Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 21 AWR
Genoemd in 46 uitspraken · Officiële wettekst
46 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Artikel 11, lid 3, AWR. Aanslagtermijn is van overeenkomstige toepassing.Trefwoorden: Artikel 15 AWR. Verrekening voorlopige aanslag. Conversie aanslag opgelegd aan niet belastingplichtige in beschikking ex artikel 15 AWR.
Art. 67c AWR en 67f AWR. Verzuimboete gevolgd door vergrijpboete. Ne bis in idem.
Het Hof oordeelt in appel dat de rechtbank niet kon volstaan met het oordeel dat sprake was van dienstbetrekkingen omdat daaruit niet zonder meer volgde dat de opgelegde naheffingsaanslagen juist waren. Omdat rechtsgeldig een compromis was gesloten waren de naheffingsaanslagen en
Bh, een pensioenfonds, is omzetbelasting verschuldigd over de bedragen die buitenlandse vermogensbeheerders aan haar in rekening brengen. De omzetbelasting is niet als voorbelasting aftrekbaar. De omstandigheid dat een boete over het jaar 1997 is gemotiveerd wegens grove schuld,
Het Hof is enerzijds van oordeel, dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de belanghebbende met opzet ten onrechte het tarief van nihil op de onderhavige transacties heeft toegepast. Anderzijds, met name in het licht van het met de Inspecteur gevoerde overleg en de b
Gelet op de onder 2.5 vermelde brief van 25 april 1996, welke brief kennelijk dient ter motivering van de op dat moment nog op te leggen naheffingsaanslag en waarin over een verhoging met betrekking tot de correctie verzwegen omzet niet wordt gerept, is naar het oordeel van het H
Zie ook zaak AO4601 van 13 februari 2004.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Boete na transactie voor hetzelfde feit. Verhoging bij vennootschap na schikking OM met directeuren.