Profijtontneming. Volledige bedrag van verschil begin- en eindvermogen ontnomen als wederrechtelijk verkregen voordeel. Zwarte inkomsten uit autohandel fiscaal niet verantwoord maar daartoe heeft veroordeelde zich niet beperkt. Door deze gelden telkens aan te wenden in economisch
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 69 AWR
Genoemd in 565 uitspraken · Officiële wettekst
565 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
Vrijspraak van het opzettelijk valselijk opmaken dan wel het voorhanden hebben van een overeenkomst. Veroordeling wegens het doen van een onjuiste aangifte inkomstenbelasting.
1. Verwerping verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid (n-o) OM in de vervolging. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (uos), art. 359.2 Sv. Ad 1. Het Hof diende ingevolge art. 358.3 en art. 359.2.1e volzin Sv een gemotiveerde beslissing te geven op het verweer strekkende to
Geen overschrijding van de redelijke termijn ondanks langdurige procedure; Woonplaatsbegrip als bedoeld in artikel 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen betreffende een binnenlandse belastingplichtige; Het onjuist doen, dan wel het niet doen van belastingaangiften; Hogere
Artikel 16, lid 3, AWR, Hoofdstuk VIIIA AWR, artikel 5:45 Awb. Bij een bestuurlijke boete/verhoging moet de rechter ambtshalve onderzoeken of de bevoegdheid tot het opleggen van die boete/verhoging door tijdsverloop is verstreken. Dit geldt ook wanneer afstand is gedaan van een b
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 09/05158
Gelet op het bepaalde in artikel 69 vierde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is strafvervolging op grond van artikel 225 tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (Sr) uitgesloten indien het feit waarvoor de verdachte wordt vervolgd tevens onder een van de bep
Afwijzing verweer tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie waarbij is gesteld dat op grond van de aanwijzingen in de ATV-richtlijn 2006 verdachte niet vervolgd zou mogen worden. Verdachte is tenlastegelegd onjuiste belastingaangifte doen over de jaren 2002, 20
Afwijzing verweer tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie waarbij is gesteld dat op grond van de aanwijzingen in de ATV-richtlijn 2006 verdachte niet vervolgd zou mogen worden. Verdachte is tenlastegelegd onjuiste belastingaangifte doen over de jaren 2002, 20
Ex maatschappelijk werkers Vinkenslag veroordeelt wegens valsheid in geschriften. 1. De rechtbank verklaart de dagvaarding partieel nietig, omdat niet duidelijk is welk juridisch verwijt de verdachten wordt gemaakt. 2. Er is sprake van een ernstige inbreuk op de goede procesorde
Art. 15.1.c.1 Wet omzetbelasting 1968 en art. 17.2.b. Zesde Richtlijn 77/388/EEG. Recht op aftrek van voorbelasting? Door de verdediging is in feitelijke aanleg niet aangevoerd dat en waarom i.c. sprake is van “gebruik van goederen voor belaste handelingen”. De vaststellingen van
Fiscale fraude. HR: 81 RO.
Cassatie OM en verdachte. Gepleegde strafbare feiten bij het verlenen van personeelsopties. 1. Art. 225.1 (oud) Sr. Motivering vrijspraak. 2. Art. 69 AWR. Verwerping beroep op n.o. OM. Ad 1. HR: art. 81 RO. Ad 2. Het Hof heeft de verwerping van het verweer doen steunen op omstand
Cassatie OM en verdachte. Gepleegde strafbare feiten bij het verlenen van personeelsopties. 1. Art. 225.1 (oud) Sr. Motivering vrijspraak. 2. Art. 69 AWR. Verwerping beroep op n.o. OM. Ad 1. Geen sprake van grondslagverlating. ’s Hofs oordeel moet aldus worden verstaan dat het ni
Cassatie OM en verdachte. Gepleegde strafbare feiten bij het verlenen van personeelsopties. 1. Art. 225.1 (oud) Sr. Motivering vrijspraak. 2. Art. 69 AWR. Verwerping beroep op n.o. OM. Ad 1. HR: art. 81 RO. Ad 2. Het Hof heeft de verwerping van het verweer doen steunen op omstand
Verdachte is directeur van een BV die wordt verdacht van deelname aan een btw-carroussel in de autohandel. Verdachte en de BV waarvan hij directeur is zijn de initiatiefnemer van deze fraude. Bij het opleggen van een straf is ten gunste van verdachte rekening gehouden met de ove
Verdachte is directeur van een BV die wordt verdacht van deelname aan een btw-carroussel in de autohandel. Verdachte maakte dat mede mogelijk door formeel als directeur van een van de betrokken BV's te fungeren. Hij is verantwoordelijk voor het niet indienen van aangiften omzetb
kwaliteitsdelict, normadressaat
Beroep op de inkeerbepaling a.b.i. art. 69.1. AWR. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AB1375 (belastingkamer). Het Hof heeft met het in zijn overwegingen besloten liggende oordeel dat de belastingplichtige BV, toen verdachte namens haar ter verbetering van de eerder
Verdachte heeft zich, met anderen (medeverdachten [B], zijn zoon [C], [D], [E] en [F]) schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan belastingfraude door een groep tuinders in het Westland en aan valsheid in geschrift en witwassen om deze fraude mogelijk te maken. Eveneens heeft de r
De rechtbank heeft vier verdachten veroordeeld inzake het illegaal tewerkstellen, huisvesten en uitbuiten van Chinese werknemers in nagelstudio’s en massagesalons. De drie hoofdverdachten zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 voorwaardelijk; een vierde
De rechtbank heeft vier verdachten veroordeeld inzake het illegaal tewerkstellen, huisvesten en uitbuiten van Chinese werknemers in nagelstudio’s en massagesalons. De drie hoofdverdachten zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 voorwaardelijk; een vierde
De rechtbank heeft vier verdachten veroordeeld inzake het illegaal tewerkstellen, huisvesten en uitbuiten van Chinese werknemers in nagelstudio’s en massagesalons. De drie hoofdverdachten zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 voorwaardelijk; een vierde
De rechtbank heeft vier verdachten veroordeeld inzake het illegaal tewerkstellen, huisvesten en uitbuiten van Chinese werknemers in nagelstudio’s en massagesalons. De drie hoofdverdachten zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 voorwaardelijk; een vierde
KB Lux. Het verzoek van eiseres om de op de zaak betrekking hebbende stukken in te brengen is tardief. De rechtbank wacht de beantwoording van de prejudiciele vragen omtrent de verlengde navorderingstermijn niet af en concludeert dat deze termijn niet in strijd is met het EG-rech