Gelet op het bepaalde in art. 53 lid 1 Wet op de accijns jo art. 8 lid 1 en art. 10 lid 1 AWR ontstaat de verplichting tot het doen van aangifte niet als gevolg van een uit de heffingswet voortvloeiende belastingschuld, maar door de uitreiking ex art. 6 lid 1 AWR van een aangifte
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 8 AWR
Genoemd in 144 uitspraken · Officiële wettekst
144 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
OM-cassatie. Vrijspraak van opzettelijk onjuist/onvolledig doen van aangifte omzetbelasting en inkomstenbelasting op naam van medeverdachte en/of haar eenmanszaak (art. 69 AWR). Is het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte een kwali
1. In de bewezenverklaring onder 1 t/m 4 heeft het hof geoordeeld dat verdachte als pleger moet worden aangemerkt van het namens de in de bewezenverklaring genoemde vennootschappen onjuist en onvolledig doen van de aangiften omzetbelasting. Vzv. in dat oordeel moet worden geacht
Opzettelijk onjuist/onvolledig doen van aangifte inkomstenbelasting (meermalen gepleegd) door als belastingadviseur ten name van anderen onjuiste aftrekposten op te geven, art. 69.2 AWR. Kan verdachte in zijn hoedanigheid van belastingadviseur worden aangemerkt als ‘degene die bi
Conclusie AG. OM-cassatie. Middel stelt de vraag aan de orde of het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte (art. 69 lid 2 AWR) een kwaliteitsdelict is zodat alleen een aangifteplichtige de pleger kan zijn. AG stelt zich op het standp
Art. 27e, letter a, AWR; vereiste aangifte inkomstenbelasting niet gedaan bij ten onrechte opgevoerde aftrekpost, indien het bedrag aan belasting dat daardoor niet zou worden geheven relatief en absoluut omvangrijk is en de belastingplichtige dat wist of zich daarvan bewust moet
-
De inspecteur heeft terecht gesteld dat niet voldaan is aan de administratieplicht en dat sprake is van dermate ernstige gebreken dat deze toepassing van de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast rechtvaardigen. Of de inspecteur voor de jaren 2001 en 2003 beschikte
Aanslagen vennootschapsbelasting met verzuimboetes. Het hof is van oordeel dat de inspecteur de aanslagen 2011 tot en met 2016 op de voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt. In dat geval is niet in geschil dat het bezwaar tegen die aanslagen niet binnen de bezwaartermijn is inge
Art. 67e AWR. Spontane aangifte. Verhouding tot HR BNB 2022/141. Staat aan opleggen vergrijpboete bij navorderingsaanslag in de weg dat de belastingplichtige niet op de voorgeschreven wijze is uitgenodigd tot het doen van aangifte?
Conclusie plv. AG. Feitelijk leidinggeven aan het niet/onjuist doen van verschillende belastingaangiften, art. 69 AWR. Vervolg op ECLI:NL:HR:2022:86. Middel 1: bewijsklachten feit 1. Volgt uit de bewijsvoering dat 'opzettelijk' geen aangifte is gedaan en is sprake van een 'bij d
Leerstuk vereiste aangifte van toepassing in verrekenprijsgeschillen. Omkering en verzwaring bewijslast. Redelijke schatting Belanghebbende, X B.V., maakt deel uit van een internationaal opererend concern dat zich bezighoudt met de verwerking van agrarische grondstoffen. In gesch
A-G Niessen heeft conclusie genomen inzake een geschil of een aanmaning tot het doen van aangifte vereist is om de vergrijpboete van artikel 67d, lid 1, AWR op te kunnen leggen. Belanghebbende is uitgenodigd en herinnerd tot het doen van aangifte voor het jaar 2015. Op verzoek va
Opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting ten name van anderen (meermalen gepleegd), art. 69.2 AWR. Kan verdachte als pleger van tlgd. worden aangemerkt? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:121, inhoudende dat aangifte uitsluitend kan worden aan
Aannemelijk is gemaakt dat belanghebbende, een natuurlijk persoon en Ultimate Beneficial Owner van een Ltd, in Nederland woont. Geen omkering en verzwaring van de bewijslast. Navorderingsaanslag IB/PVV 2011 wordt vernietigd wegens het ontbreken van kwade trouw. Feitelijke comple
1. Art. 126dd Sv, gebruik tapgegevens voor een ander strafrechtelijk onderzoek. 2. Bewijs medeplegen t.a.v. feit 1. 3. Bewijsmotivering feiten 1 en 3. Opzet van mededaders. Uitleg HR LJN AU2246. 4. Gegronde bewijsklacht (feit 1). De Hoge Raad spreekt om doelmatigheidsredenen zelf
Onderzoek Trailers, onderdeel Trailers 4. BTW-carrouselfraude, bewezenverklaring. Onjuiste en/of onvolledige aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift. Geldboete € 497.500.
Onderzoek Trailers, onderdeel Trailers 1. BTW-carrouselfraude, gedeeltelijke bewezenverklaring. Onjuiste en/of onvolledige aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift. Geldboete € 47.500.
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil (i) over de vraag of na het verstrijken van de reguliere aanslagtermijn belanghebbende mag worden uitgenodigd tot het doen van aangiften IB/PVV, en zo ja, (ii) over de toepassing van de verlengde navorderingstermijn in re
Overheidsprivaatrecht. Belastingrecht. Kortgedingvordering Belastingdienst tot verstrekken van informatie ex art. 47 AWR. Heeft hof verzuimd na te gaan of verlangde informatie bestaat en of belastingplichtigen daarover (kunnen) beschikken?
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of het in een Liechtensteinse Stiftung ingebrachte vermogen kwalificeert als een APV in de zin van artikel 2.14a, lid 2, Wet IB 2001, en of dit vermogen aan belanghebbende moet worden toegerekend. De vader van belanghe
Belanghebbende heeft geen aangifte omzetbelasting gedaan omdat zij het aangiftebiljet nimmer heeft ontvangen. Op grond van artikel 6, lid 4 ALL in samenhang met artikel 6, lid 1 ALL ontstaat de aangifteplicht pas wanneer de Inspecteur de vermoedelijk belastingplichtige daartoe he
Omkering en verzwaring bewijslast, omdat trustvraag in aangifte niet is beantwoord. Antwoord is van belang voor geschil over correctie inkomen uit aanmerkelijk belang in 2014. Artikel 4.22 IB 2001 terecht toegepast. Redelijke schatting op grond van subsidiaire standpunt inspecteu
Verwijzingsuitspraak n.a.v. HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84. Met het verwijzingsarrest is onherroepelijk komen vast te staan dat belanghebbende voor de jaren 2011 t/m 2015 als binnenlands belastingplichtige moet worden aangemerkt en dat hij op grond van het belastingverdra
A-G IJzerman heeft een vordering tot cassatie in het belang der wet ingesteld tegen het vonnis van de Kantonrechter, waarin deze is gekomen tot het oordeel dat de dwangsomregeling bij het niet tijdig geven van een beschikking op aanvraag, niet van toepassing is ten aanzien van ve