Invordering; art. 36 IW, art. 69 AWR, art. 5:44 Awb; aansprakelijkstelling voor naheffingsaanslagen loonheffingen, is het aansprakelijk stellen voor de vergrijpboete naast de strafrechtelijke veroordeling in strijd met het una-viabeginsel?
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 69 AWR
Genoemd in 565 uitspraken · Officiële wettekst
565 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en het betalen van een geldboete van € 50.000,-. De verdachte is schuldig bevonden aan belastingfraude, meermalen gepleegd en opzettelijk gebruikmaken van valse of vervalste geschriften.
Opzettelijk een der feiten begaan, omschreven in artikel 68, eerste lid, onderdeel a en b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.
Conclusie A-G. Bewezenverklaard dat verdachte (natuurlijke persoon) onjuiste aangiften inkomstenbelasting deed, en onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en omzetbelasting medegepleegde ten name van door hem beheerste BV en een CV. Hof acht verdachte 'economische eigenaar' van
Opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting, art. 69.1 AWR. Bewijsklacht niet doen van aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016. Heeft verdachte in bewezenverklaarde periode de aangiften vennootschapsbelasting over jaren 2015 en 2016 niet gedaan? Ho
Veroordeling feitelijke leidinggeven aan niet voldoen aan verplichting tot medewerking aan boekenonderzoek met de Belastingdienst en doen van onjuiste belastingaangiften. Taakstraf 360u met aftrek, gevangenisstraf 6 maanden VW.
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van bij de belastingwet voorziene aangiften vennootschapsbelasting (feit 1) en inkomstenbelasting (feit 2) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 3). Acht middelen. M1 en M4 zijn gericht tegen bwv feit 1. M1 slaagt
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte vennootschapsbelasting (art. 69 lid 1 AWR) (feit 1) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 2). Zes middelen. M1 (klacht over afgewezen verzoeken tot oproeping van getui
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte vennootschapsbelasting (art. 69 lid 1 AWR) (feit 1) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 2). Zeven middelen. M1 (klacht over afgewezen verzoeken tot oproeping van get
Het hof is van oordeel dat belanghebbende in 2015 naar nationaal recht in Nederland woonde en binnenlands belastingplichtig is. Toepassing van belastingverdragen staat daar niet aan in de weg. De aanslag IB/PVV 2015 is te hoog vastgesteld, ondanks dat de inspecteur zich terecht o
Het hof is van oordeel dat belanghebbende in 2015 naar nationaal recht in Nederland woonde en binnenlands belastingplichtig is. Toepassing van belastingverdragen staat daar niet aan in de weg. De aanslag IB/PVV 2015 is te laag vastgesteld; de inspecteur heeft zich terecht op inte
Conclusie AG. Feitelijk leiding geven van door een rechtspersoon meermalen gepleegde feiten, te weten: 1. opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, meermalen gepleegd (art. 69 lid 2 Awr) en 2. ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voor raad
Conclusie AG. Feitelijk leiding geven aan medeplegen van opzettelijk onjuist doen van aangiften OB. 4 middelen. M1: kan uit omstandigheid dat verdachte omzetcijfers aan boekhouder verstrekte en niet de onderliggende administratie voorwaardelijk opzet worden afgeleid? M2 klaagt ov
Conclusie AG. Feitelijk leiding geven aan door vier uitzendbureaus doen van onjuiste en/of onvolledige aangiftes loonbelasting. Jaddoe-geval (feiten 1 en 2). De middelen over de vraag of sprake is van bij de belastingwet voorziene aangiften die onjuist en/of onvolledig zijn gedaa
Conclusie AG. Meermalen opzettelijk onjuist aangifte doen (belastingfraude) en gewoontewitwassen. Slagend middel over strafrechtelijke aansprakelijkheid verdachte als pleger van belastingfraude. Tevens slagend middel over beoordeling door hof van overschrijding redelijke termijn.
Vrijspraak van artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet. Veroordeling voor medeplegen van valsheid in geschrift, feitelijke leidinggeven aan valsheid in geschrift (artikel 225 lid 1 Sr) en onjuist doen van belastingaangiften (artikel 69 AWR). Benadelingsbedrag van ruim € 485.000. Aan
Minimega Mandarijn. Verweren in het kader van artikel 359a Wetboek van Strafvordering verworpen. Vrijspraak voor (gewoonte)witwassen. Veroordeling voor het medeplegen van valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) en het deelnemen aan een criminele organisatie tot een geldboete t
Minimega Mandarijn. Verweren in het kader van artikel 359a Wetboek van Strafvordering verworpen. Veroordeling voor het medeplegen van gewoontewitwassen, belastingfraude (meermalen gepleegd), het medeplegen van valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) en het deelnemen aan een cr
Minimega Mandarijn. Verweren in het kader van artikel 359a Wetboek van Strafvordering verworpen. Veroordeling voor het medeplegen van gewoontewitwassen, belastingfraude (meermalen gepleegd), het medeplegen van valsheid in geschrift en het deelnemen aan een criminele organisatie t
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 15.000,- De verdachte is schuldig bevonden aan medeplegen van opzettelijke belastingfraude.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 303 dagen, waarvan 300 dagen voorwaardelijk, een taakstraf van 120 uren en ontzet de verdachte voor de duur van 3 jaren uit het recht op de uitoefening van het beroep als bestuurder van een rechtspersoon. De verdac
Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, voor twee feiten met betrekking tot kort gezegd valsheid in geschrift. Verdachte deed als feitelijke leidinggevende van twee bedrijven via e
Belastingfraude? Vrijspraak van feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair. Veroordeling voor de onder feiten 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde valsheid in geschrift . Artikel 69 AWR is kwaliteitsdelict. Verdachte is niet de belastingplichtige noch een van de in artikel 42-44 AWR g
Minimega Mandarijn. Officier van justitie niet-ontvankelijk in verband met het overlijden van de verdachte.
Conclusie plv. AG. Art. 2 onder C Opiumwet. Verdachte heeft, na eerder opgelegde bestuurlijke last onder dwangsom, dwangsom verbeurd i.v.m. aanwezig hebben cocaïne, en is daarna strafrechtelijk vervolgd. Strijd met aan art. 68 Sr ten grondslag liggende ne bis in idem-beginsel zoa