Conclusie AG. Opzettelijk niet binnen de gestelde termijn doen van aangiften van de inkomstenbelasting en de belasting op bedrijfsomzetten door een politicus in Sint Maarten. Geklaagd wordt onder meer over de verwerping van het beroep op de inkeerbepaling (art. 49.3 ALL). Tevens
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 8 AWR
Genoemd in 144 uitspraken · Officiële wettekst
144 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Belanghebbende was bestuurder van [B] B.V. Op 9 december 2008 is het faillissement van [B] uitgesproken. Belanghebbende is door de Ontvanger bij beschikking als bestuurder aansprakelijk gesteld voor aan [B] opgelegde en onbetaald gebleven naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasti
Art. 8 AWR. Art. 52a AWR. Art. 52 AWR. De Inspecteur geeft een informatiebeschikking, waarin hij vaststelt dat belanghebbende voor 2008 tot en met 2010 niet aan zijn aangifteverplichting (art. 8 AWR) en zijn administratieplicht (art. 52 AWR) heeft voldaan. Omdat de Inspecteur voo
Art. 2f van de Wet op de accijns. Art. 52 AWR. Art. 34 Wet OB. Belanghebbende is betrapt met onveraccijnsde sigaretten. De Inspecteur heeft geen aangiftebiljetten uitgereikt, zodat belanghebbende niet verplicht was aangifte te doen. Sanctie van de omkering en de verzwaring van de
Art. 69.2 (oud) AWR. “bij de Belastingwet voorziene aangifte”. De opvatting van het middel “dat onder een aangifte wordt verstaan een op uitnodiging van de inspecteur gedane schriftelijke (elektronische) opgave door een burger of onderneming die belastingplichtig of inhoudingspli
AWR, omkering bewijslast, gedeeltelijk; overlegging stukken.
Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting ten name van rechtspersonen, art. 69.1 AWR. 1. Bewijsklacht. Kan verdachte als pleger worden aangemerkt, nu hij niet hoedanigheid van ‘aangifteplichtige’ heeft? 2. Volgens daarvan opgemaakte akten is beroep o.m. niet geri
Opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting ten name van anderen, meermalen gepleegd, art. 69.2 AWR. Kan verdachte als pleger van tlgd. worden aangemerkt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:121, inhoudende dat aangifte uitsluitend kan worden aangemerkt a
Kan een verzoek om geruisloze doorschuiving op grond van art. 3.63 Wet IB 2001 door de overnemer eenzijdig worden herzien? Deze zaak gaat over de geruisloze doorschuiving van art. 3.63 Wet IB 2001. Meer in het bijzonder gaat het hier over de vraag of de overnemer eenzijdig tot in
Kan een verzoek om geruisloze doorschuiving op grond van art. 3.63 Wet IB 2001 door de overnemer eenzijdig worden herzien? Deze zaak gaat over de geruisloze doorschuiving van art. 3.63 Wet IB 2001. Meer in het bijzonder gaat het hier over de vraag of de overnemer eenzijdig tot in
Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Belanghebbende heeft in de aangifte loonheffingen over het tijdvak december 2017 op collectief niveau de premiekorting arbeidsgehandicapte medewerker toegepast en op nominatief niveau de indicatie premiekorting oudere werknemers aangevinkt v
Aanslagen IB/PVV 2016 t/m 2018; artikel 6:7 Awb, artikel 6:10 Awb; vaststellingsovereenkomst. Termijnoverschrijding indienen bezwaar- en beroepschrift. Het Hof vernietigt de tweede uitspraak op bezwaar. De Rechtbank heeft het bezwaarschrift tegen de afwijzing van het verzoek om a
Belanghebbende verzoekt per brief om teruggaaf van omzetbelasting. Zij heeft ten onrechte omzetbelasting gefactureerd en zij herstelt dat door creditfacturen. Het hof is van oordeel dat het verzoek om teruggaaf ter zake van de creditfacturen een verzoek om ambtshalve vermindering
Belanghebbende verzoekt per brief om teruggaaf van omzetbelasting. Zij heeft ten onrechte omzetbelasting gefactureerd en zij herstelt dat door creditfacturen. Het hof is van oordeel dat het verzoek om teruggaaf ter zake van de creditfacturen een verzoek om ambtshalve vermindering
Ambtshalve aanslag vennootschapsbelasting. Omkering en verzwaring van de bewijslast wegens het niet doen van de vereiste aangifte. Redelijke schatting. Verzuimboete is passend en geboden.
Geslaagd beroep op vertrouwensbeginsel in een OB-zaak betreffende zonnepanelen.
In geschil is het in aanmerking genomen voordeel uit aanmerkelijk belang, waarbij verweerder - op grond van artikel 4.22 van de Wet IB 2001 - bij het opleggen van de aanslag is afgeweken van de tussen eiseres en de BV voor de aandelen overeengekomen koopprijs. Naar het oordeel va
(i) Structureel aangifteverzuim; omkering bewijslast; redelijkheid schatting NV-winst; salarisschatting wijkt af van gebruikelijk-loonbijtelling in de eveneens bewijslast-omgekeerde IB-zaak van de DGA. (ii) corona-zitting met telefonische verbinding Tijdelijke wet COVID-19 Justit
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of het in een Liechtensteinse Stiftung ingebrachte vermogen kwalificeert als een APV in de zin van artikel 2.14a, lid 2, Wet IB 2001, en of dit vermogen aan belanghebbende moet worden toegerekend. De vader van belanghe
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of het in een Liechtensteinse Stiftung ingebrachte vermogen kwalificeert als een APV in de zin van artikel 2.14a, lid 2, Wet IB 2001, en of dit vermogen aan belanghebbende moet worden toegerekend. De vader van belanghe
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of het in een Liechtensteinse Stiftung ingebrachte vermogen kwalificeert als een APV in de zin van artikel 2.14a, lid 2, Wet IB 2001, en of dit vermogen aan belanghebbende moet worden toegerekend. De echtgenoot van bel
Conclusie AG. Door belastingadviseur/-consulent opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting ten name van anderen door onjuiste aftrekposten op te geven, art. 69.2 AWR. 1. Kwaliteitsdelict. 2. Voorwaardelijk opzet op onjuistheid aangiften. Conclusie strekt tot vernie
Inkomstenbelasting; omkering en verzwaring bewijslast vanwege het niet doen van de vereiste aangiften; woonplaats?
Belanghebbende levert sinds de ingebruikname, op 1 september 2012, van zijn zonne-energie-installatie, een deel van de met die installatie opgewekte elektriciteit tegen vergoeding aan de energiemaatschappij. Ter zake van deze leveringen is belanghebbende ondernemer in de zin van
Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd alsmede een vergrijpboete. Voorts is voor het jaar 2005 een aanslag IB/PVV opgelegd alsmede een vergrijpboete. In geschil is de vraag of het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV 2004 gerechtvaa