In het kader van de echtscheiding wordt de vrouw met het eenhoofdig gezag over de kinderen belast en de ontbonden huwelijksgemeenschap verdeeld. De rechtbank geeft een spoorboekje voor de overname/verkoop van de echtelijke woning en verkoop sieraden. Het mondelinge verzoek van de
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:12 BW
Genoemd in 140 uitspraken · Officiële wettekst
140 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Gezagsbeëindiging. Bevoegdheid. De biologische vader van de minderjarigen wordt niet aangemerkt als belanghebbende in het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder. De biologische vader is (nog) geen juridisch vader en heeft geen gezag. Geen inbreuk op artikel 8 EVRM. H
De man heeft verzocht om gerechtelijke vaststelling ouderschap c.q. vervangende toestemming tot erkenning, eenhoofdig gezag en dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem wordt vastgesteld. De minderjarige is geboren uit de moeder na de echtscheiding tussen partijen. D
Beëindiging gezamenlijke voogdij pleegouders na echtscheiding. Art. 1:323 BW
Relatief bevoegde rechter is die van woon- of verblijfplaats onderbewindgestelde; artikel 266 Rv, artikel 1:12 lid 4 BW.
Vernietiging erkenning stiefvader en gerechtelijke vaststelling ouderschap biologische vader. In het belang van de minderjarige dat haar afstamming komt vast te staan en dat zij familierechtelijke banden zal hebben met de vader.
Verzoekschriftprocedure erfrecht. Samenloop testamentair bewind in de zin van Boek 4 BW en testamentair minderjarigenbewind ex art. 1:253i BW. Ontslag test. bwv'er ogv 4:164 BW en ambtshalve ontslag test. bwv'er minderjarigenbewind ogv 1:253k jo. 1:370 BW
Aanvullend verzoek bijzondere curator tot vernietiging erkenning. Verzoek wordt, na belangenafweging, toegewezen. Geen gerechtelijke vaststelling ouderschap, nu weg van erkenning open staat en geen sprake is van bijzonder belang bij gerechtelijke vaststelling ouderschap. Gezamenl
Testamentaire voogdijaanwijzing. Grootmoeder die voogd is, wijst in haar testament haar dochter aan om na haar overlijden voogd te worden over haar kleinkind. De dochter aanvaard de voogdij en de rechtbank maakt een akte op. Vervolgens wil de vader graag het gezag gaan uitoefenen
Procesrecht; familierecht. Relatieve bevoegdheid rechter in zaken betreffende onderbewindstelling meerderjarigen; art. 266 Rv. Geldt rechtsmiddelenverbod (art. 270 lid 3 Rv) ook bij ambtshalve oordeel over relatieve bevoegdheid?
Verwijzingszaak, relatief onbevoegd, bewind
Nader verzoek na deelbeschikking. Hoger beroep tegen deelbeschikking. Verzoeker in eerste aanleg kan verzoeken in hoger beroep veranderen of vermeerderen. Hoofdverblijfplaats. Raadsonderzoek. Kinderalimentatie. Behoefte berekenen aan de hand van de “Tabel eigen aandeel kosten van
Onbevoegdheidsincident. Vordering jegens curator. Geschil relatieve competentie. De afgeleide woonplaats van de curator ex artikel 1:12 lid 1 BW van toepassing. Geen grond voor uitzonderingsregel in artikel 1:12 lid 4 BW. Doorverwijzing.
Kort geding, verkoop voormalig echtelijke woning. Vordering tot ontruiming afgewezen. Niet aannemelijk dat het noodzakelijk is dat de man de woning verlaat zolang deze nog niet is verkocht. Ontruiming leidt bovendien tot onnodige leegstand en extra kosten. Man moet wel meewerken
Voordracht tot ontslag bewindvoerder afgewezen. Onvoldoende duidelijk dat het optreden als advocaat in de aanloop naar onderbewindstelling strijd oplevert met artikel 9 van het Besluit en/of dat sprake is van schijn van belangenverstrengeling
personen- en familierecht, verzoek grootouders vz en vader afgewezen, grootouders vz kunnen zich niet beroepen op blokkaderecht. De grootouders vaderszijde hebben jarenlang samen met de ouders de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarigen voor hun rekening genomen. E
Verzoek wijziging voogdij door gecertificeerde instelling verzocht op grond van woonplaatsbeginsel afgewezen wegens strijdigheid met het belang van de minderjarige.
Beëindiging gezamenlijk gezag. Voortzetting gezag door vader niet wenselijk omdat moeder en kinderen op een geheim adres verblijven en er al die tijd geen contact tussen de vader en de moeder is geweest.
Afhankelijke woonplaats minderjarige. Relatieve bevoegdheid rechtbank in geval de vrouw met het kind voorafgaand aan de echtscheiding en zonder toestemming van de man in een andere plaats gaat wonen.
IPR Beschikking met betrekking tot van rechtswege ontstane gezagsverhouding. Toepassing van artikel 3 HKBV 1961 ‘het recht van de nationaliteit van het kind’ en toepassing van artikel 16 lid 1 HKBV 1996 ‘het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind’.
Herroeping voorlopige ondertoezichtstelling. Begrip "gewone verblijfplaats" minderjarige. Op grond van feiten en omstandigheden die niet kenbaar waren op het moment dat een voorlopige ondertoezichtstelling is uitgesproken, herroept de kinderrechter die beslissing en acht zich onb
CUR201700190 eenhoofdig gezag, hoofdverblijfplaats, geen omgangsregeling, afgifte paspoort, kinderalimentatie.
Hoofdverblijf en zorgregeling. Jarenlange vechtscheiding, waardoor minderjarige in de knel is gekomen. Eénhoofdig gezag niet in het belang van de minderjarige.
Hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderalimentatie. De hoofdverblijfplaats is reeds vastgesteld bij deelbeschikking. Hier is geen rechtsmiddel tegen aangewend. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen alsmede de eisen van de goede procesorde verzetten zich er dan tegen dat in di
Bewindvoerder is bij aangetekend schrijven in het geding opgeroepen maar is niet verschenen. Alsnog oproeping bij deurwaardersexploot