Ontheffing van moeder van het gezag over minderjarigen
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:254 BW
Genoemd in 506 uitspraken · Officiële wettekst
506 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
Ontheffing. Beoordeling van standaard werkwijze in eerste aanleg: horen door rechter-commissaris en afdoen in meervoudige samenstelling. T.a.v. de ontheffing: Aangezien de concreet door de ouders gestelde en door Jeugdzorg onderschreven te bereiken doelen in wat betreft het wonen
Familierecht. Ontheffing ouder uit het gezag (artikel 1:266 BW). Op dit moment kan worden volstaan met de maatregelen van ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing om de belangen van de minderjarige te waarborgen. Het belang van de betrokkenen vergt thans geen verstrekkende ma
Ontheffing uit gezag over minderjarige. Positie vader
Personen- en familierecht. Omgangsrecht; niet-nakoming omgangsregeling vormt in het onderhavige geval grond voor een gezagswijziging op de voet van art. 1:251a BW; voor een dergelijke gezagswijziging is echter slechts plaats indien hetzij (het onaanvaardbare risico bestaat dat) h
Artikel 1:302 BW. benoeming voogdij vernietigd. Aan voogd te stellen eisen. Mandaatregeling niet toereikend.
Blokkaderecht. Stichting De Parel is ontvankelijk met het oog op de komende wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Wet op de Jeugdzorg in verband met de herziening van de kinderbeschermingsmaatregelen. Het is in het bela
Gesloten plaatsing: deze bijzondere machtiging, verleend krachtens de Wet op de jeugdzorg, vervalt niet indien zij gedurende drie maanden niet ten uitvoer is gelegd. Ontvankelijkheid. Twee minderjarigen.
Ontheffing van het gezag over een minderjarige; nu perspectief van de minderjarige bij het pleeggezin ligt en de jaarlijkse verlengingen van OTS en UHP onrust en spanning meebrengen is er grond voor ontheffing.
Ontheffing van het gezag; nieuw verzoek in appel.
Geen ontzettingvan het gezag indien de grond niet aan de gezagdragende ouder kan worden toegerekend.
Zelfstandige motivering verzoek machtiging uithuisplaatsing naast de morivering van een verzoek tot ondertoezichtstelling.
Ontheffing uit het gezag over vier minderjarigen.
Ondertoezichtstelling
Samenvatting: Na verzoek van Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht is de ondertoezichtstelling van een minderjarige met een maand verlengd tot 1 augutus 2010. De behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling tot 1 september 2010 is aangehouden.
Vervolg in de zaak van baby D., verlenging ondertoezichtstelling en ongegrondverklaring beroepschrift tegen afwijzing wijziging gezinsvoogdij-instelling.
Familierecht. Grond voor gedwongen ontheffing ouder uit ouderlijk gezag (art. 1:268 lid 2 onder a BW)? Bereidheid moeder zich niet tegen uithuisplaatsing te verzetten, voldoende om in het belang van het kind geen ontheffing uit te spreken? Vgl. HR 4 april 2008, NJ 2008, 506. (Art
Het betreft een verzoek om het mandaat van Bureau Jeugdzorg aan het Leger des Heils in te trekken, waarbij dit wordt gebaseerd op artikel 1:254 lid 5 BW. De vraag is of dit wetsartikel hier wel op van toepassing is.
Ontheffing van gezag. Belangenafweging tussen voortzetting van opvoedsituatie en hechtingsproces en recht van de moeder op hereniging.
Ondertoezichtstelling ten aanzien van twee kinderen. Met de oudste gaat het nu beter: ots niet langer noodzakelijk. Voor de jongste ligt het anders: bedreigingen nog niet opgeheven. Begeleiding en sturing vanuit gedwongen kader nog altijd noodzakelijk.
De ondertoezichtstelling van de minderjarige; de wettelijke gronden (artikel 1:254 BW) waren en zijn nog steeds aanwezig; minderjarige niet gehoord (10 jaar).
Familierecht. Omgangsregeling. Tijdens ondertoezichtstelling op de voet van art. 1:263b BW gewijzigde omgangsregeling, blijft van kracht (ook) nadat de ondertoezichtstelling is geëindigd. Art. 8 EVRM. (Art. 81 RO).
Ondertoezichtstelling. Positieve ontwikkelingen, met name sedert het uitspreken van de ondertoezichtstelling leiden tot beëindiging van de maatregel.
Godsdienstige opvoeding en ots.
De Nederlandse rechter is bevoegd om over het verzoek tot ondertoezichtstelling te oordelen, omdat het kind ten tijde van het indienen van het verzoek haar gewone verblijfplaats had in Nederland. Het kind is naar maatstaven van het Nederlandse recht, welk recht van toepassing wor