Ontheffing uit het gezag. Moeder ongeschikt althans onmachtig om haar kind te verzorgen en op te voeden.
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:254 BW
Genoemd in 506 uitspraken · Officiële wettekst
506 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
Familierecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarig kind, cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
Het hof is van oordeel dat geen sprake is van een zogenaamde omgangsondertoezichtstelling. Zie ook R200501286.
Gedwongen ontheffing van het ouderlijk gezag. Vader heeft een verklaring ondertekend waarin hij toezegt zich ook in de toekomst niet te verzetten tegen een verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. De rechtbank is van oordeel dat het belang van de minderja
Familierecht. Verlenging van ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen; cassatie, beroep is door het verstrijken van de termijn voor maatregel niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
Ontheffing gezag over kinderen ondanks verzet moeder.
Ontzetting uit het gezag. Een ondertoezichtstelling is in dit geval geen afdoende maatregel.
Ontheffing van het gezag van onmachtige vader die zich niet verzet. Een uitgebreide motivering mbt het belang van de kinderen, de onmacht, het onvoldoende zijn van de ondertoezichtstelling als maatregel ter afwending van de bedreiging ex 1:254 BW en de voorziening in de voogdij e
Gedwongen ontheffing onmachtige ouders die een sterke band met hun kind hebben. Het is in het belang van het kind, dat de contacten met zijn ouders fors worden teruggebracht. Een uitgebreide motivering mbt het belang van het kind, de onmacht, het onvoldoende zijn van de ondertoez
Ontheffing gezag.
Het hof is van oordeel dat [appellant] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn hoger beroep, nu artikel 807 aanhef en sub a. Rv. zo gelezen moet worden, dat tegen de aangevallen beschikking ingevolge artikel 1: 254, vijfde lid BW slechts cassatie in het belang der wet
21 januari 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/150HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoekster 1], 2. [Verzoeker 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool, t e g e n DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING
Omgangs OTS
29 oktober 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/140HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven, t e g e n 1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Utrecht, VERWEER
Het door de moeder gestelde belang is onvoldoende om het hoger beroep te rechtvaardigen (art. 3:303 BW). Immers, de kinderrechter die tot taak heeft te beslissen of hij tot verdere verlenging van een ondertoezichtstelling of van een machtiging tot uithuisplaatsing dient over te g
23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/126HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT,
Beschikking 15 april 2004 Uit het huwelijk van de ouders zijn twee kinderen geboren die sinds december 1996 onder toezicht van de stichting staan naar aanleiding van de melding van moeder van mogelijke seksuele handelingen door vader. De ouders zijn in 1997 gescheiden. In het kad
Raad voor de kinderbescherming niet ontvankelijk in het beroep tegen afwijzing van verlenging van een OTS omdat het is ingesteld door een werkeenheid van de Raad uit een ander arrondissement dan het arrondissement van de woonplaats van de minderjarigen. Toch ook inhoudelijke beoo
Dat de Stichting tekort zou zijn geschoten in haar taak om aan de minderjarige en/of de ouders hulp en steun te verlenen, is in het kader van dit kort geding onvoldoende gebleken. Van belang in dit verband is hetgeen het hof hieromtrent heeft overwogen in de rechtsoverwegingen 4.
Ondertoezichtstellings- en uithuisplaatsingsperikelen. Het hof acht onder verwijzing naar de wettekst, anders dan de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg, geen gronden aanwezig voor ondertoezichtstelling. Terugkeer van de minderjarige naar het echtpaar waarbij zij v
-
-
-
-
-