Artikel 5 AWR; Artikel 3:40 Awb. Het op de voorgeschreven wijze bekendmaken van een aanslag is geen voorwaarde voor het tot stand komen daarvan. (vgl. BNB 2000/220 en BNB 2006/43).
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 26 AWR
Genoemd in 277 uitspraken · Officiële wettekst
277 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Navordering inkomstenbelasting 2006 met 100% boete. Geen gesubsidieerde rechtsbijstand. 1 van 5 zaken. Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld in verband met hennepteelt. In 2010 wordt een evenredig deel van de totaaltelling van de contante inkomsten en uitgaven in (navorde
Navordering inkomstenbelasting 2005 met 50% boete. Geen gesubsidieerde rechtsbijstand. 1 van 5 zaken. Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld in verband met hennepteelt. In 2010 wordt een evenredig deel van de totaaltelling van de contante inkomsten en uitgaven in (navorder
Ambtshalve aanslag inkomstenbelasting 2008. Geen gesubsidieerde rechtsbijstand. 1 van 5 zaken. Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld in verband met hennepteelt. In 2010 wordt een evenredig deel van de totaaltelling van de contante inkomsten en uitgaven in (navorderings)aa
Ambtshalve aanslag inkomstenbelasting 2007 met verzuimboete. Ontvankelijkheid bezwaar. Geen gesubsidieerde rechtsbijstand. 1 van 5 zaken. Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld in verband met hennepteelt. In 2010 wordt een evenredig deel van de totaaltelling van de contant
Art. 37 Wfsv. Uniforme WAO-premie gebaseerd op verbindende Besluiten. Art. 8:77 Awb. Beroep ten onrechte opgevat als gericht tegen algemeen verbindende voorschriften als zodanig.
De rechtbank was niet onbevoegd en had een oordeel moeten geven over de vraag of de inspecteur (en niet de staatssecretaris) als verweerder een (juiste) beslissing heeft genomen over de hoogte van de vergoeding voor de kosten in de bezwaarfase. Het Hof oordeelt dat sprake is van
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
In 2001 heeft de inspecteur met de dga van belanghebbende een afspraak betreffende de bijtelling privé-gebruik auto gemaakt inhoudende dat de bijtelling zal worden gebaseerd op de gemiddelde catalogusprijs van de twee auto's die door belanghebbende ter beschikking worden gesteld.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
Coffeeshop: navorderingsaanslagen IB, heffingsrente en vergrijpboetes. Heeft terecht omkering en verzwaring van de bewijslast plaatsgevonden vanwege het niet voldoen aan de inlichtingenplicht ex artikel 47 AWR dan wel de administratieplicht ex artikel 52 AWR.
WGA-premie . Kleine werkgever. Toetsing lagere regelgeving.
WGA-premie. Startende kleine werkgever. Toetsing lagere regelgeving.
WGA-premie. Kleine werkgever. Toetsing lagere regelgeving.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de inspecteur belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar tegen de beschikking van 18 juli 2009 (zaak AWB 10/00812) en of de inspecteur de voorlopige aanslag V.81 naar een te laag belastbaar be
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Belanghebbende heeft bezwaar aangetekend tegen een niet voor bezwaar vatbare beschikking. De Inspecteur had derhalve in zijn uitspraak op het bezwaar, het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren. Ingevolge artikel 26 AWR kan tegen een genomen besluit slechts beroep bij de rech
Sociale verzekeringen. Regelgeving inzake WGA-premie is niet strijdig met het gelijkheidsbeginsel.
De eerste in geschil zijnde vraag beantwoordt het Hof in de door de inspecteur voorgestane zin. Met een verwijzing naar het gesloten stelsel van de fiscale rechtspraak oordeelt het Hof dat niet de belastingrechter bevoegd is, maar de algemene bestuursrechter. De tweede in geschil
Art. 8:88 Awb in samenhang met art. 29 AWR; verzoek tot herziening van een arrest van de Hoge Raad vanwege een later verschenen arrest van het Hof van Justitie; geen sprake van feit dat of omstandigheid die tot herziening noopt; geen doorbreking van het beginsel van eerbiediging
artikel 10 Wet op de dividendbelasting 1965; de gestelde termijn van drie jaar is niet in strijd met het gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel; Resolutie van 25 maart 1991, nr. DB89/735, BNB 19991/142, discrimineert niet in andere lidstaat gevestigde rechtsperso