Havengelden. BVB is exploitant van de Parkhaven, een jachthaven in Middelharnis. Zij is eigenaar van een deel van de haven en een deel van de haven huurt BVB van de Gemeente. Op 18 december 2014 heeft de Raad van de Gemeente de verordening op de heffing en de invordering van have
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 26 AWR
Genoemd in 277 uitspraken · Officiële wettekst
277 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Zuiveringsheffing. Meetbeschikking voor bakkerij. Permanente meet- en bemonsteringsopstelling. Periode. Processueel belang.
Prematuur ingediend bezwaarschrift ontvankelijk nu het bezwaarschrift is ingediend na de aangifte. Eiseres is premies werknemersverzekeringen verschuldigd over het loon genoten tijdens de periode waarin de werknemers op non-actief waren gesteld.
Omzetbelasting. Verzoek om teruggaven. Ontvankelijkheidsperikelen. Beheren van onroerend goed. Uitzondering op vrijstelling van toepassing?
Belanghebbende vordert - en krijgt van rechtbank - een dwangsom omdat heffingsambtenaar niet voldoet aan informatieverzoek ex art. 40 WOZ. Hof vernietigt rechtbankuitspraak en verklaart de bestuursrechter onbevoegd om van deze vordering kennis te nemen. Rechtbank stelt (in 2014)
Belanghebbende is omstreeks november 2001 geïdentificeerd als (mede)rekeninghouder van een KBLux-rekening. De inspecteur heeft belanghebbende in de periode november 2001 tot september 2003 (1e vragenbrief) tot drie keer toe aangedragen voor het instellen van een strafrechtelijk o
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 14/05236 naar aanleiding van het beroep in cassatie van twee bij het Hof als getuigen gehoorde belastingambtenaren tegen de afwijzing door (de fungerende voorzitter van) het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van het beroep op
In geschil is of het bezwaarschrift door de Heffingsambtenaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard
Leges. Tweede bouwaanvraag op verzoek van gemeente. Toezegging door wethouder dat geen leges wordt berekend? Is heffingsambtenaar gebonden?
Beroep ingesteld tegen een brief van de ontvanger van de Belastingdienst. Beroep niet-ontvankelijk
Tegen een kennisgeving van vermindering kan geen bezwaar worden gemaakt.
(1) Belastingrechter bevoegd kennis te nemen van geschil inzake krachtens belastingwetgeving genomen besluit; (2) ontvangst meer dan een week na de terpostbezorging in dezelfde plaats komt dit niet voor rekening indiener; (3) door raad genomen besluit is geen voor bezwaar vatbare
ontvankelijkheid bezwaar. Voor zover het bezwaarschrift op eigen voldoening op aangifte, is het prematuur. De omstandigheid dat belanghebbende over een eerder jaar aangifte heeft gedaan, brengt niet mee dat hij vor het onderhavige jaar redelijkerwijs kon menen dat het relevante b
Artikel 28a van de Wet op de Loonbelasting 1964. X heeft een ‘Mededeling Loonheffingen Correctieverplichting’ van verweerder ontvangen. X heeft hiertegen een bezwaarschrift ingediend. Het bezwaar is niet ontvankelijk verklaard. Tegen die uitspraak heeft X een beroepschrift ingedi
BPM. Proefprocedure. Een bezwaarschrift of een beroepschrift moet altijd binnen de termijn van zes weken worden ingediend, ook al kleven EU-aspecten aan de voor te leggen zaak.
Inleiding A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/05864 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's Hertogenbosch van 7 november 2012, nr. 08/00240, niet gepubliceerd. Aan belanghebbende is met d
Inleiding A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/05857 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 7 november 2012, nr. 08/00236. Aan belanghebbende is met dagtekening 30 novem
Artikel 1 Eerste Protocol niet geschonden door invoering van WUL.
Intrekking van een beconnummer is geen voor bezwaar vatbare beschikking; beroep niet-ontvankelijk.
Artikel 3 AWR. Artikel 5 en 11 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. Inspecteur heeft landelijke bevoegdheid. Ressorteringsbepalingen doen daar niet aan af.
Artikel 3 AWR. Artikel 5 en 11 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. Beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81, lid 1, Wet RO.
Belanghebbende komt in (hoger) beroep op tegen de aanslag recht van successie 2006. Belanghebbende heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze aanslag. Belanghebbendes broer heeft dit wel gedaan voor wat betreft zijn gelijkluidende aanslag. Als gevolg van het bezwaar van de broer zijn
Omzetbelasting; art. 11, lid 1, aanhef en letter g, onder 1°, en art. 17e, letters a en b, Wet OB 1968, art. 132, lid 1, aanhef en letter e, art. 140, aanhef en letters a en b, en art. 143, aanhef en letter a, BTW-richtlijn 2006; Is ter zake van een intracommunautaire verwerving
Conclusie PG: A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/02259 naar aanleiding van de beroepen in cassatie van X BV, belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 20 maart 2012, nrs. 11/00043 tot en met 11/00058, LJN BW0442, NTFR 2012/109
Dividendbelasting. Heffingsrente. Europees recht. Art. 25a, lid 2, Wet Vpb 1969, art. 15 en 30f AWR. Teruggaaf van dividendbelasting en vergoeding van heffingsrente m.b.t. door een Nederlandse deelneming aan haar Spaanse moedermaatschappij uitgekeerde dividenden. Beschikking waar