Steekpenningen, omkoping, corruptie, belastingontduiking, ontvankelijkheid OM. OM niet-ontvankelijk ten aanzien van feit 2 op grond van artikel 69 lid 4 AWR. Veroordeling voor feit 1, 3 en 4 tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 j
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 69 AWR
Genoemd in 565 uitspraken · Officiële wettekst
565 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 21 · live
Verdachte heeft jaren lang op slinkse wijze misbruik gemaakt van het systeem van ZZP-ers. Hij heeft daardoor niet alleen het vertrouwen dat stratenmakers op grond van een gezamenlijk arbeidsverleden in hem stelden, zwaar beschaamd, ook heeft hij op grove wijze misbruik gemaakt v
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.
artikel 68 AWR, 69 AWR, 225 lid 2 Sr, 47 Sr Vrijspraak Geen verplichting ingevolge de belastingwet tot het beschikbaar stellen van informatie; immers slechts sprake van in de gelegenheid stellen om op voornemen belastinginspecteur te reageren. Uitgekeerde vergoeding heeft in iede
Het middel doet in navolging van het ttz. in h.b. gevoerde verweer een beroep op de arresten van de Derde Kamer van de HR van LJN AV0821, BNB 2006/204, en LJN AV0826, BNB 2006/205. Het Hof heeft geoordeeld dat de door de verdediging genoemde arresten louter betrekking hebben op d
Artikel 69 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen De rechtbank is van oordeel dat voor de beantwoording van de vraag of ten deze sprake is van een bij de belastingwet voorziene aangifte in de zin van artikel 69, lid 2 AWR het er om gaat of het desbetreffende formulier/aangiftebilje
Witwassen van zwart geld. Artikel 69 AWR kan kwalificeren als gronddelict van witwassen.
- douanerechten - controle achteraf oorsprongscertificaat (artikel 32 Protocol nr. 4 bij Interimovereenkomst EG-Israël) - vergissing douaneautoriteiten eenvoudig te ontdekken? (Artikel 220, lid 2, letter b, CDW - navorderingstermijn: op ontduiken gericht handelen (artikel 22e AWR
Begrip nadeel i.d.z.v. Aanwijzing sociale zekerheidsfraude. Zoals in de conclusie van de AG is uiteengezet, moet o.g.v. doel en strekking van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude worden aangenomen dat het daarin gebezigde begrip “nadeel” mede ziet op het potentiële nadeel in ee
69 AWR geen gronddelict witwassen
Belastingfraude bij de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. Samenhang met 02451/06 en 02453/06. 1. Strafrechtelijke immuniteit mbt handelen i.h.k.v. bestuurstaak. Art. 359.2 en 358.3 Sv. 2. Ontvankelijkheid OM. 3. Opzet rechtspersoon. Verdachte is een publiek
Verdachte heeft drie door hem ingediende belastingaangiftenformulieren onjuist laten invullen door telkens een te laag bedrag aan belastbaar inkomen op te geven, teneinde minder belasting te betalen dan verschuldigd. Hij heeft hierdoor bewerkstelligd dat de Belastingdienst niet i
Vrijspraak terzake belastingfraude Wet BPM. Nu aan verdachte geen uitnodiging is gedaan tot het doen van aangifte maar direct een naheffingsaanslag is opgelegd, komt het hof niet tot bewezenverklaring van het, op art. 69 AWR toegesneden, ten laste gelegde. Verweren ter zake van o
Fiscale fraude horecabedrijven 1. Veroordeling wegens medeplegen van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften, meermalen gepleegd. Het hof stelt voorop dat een natuurlijk persoon als pleger zoals bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt, ook a
Fiscale fraude horecabedrijven 1. Veroordeling wegens medeplegen van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften, meermalen gepleegd. Het hof stelt voorop dat een natuurlijk persoon als pleger zoals bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt, ook a
Fiscale fraude horecabedrijven 1. Veroordeling wegens medeplegen van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften, meermalen gepleegd. Het hof stelt voorop dat een natuurlijk persoon als pleger zoals bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt, ook a
Fiscale fraude horecabedrijven 1. Veroordeling wegens medeplegen van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften, meermalen gepleegd. Het hof stelt voorop dat een natuurlijk persoon als pleger zoals bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt, ook a
notarisklerk veroordeeld inzake malversaties bij kavelruil
OM-cassatie. Opzet in art. 69.2 AWR. De gegeven vrijspraak van het Hof geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting. Het enkele feit dat een belastingaangifte - naar later door verdachte wordt erkend - onjuist of onvolledig is, brengt nog niet mee dat verdachte daarop van m
Grondslag van de tll. Het middel berust op de stelling dat het Hof t.a.v. drie bewezenverklaarde feiten “plegen” en “doen plegen” naast elkaar bewezen heeft verklaard. Het Hof heeft, aldus het middel, ten onrechte niet gekozen uit die telkens primair en subsidiair tenlastegelegde
Hof heeft het bewezenverklaarde derde feit als volgt gekwalificeerd: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onvolledig doen, begaan door een rp, terwijl hij aan het feit feitelijk leiding heeft gegeven. HR leest kwalificatie verbeterd. Overeenkomstig art. 68.2 ond
Belastingadviseur voetbaltrainer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden en een geldboete van € 45.000,-- voor het onjuist of onvolledig invullen van belastingaangiftes
Voetbaltrainer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van € 45.000,-- voor het onjuist en onvolledig doen van de belastingaangifte.
1. Inkeerbepaling art. 69.3 AWR en feitelijke leidinggever. 2. I.c. geen compensatie termijnoverschrijding door voortvarende behandeling in appel. Ad 1. Art. 69.3 AWR sluit onder de daar genoemde omstandigheden strafvervolging van de “schuldige” uit. Dat heeft tot gevolg dat dege
1. Inkeerbepaling art. 69.3 AWR en feitelijke leidinggever. 2. I.c. geen compensatie termijnoverschrijding door voortvarende behandeling in appel. Ad 1. Art. 69.3 AWR sluit onder de daar genoemde omstandigheden strafvervolging van de “schuldige” uit. Dat heeft tot gevolg dat dege