De bewijslast inzake het ondernemingskarakter van verrichte diensten rust op de inspecteur.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 21 AWR
Genoemd in 46 uitspraken · Officiële wettekst
46 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Collectieve actie. Ontvankelijkheid vordering belangenorganisatie. Taakverdeling tussen bestuursrechter en civiele rechter. Privacyrecht. Verstrekking inkomensverklaring door Belastingdienst aan verhuurders sociale huurwoningen i.v.m. scheefwonen (art. 7:252a BW).
-
De bewijslast van opzet of grove schuld rust op de inspecteur. De in art. 6 EVRM neergelegde waarborgen gelden ook voor rechtspersonen.
Herzieningsbeschikking verzamelinkomen. De rechtbank oordeelt ambtshalve dat gelet op het bepaalde in artikel 21c, lid 1, Awr het inkomensgegeven moet worden geacht bij afzonderlijke voor bezwaar vatbare beschikking te zijn vastgesteld en dat deze op het aanslagbiljet vermelde be
Boete na transactie voor hetzelfde feit. Verhoging bij vennootschap na schikking OM met directeuren.
In deze zaak is niet geconcludeerd.
Verzet op grond van artikel 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens ongegrond. Schadevergoeding in verband met onrechtmatige verstrekking van inkomensgegevens aan verhuurder.
Beschikking zorgtoeslag; bepaling toetsingsinkomen; basisregistratie inkomen; welke hoger-beroepsrechter is bevoegd voor het toetsingskomen ex de Awir als ten tijde van de afwijzing van belanghebbendes bezwaar tegen de beschikking zorgtoeslag ook een belastingaanslag aan haar is
Bezwaar tegen de aanslag moet tevens worden opgevat als een bezwaar tegen de beschikking heffingsrente.
Het Hof heeft beslist dat de omstandigheid dat een tweede feitelijke instantie voor belastingzaken ontbreekt niet leidt tot onverenigbaarheid van artikel 21 van de AWR met artikel 14 IVBPR. Belanghebbende heeft in casu willens en wetens, ofwel opzettelijk te weinig belasting afge
-
-
-
-
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over het inkomensgegeven. De belanghebbende ontvangt toeslagbeschikkingen en komt op tegen de daarin vermelde inkomensgegevens van haar ex-partner. Formele en inhoudelijke kwesties. Ten name van belanghebbende zijn voor de jaren 201
Belanghebbende heeft omzetbelasting vermeld op een factuur ter zake van de verhuur van een golfbaan over de periode van november 2008 tot en met april 2011 aan een dochtervennootschap (de dochter). Belanghebbende heeft deze omzetbelasting niet aangegeven of voldaan. De Inspecteur
Nr. 37.175 12 september 2003 WH gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 maart 2001, nr. P 00/00225, betreffende na te melden aan X te Z opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting. 1.
-
Het Hof geeft het toetsingskader weer met betrekking tot een bezwaar tegen/verzoek om ambtshalve vermindering van het inkomensgegeven als bedoeld in de Awir. Het Hof komt evenals de rechtbank tot de conclusie dat belanghebbende niet tijdig bezwaar heeft gemaakt bij de inspecteur
Dividendbelasting. Heffingsrente. Europees recht. Art. 25a, lid 2, Wet Vpb 1969, art. 15 en 30f AWR. Teruggaaf van dividendbelasting en vergoeding van heffingsrente m.b.t. door een Nederlandse deelneming aan haar Spaanse moedermaatschappij uitgekeerde dividenden. Beschikking waar
Brandstoffenbelasting en (regulerende) energiebelasting. Art. 20 AWR, art. 21, lid 2, art. 30, lid 1, en art. 36c, lid 1, Wbm en art. 70 Wet op de accijns. De verzoeken om teruggaaf zijn ingevolge de belastingwet gedaan.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.