Procesrecht. Gezag van gewijsde. Rechtsbetrekking in geschil. Komt aan een eerdere beslissing waarbij enkel het bestaan van een feit wordt aangenomen gezag van gewijsde toe?
Burgerlijk Wetboek
Art. 1954 BW
Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst
13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Faillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van verificatievergadering opgenomen erkende, en niet door de gefailleerde betwiste, vordering (art. 196-197 Fw). Toepasselijkheid van verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:324 lid
Procesrecht. Octrooirecht. Modellenrecht. Slaafse nabootsing. Voortzetting procedure in appel door oorspronkelijke partijen. Na rechtenoverdracht procederen onder lastgeving op naam. Stelplicht en bewijslast. Beschermingsomvang. Plausibiliteit. Problem-solution approach. Procesko
Artt. 196 Fw, 319 en 3:324 BW. Verjaring van een geverifieerde vordering? Erkenning van een in faillissement ingediende vordering zonder betwisting door failliet kan worden aangemerkt als, of op een lijn worden gesteld met het instellen van een eis die door toewijzing wordt gevol
Faillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van verificatievergadering opgenomen erkende, en niet door de gefailleerde betwiste, vordering (art. 196-197 Fw). Toepasselijkheid van verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:324 lid
Belanghebbende heeft bij akte van 12 april 2002 het woonhuis van zijn schoonvader geleverd gekregen. Van de koopsom werd een gedeelte door de schoonvader kwijtgescholden en zij spraken af dat schoonvader het feitelijke woongenot zou behouden. Ter zake van deze levering werd overd
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Collectieve actie effectenlease-overeenkomst, art. 3:305a BW. Geldt stuitende werking ook voor bevoegdheid tot buitengerechtelijke vernietiging ex art. 1:89 BW? Zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW.
Tekortschieten financiële dienstverlening Bank, gebrekkig advies, schadevordering. Klachtplicht art. 6:89 BW, tijdigheid klacht, relevante omstandigheden. Stuiting verjaring, art. 3:317 lid 1 BW; stuitende werking door daad van rechtsvervolging, art. 3:316. Causaal verband tusse
-
Rechtskracht van onherroepelijke rechterlijke beslissing die achteraf onjuist blijkt te zijn.
Geen gezag van gewijsde.
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Rechtsbetrekking in geschil.
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Rechtsbetrekking in geschil. Komt aan een eerdere beslissing waarbij enkel het bestaan van een feit wordt aangenomen gezag van gewijsde toe?