Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Burgerlijk Wetboek

Art. 1954 BW

Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst

13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live

ECLI:NL:HR:1987:AC4156 15 × geciteerd
Hoge Raad · 15-05-1987 · Civiel recht

Procesrecht. Gezag van gewijsde. Rechtsbetrekking in geschil. Komt aan een eerdere beslissing waarbij enkel het bestaan van een feit wordt aangenomen gezag van gewijsde toe?

ECLI:NL:HR:2016:759 13 × geciteerd
Hoge Raad · 29-04-2016 · Civiel recht; Insolventierecht

Faillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van verificatievergadering opgenomen erkende, en niet door de gefailleerde betwiste, vordering (art. 196-197 Fw). Toepasselijkheid van verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:324 lid

ECLI:NL:PHR:2022:402 6 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 29-04-2022 · Civiel recht; Burgerlijk procesrecht

Procesrecht. Octrooirecht. Modellenrecht. Slaafse nabootsing. Voortzetting procedure in appel door oorspronkelijke partijen. Na rechtenoverdracht procederen onder lastgeving op naam. Stelplicht en bewijslast. Beschermingsomvang. Plausibiliteit. Problem-solution approach. Procesko

ECLI:NL:GHAMS:2014:4231 2 × geciteerd
Gerechtshof Amsterdam · 30-09-2014 · Civiel recht

Artt. 196 Fw, 319 en 3:324 BW. Verjaring van een geverifieerde vordering? Erkenning van een in faillissement ingediende vordering zonder betwisting door failliet kan worden aangemerkt als, of op een lijn worden gesteld met het instellen van een eis die door toewijzing wordt gevol

ECLI:NL:PHR:2016:51 1 × geciteerd
Parket bij de Hoge Raad · 12-02-2016 · Civiel recht; Insolventierecht

Faillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van verificatievergadering opgenomen erkende, en niet door de gefailleerde betwiste, vordering (art. 196-197 Fw). Toepasselijkheid van verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:324 lid

ECLI:NL:GHSHE:2008:BH3061 1 × geciteerd
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14-11-2008 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Belanghebbende heeft bij akte van 12 april 2002 het woonhuis van zijn schoonvader geleverd gekregen. Van de koopsom werd een gedeelte door de schoonvader kwijtgescholden en zij spraken af dat schoonvader het feitelijke woongenot zou behouden. Ter zake van deze levering werd overd

Parket bij de Hoge Raad · 10-07-2015 · Civiel recht

Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.

Parket bij de Hoge Raad · 08-02-2013 · Civiel recht

Tekortschieten financiële dienstverlening Bank, gebrekkig advies, schadevordering. Klachtplicht art. 6:89 BW, tijdigheid klacht, relevante omstandigheden. Stuiting verjaring, art. 3:317 lid 1 BW; stuitende werking door daad van rechtsvervolging, art. 3:316. Causaal verband tusse

Parket bij de Hoge Raad · 30-03-2001 · Civiel recht

-

Parket bij de Hoge Raad · 27-01-1989 · Civiel recht

Rechtskracht van onherroepelijke rechterlijke beslissing die achteraf onjuist blijkt te zijn.

Parket bij de Hoge Raad · 16-09-1988 · Civiel recht

Geen gezag van gewijsde.

Parket bij de Hoge Raad · 17-06-1988 · Civiel recht

Procesrecht. Gezag van gewijsde. Rechtsbetrekking in geschil.

Parket bij de Hoge Raad · 20-03-1987 · Civiel recht

Procesrecht. Gezag van gewijsde. Rechtsbetrekking in geschil. Komt aan een eerdere beslissing waarbij enkel het bestaan van een feit wordt aangenomen gezag van gewijsde toe?