Omzetbelasting; procesrecht; art. 26 AWR; art. 2a, lid 1, letter g, Wet OB; gesloten stelsel van rechtsmiddelen; de intrekking van een btw-identificatienummer is een ingevolge de belastingwet genomen besluit, maar niet een voor bezwaar of beroep vatbare beschikking; het tegen dat
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 6 AWR
Genoemd in 74 uitspraken · Officiële wettekst
74 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Gelet op het bepaalde in art. 53 lid 1 Wet op de accijns jo art. 8 lid 1 en art. 10 lid 1 AWR ontstaat de verplichting tot het doen van aangifte niet als gevolg van een uit de heffingswet voortvloeiende belastingschuld, maar door de uitreiking ex art. 6 lid 1 AWR van een aangifte
Artikelen 6 en 16, lid 1, AWR; Uitnodigen tot het doen van aangifte na de aanslagtermijn; Beoordelingstijdstip kwade trouw bij navordering.
Deze conclusie is er één van drie die – mede of uitsluitend – worden genomen vanwege daarin voorkomende klachten die betrekking hebben op het zogenoemde Project 1043 dat door de Belastingdienst is opgezet ter voorkoming van systeemfraude. Daarnaast is in elk van de drie zaken in
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 31 december 2020 inzake: nrs. 19/00789; 19/02338; 19/05853; 20/00162; 20/00164
Omzetbelasting; artt. 14, 15, 17 en 31 Wet OB; artt. 6, 10, en 19, AWR; artt. 3 en 25 Uitvoeringsregeling AWR. In geval van verschuldigdheid van omzetbelasting verplichting aangifte te doen, ook indien aangifte tot teruggaaf leidt. Geen wettelijke termijn voor het doen van een ve
Conclusie AG. OM-cassatie. Middel stelt de vraag aan de orde of het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte (art. 69 lid 2 AWR) een kwaliteitsdelict is zodat alleen een aangifteplichtige de pleger kan zijn. AG stelt zich op het standp
-
De Inspecteur heeft belanghebbende schriftelijk medegedeeld dat zijn btw-identificatienummer (hierna: btw-nummer) wordt ingetrokken. Belanghebbende meent dat hij recht heeft op aftrek van omzetbelasting en stelt dat recht ter discussie door beroep aan te tekenen bij de rechtbank
Art. 67e AWR. Spontane aangifte. Verhouding tot HR BNB 2022/141. Staat aan opleggen vergrijpboete bij navorderingsaanslag in de weg dat de belastingplichtige niet op de voorgeschreven wijze is uitgenodigd tot het doen van aangifte?
Conclusie plv. AG. Feitelijk leidinggeven aan het niet/onjuist doen van verschillende belastingaangiften, art. 69 AWR. Vervolg op ECLI:NL:HR:2022:86. Middel 1: bewijsklachten feit 1. Volgt uit de bewijsvoering dat 'opzettelijk' geen aangifte is gedaan en is sprake van een 'bij d
Omkering van bewijslast mogelijk, en zo ja, voor een periode die ligt buiten de in een onherroepelijke informatiebeschikking vermelde periode? Belanghebbende, een vof, is verzocht herkomstbescheiden te verstrekken over de periode van 23 september 2011 tot en met 11 maart 2016 voo
Deze conclusie is er één van drie die – mede of uitsluitend – worden genomen vanwege daarin voorkomende klachten die betrekking hebben op het zogenoemde Project 1043 dat door de Belastingdienst is opgezet ter voorkoming van systeemfraude. Daarnaast is in elk van de drie zaken in
-
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil (i) over de vraag of na het verstrijken van de reguliere aanslagtermijn belanghebbende mag worden uitgenodigd tot het doen van aangiften IB/PVV, en zo ja, (ii) over de toepassing van de verlengde navorderingstermijn in re
Deze conclusie is er één van drie die – mede of uitsluitend – worden genomen vanwege daarin voorkomende klachten die betrekking hebben op het zogenoemde Project 1043 dat door de Belastingdienst is opgezet ter voorkoming van systeemfraude. Daarnaast is in elk van de drie zaken in
Belanghebbende heeft geen aangifte omzetbelasting gedaan omdat zij het aangiftebiljet nimmer heeft ontvangen. Op grond van artikel 6, lid 4 ALL in samenhang met artikel 6, lid 1 ALL ontstaat de aangifteplicht pas wanneer de Inspecteur de vermoedelijk belastingplichtige daartoe he
Navorderingsaanslagen IB/PVV 2015 tot en met 2018. Boekenonderzoek. Artikel 16 AWR; nieuw feit en kenbare fout. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur voor de jaren 2015 en 2016 beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Voor de jaren 2017 en 2018 is sprake van een
In geschil zijn de opgelegde (navorderings)aanslagen IB/PVV over de jaren 2002 tot en met 2013. De inspecteur heeft verzuimd alle op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen. Aan het niet overleggen van een deel van die stukken verbindt het Hof consequenties: de inspect
Art. 2f van de Wet op de accijns. Art. 52 AWR. Art. 34 Wet OB. Belanghebbende is betrapt met onveraccijnsde sigaretten. De Inspecteur heeft geen aangiftebiljetten uitgereikt, zodat belanghebbende niet verplicht was aangifte te doen. Sanctie van de omkering en de verzwaring van de
Art. 69.2 (oud) AWR. “bij de Belastingwet voorziene aangifte”. De opvatting van het middel “dat onder een aangifte wordt verstaan een op uitnodiging van de inspecteur gedane schriftelijke (elektronische) opgave door een burger of onderneming die belastingplichtig of inhoudingspli
Belanghebbende verzoekt per brief om teruggaaf van omzetbelasting. Zij heeft ten onrechte omzetbelasting gefactureerd en zij herstelt dat door creditfacturen. Het hof is van oordeel dat het verzoek om teruggaaf ter zake van de creditfacturen een verzoek om ambtshalve vermindering
Belanghebbende verzoekt per brief om teruggaaf van omzetbelasting. Zij heeft ten onrechte omzetbelasting gefactureerd en zij herstelt dat door creditfacturen. Het hof is van oordeel dat het verzoek om teruggaaf ter zake van de creditfacturen een verzoek om ambtshalve vermindering
Vergrijpboete; grove schuld.
Artikel 20, lid 3, AWR; naheffingsaanslag tijdig ter post bezorgd en tijdig vastgesteld; BTW-identificatienummer; gesloten stelsel van rechtsmiddelen; vergoeding van immateriële schade; verzoek om teruggaaf bij suppletie.