Familierecht. Gedwongen ontheffing van ouderlijk gezag op voet van art. 1:266 en 268 lid 2, aanhef en onder a, BW (81 RO).
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:254 BW
Genoemd in 506 uitspraken · Officiële wettekst
506 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Familierecht. Kort geding; vordering van moeder tot bevel aan Bureau Jeugdzorg mee te werken aan door rechter vastgestelde omgangsregeling met haar onder toezicht gesteld minderjarig kind; gebondenheid van BJZ aan dictum eerdere beschikking.
Opheffing ondertoezichtstelling nu er geen acute bedreigingen meer bestaan en vrijwillige hulpverlening goed functioneert.
-
Vernietiging beschikking rechtbank wegens afwijzing verzoek omgangsregeling voor onbepaalde tijd, terwijl er sprake is van gezamenlijk gezag op grond waarvan het recht op omgang slechts voor bepaalde tijd kan worden geschorst.
toewijzing verzoek beëindiging uithuisplaatsing
Familierecht. Ondertoezichtstelling; uithuisplaatsing in justitiële jeugdinrichting; cassatieberoep kind niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang wegens verstrijken termijn.
Familierecht. Ondertoezichtstelling; niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens gebrek aan belang na verstrijken termijn machtiging; obiter dictum (81 RO).
Familierecht. Ondertoezichtstelling; niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens gebrek aan belang na verstrijken termijn machtiging; obiter dictum (81 RO).
De positieve ontwikkelingen die reeds waren geconstateerd ten tijde van het uitspreken van de ondertoezichtstelling hebben zich nadien voortgezet, waardoor géén sprake meer is van de aanwezigheid van de gronden als bedoeld in art. 1:254 lid 1 BW.
Familierecht. Toegewezen verzoek van raad voor de kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van een minderjarig kind; gronden als bedoeld in art. 1:254 lid 1 BW (81 RO).
Ontheffing gezag van ouders over kinderen
Familierecht; ondertoezichtstelling. Niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens gebrek aan belang in cassatie na verstrijken termijn machtiging.
Familierecht; ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing (verslavingsproblematiek bij de moeder); verlenging, maatstaf. Niet-ontvankelijk cassatieberoep wegens gebrek aan belang in cassatie na verstrijken termijn machtiging; obiter dictum.
Geen "omgangsots".
Ontheffing ouderlijk gezag: Hoewel de moeder bezwaar heeft tegen haar ontheffing van het gezag, weegt het recht van de kinderen op duidelijkheid omtrent hun opvoedingsperspectief en ongestoorde hechting in het pleeggezin zwaarder dan haar wens het gezag over haar kinderen te blij
Gebleken is dat de moeder, ondanks de professionele hulpverlening die in het gezin veelvuldig aanwezig is, niet in staat is de kinderen structuur en veiligheid te bieden. Dit mede vanwege problematiek die de moeder heeft ten gevolge van de onzekerheid waarin zij lange tijd heeft
Verzoek van BJZ om moeder te belasten met het ouderlijk gezag over een minderjarig kind toegewezen, met afwijzing van het verzoek van BJZ tot ondertoezichtstelling van de minderjarige ter ondersteuning van de opvoedingsverantwoordelijkheid van moeder en het kunnen blijven volgen
Ontheffing gezag. Vader heeft de moeder omgebracht. Jaarlijkse verlenging van OTS en UHP niet in belang van kind. Artikelen 3 en 20 IVRK en 8 EVRM.
Geen wijziging van het gezag of hoofdverblijfplaats minderjarige. Omgangsregeling via omgangshuis.
Zodanige gedragsstoornissen kind in het kader van proefcontacten omgang dat ondertoezichtstelling gerechtvaardigd is. Geen sprake van omgangsondertoezichtstelling. Rechtsoverweging 4.9.1 en 4.9.2.
Minderjarige niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen beslissing ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing. Geen aanleiding om procesonbekwaamheid in dit geval te doorbreken.
Ondertoezichtstelling van alle kinderen als middel om rust te brengen tussen strijdende ouders.
Ontheffing van niet in rechte verschenen moeder zonder haar instemming. Uitgebreide overweging met betrekking tot de voogdijvoorziening, met aandacht voor de positie van de pleegouders.
afwijzing OTS Uit het verhandelde ter zitting en uit de overgelegde stukken, is duidelijk geworden dat zowel de moeder als de minderjarige thans in het vrijwillige kader hulpverlening accepteren. Deze hulpverlening is door de moeder zelf ingeschakeld. Ter zitting is verder voldoe