Art. 67e AWR. Spontane aangifte. Verhouding tot HR BNB 2022/141. Staat aan opleggen vergrijpboete bij navorderingsaanslag in de weg dat de belastingplichtige niet op de voorgeschreven wijze is uitgenodigd tot het doen van aangifte?
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 9 AWR
Genoemd in 123 uitspraken · Officiële wettekst
123 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie plv. AG. Feitelijk leidinggeven aan het niet/onjuist doen van verschillende belastingaangiften, art. 69 AWR. Vervolg op ECLI:NL:HR:2022:86. Middel 1: bewijsklachten feit 1. Volgt uit de bewijsvoering dat 'opzettelijk' geen aangifte is gedaan en is sprake van een 'bij d
Artikel 9 AWR; artikel 25, lid 3, AWR; artikel 27e, lid 1, AWR; artikel 67d AWR; artikel 67e AWR; is vergrijpboete ook mogelijk als de belanghebbende niet correct is uitgenodigd tot het doen van aangifte?; is bovendien een aanmaning vereist?; betekenis uitnodiging en aanmaning vo
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil (i) over de vraag of na het verstrijken van de reguliere aanslagtermijn belanghebbende mag worden uitgenodigd tot het doen van aangiften IB/PVV, en zo ja, (ii) over de toepassing van de verlengde navorderingstermijn in re
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden, een taakstraf van 120 uren en ontzet verdachte voor de duur van 3 jaren uit het recht op de uitoefening van het beroep als bestuurder van een rechtspersoon. De verdachte is schuldig
De rechtbank laat de correcties van het resultaat uit overige werkzaamheid in stand, die zijn gemaakt vanwege de inkomsten die belanghebbende heeft genoten en zijn betrokkenheid bij het samenwerkingsverband. De rechtbank beoordeelt tevens de opgelegde boetes.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 15.000,- De verdachte is schuldig bevonden aan medeplegen van opzettelijke belastingfraude.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 303 dagen, waarvan 300 dagen voorwaardelijk, een taakstraf van 120 uren en ontzet de verdachte voor de duur van 3 jaren uit het recht op de uitoefening van het beroep als bestuurder van een rechtspersoon. De verdac