vernietiging.
Prejudiciële vraag belanghebbende
Verlenging machtiging uithuisplaatsing. Ontvankelijkheid vader in verzoek. 798 lid 1 Rv
Cassatie in het belang der wet. Wet op de Jeugdzorg (Wjz). Art. 1:262 lid 3 BW (verval machtiging tot uithuisplaatsing bij gebreke van tenuitvoerlegging binnen drie maanden) ook van toepassing op machtiging tot opneming en verblijf in gesloten inrichting op de voet van art. 29b W
Vader heeft minderjarige, die direct na de geboorte uithuis is geplaatst, erkend. Vader geen belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 RV.
Verzoek tot vervangende toestemming (andere) medische behandeling minderjarige onvoldoende gespecificeerd.