De Raad heeft verzocht de moeder te ontheffen van het gezag over de minderjarige. Dit verzoek wordt door de kinderrechter afgewezen. Omdat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing sinds een aantal weken zijn geëindigd en de moeder zich verzet tegen de ontheffing, is niet vold
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:254 BW
Genoemd in 506 uitspraken · Officiële wettekst
506 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
In deze zaak is Bureau Jeugdzorg Drenthe belast met de tijdelijke voogdij over de minderjarige kinderen tot het moment waarop de testamentaire voogdij is aangevangen. De testamentair voogd heeft zich bereid verklaard de voogdij over voornoemde minderjarigen te aanvaarden en heeft
Verzoek tot vervanging van de stichting Bureau Jeugdzorg wegens verhuizing ouders naar een andere provincie. De stichting is niet ontvankelijk in haar verzoek. Artikel 1:254 vijfde lid BW niet van toepassing bij verhuizing van een gezin naar een andere provincie.
Artikel 1:254, lid 5, BW. Vervanging Bureau Jeugdzorg.
Moeder ontheven van gezag.
Ontheffing uit het ouderlijk gezag. Verzoek om contra expertise gemotiveerd afgewezen.
Past een gedwongen ouderschap in het systeem van de kinderbeschermingsmaatregelen ?
Bodemprocedure door ouderschapsonderzoek vertraagd na een kort geding waarbij de minderjarige bij de vader is geplaatst met een machtiging uitplaatsing, aangezien zij daarvoor de gewone verblijfplaats bij de moeder heeft gekregen. Hier speelt ook de vraag wat het bereik is van he
Ondertoezichtstelling vanwege geestelijk geweld.
Gedwongen ontheffing. Ouders zijn het eens met plaatsing in een residentiele instelling, maar verzetten zich tegen ontheffing, o.m omdat daartoe geen grond zou bestaan, nu het kind door de opname in voormelde instelling geen hechtingsrelatie met pleegouders heeft.
Geen verzet tegen OTS en UHP. Toch gedwongen ontheffing van moeder. Verzoek vader om met het gezag te worden belast wordt afgewezen.
Ontheffing. Het belang van [naam minderjarige] bij duidelijkheid over de continuïteit van haar opvoedingssituatie en bij een ongestoord hechtingsproces weegt zwaarder dan de op zich zelf begrijpelijke wens van de moeder om het gezag in stand te houden als middel om contact met [n
In beginsel heeft een ouder er recht op haar kind zelf te verzorgen en op te voeden en gezag over dit kind uit te oefenen. Door de staat dienen in die situatie in het kader van maatregelen van kinderbescherming passende maatregelen te worden genomen om in het belang van de ouder
Ontheffing gezag. Geen terugplaatsingsperspectief na vier jaar uithuisplaatsing.
Is het slaan van kinderen een reden voor ondertoezichtstelling?
Ontheffing van ouderlijk gezag; feitelijke omstandigheden getoetst aan wettelijke gronden
De gronden voor ontheffing doen zich voor. De ouders hebben nagelaten meer inzicht in hun eigen situatie en in de situatie rond de minderjarige te geven en hebben hun medewerking geweigerd aan de uitvoering van diverse maatregelen die duidelijkheid konden verschaffen.
Ontheffing
Familierecht. Gedwongen ontheffing van het gezag over minderjarig kind op de voet van art. 1:268 lid 2 onder a BW juncto 1:254 BW. (81 RO).
Situatie is onvoldoende ernstig voor ondertoezichtstelling. Verzoek in hoger beroep afgewezen.
Ontheffing. Tav vader toegewezen. Tav moeder afgewezen, nog perspectief op (terug-)plaatsing bij haar.
Familierecht. Gedwongen ontheffing uit ouderlijke macht ex art. 1:266 lid 2 onder a BW. Maatstaf. (81 RO).
Hoger beroep ingesteld door de stichting BJZ samen met de pleegouders tegen de ouders van de minderjarige (principaal appel) Het principaal appel gericht tegen de beschikking van de rechtbank waarin onder meer is bepaald: - dat bij het eerst volgende contact tussen de ouders en d
Ontheffing uit het gezag bij voortdurende strijd tussen de ouders. Bekrachtiging van de bestreden beschikking.
Het ter zitting door de raad aan het hof gedane verzoek om ambtshalve de ondertoezichtstelling uit te spreken, in het geval het hof de beschikking van de rechtbank waarbij de ouders van het gezag worden ontheven, niet bekrachtigt, begrijpt het hof als een verzoek van de raad de o