10 september 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/101HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, a
Burgerlijk Wetboek
Art. 157 BW
Genoemd in 30 uitspraken · Officiële wettekst
30 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
5 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/051HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, nie
Terhandstelling algemene voorwaarden voorshands bewezen op grond van tekst van de huurovereenkomst? Nee, in dit geval niet. Zie rov. 3.5.1 tot en met 3.5.9 van het arrest. Oplevering bedrijfsruimte (gebruik als kookstudio) na einde huurperiode. Onderscheid moet worden gemaakt tus
Bekentenis fraude door werkneemster, heeft slechts gedeeltelijk dwingende bewijskracht waar goedschrift ontbreekt.
Familierecht. Partneralimentatie na tweede huwelijk, verlenging van alimentatieduur; duur eerste huwelijk ingevolge art. 1:166 BW meetellen bij duur huwelijk als bedoeld in art. 1:157 lid 6 BW; uitleg echtscheidingsconvenant; hoger beroep, grievenstelsel, ontvankelijkheid inciden
Belanghebbende diende tijdig bezwaar in tegen de aanslagen IB/premies 2019 en 2021. De Inspecteur besliste daar niet binnen de wettelijke termijn op, waarna belanghebbende beroep instelde. Het Gerecht verklaart het beroep gegrond maar niet-ontvankelijk, omdat tijdens de zitting a
Haviltex. Afspraak in huurovereenkomst dat huurkorting wordt verkregen indien werkzaamheden aan het gehuurde worden uitgevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat partijen hebben bedoeld dat de huurder in ruil voor de huurkorting werkzaamheden zou uitvoeren én de materiaalkosten
Vordering in kort geding tot ontruiming van een op de voet van artikel 7:271 lid 1 BW voor twee jaar gehuurde woning afgewezen omdat onvoldoende zeker is dat die vordering in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen.
Partneralimentatie. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd aangetoond dat zij niet in staat is in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Gelet op alle omstandigheden wordt er rekening gehouden met een verdiencapaciteit aan de zijde van de vrouw gebaseerd op een werkweek van 24 uu
In de kern betreft dit geschil de vraag of gedaagde op grond van een geldige volmacht een huurovereenkomst heeft gesloten tussen Den Hollandsche en zijn -beweerdelijke - volmachtgever. Gedaagde wordt in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat hij beschikte over een geldige volm
Koop bouwkavel. 10% boete bij ontbinding koopovereenkomst wegens niet verkregen financiering. Geen sprake van oneerlijk beding. Beroep op matiging afgewezen.
All-inprijs huur, terhandstelling algemene voorwaarden, herstel schade ruiten.
Samenlevers. Overeengekomen recht op partneralimentatie. Ingangsdatum niet geregeld. Geen beperking in duur partneralimentatie ondanks dat het verzoek vlak voor 1 januari 2020 is gedaan.
Huur bedrijfsruimte: verhuurder heeft pand gekocht van vorige verhuurder. Geschil over hoogte huurprijs. Bewijsopdracht huurders die stellen dat een lagere huurprijs is overeengekomen.
Opdracht van incassobureau aan deurwaarder. Vraag of tussen het incassobureau en een vereniging waarvan de deurwaarder lid was een raamovereenkomst gold krachtens welke het incassobureau haar opdrachten exclusief diende te geven aan een bij de vereniging aangesloten lid en waarte
Limitering partneralimentatie. Geen wijziging van omstandigheden ten aanzien van de alimentatieovereenkomst. De door de man gestelde omstandigheden waren toen ook bekend.
art. 157 lid 2 Rv bewijskracht echtscheidingsconvenant
Geen verlenging van de termijn van twaalf jaar op grond van artikel 1:157 lid 5 BW.
Ontslag op staande voet na verduistering in dienstbetrekking rechtmatig geoordeeld. Schuldbekentenis voldoet zonder goedschrift niet aan art. lid 1 Rv. Schatting van de schade.
Hoger beroep van tussenvonnis met bewijsopdracht waarvan de rechtbank tussentijds hoger beroep heeft toegestaan. Beperkt belang van het hoger beroep omdat het slechts gericht is tegen een voorshands bewijsoordeel. Over het definitieve bewijs kan pas na de bewijslevering worden ge
Uitleg onderhandse akte waarin kwijting is verleend.
Het standpunt van gedaagde is, voor zover het inhoudt dat het echtscheidingsconvenant boven de rechterlijke uitspraak gaat, onjuist omdat het geen grondslag in het recht vindt. Ten overvloede wijst de rechtbank erop dat de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof te Arnhem te de
Familierecht. Partneralimentatie; bijdrage overlijdensrisicoverzekering als voorziening in zin van art. 1:157 lid 2 BW ter dekking van risico van vooroverlijden van onderhoudsplichtige, maatstaf; proceskostenveroordeling op voet van art. 289 Rv., vergoeding van werkelijke kosten.
Partneralimentatie. Artikelen 1:401, tweede lid, en 1:157, vijfde lid, BW; termijn voor indiening van een verlengingsverzoek; te late indiening leidt tot niet-ontvankelijkheid. Status latere toezeggingen.
Limitering "nieuw geval"