Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Is kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting een criminal charge? Terugkomen op HR BNB 1996/34? Kan de belastingrechter de verwijtbaarheid van de niet-betaling
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 20 AWR
Genoemd in 319 uitspraken · Officiële wettekst
319 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
BPM. Formeel recht. Art. 20, leden 1 en 2, AWR en art. 6, leden 1 en 2, Wet BPM 1992. Art. 8, lid 1, IW 1990. Naheffing ter zake van de registratie van een personenauto kan plaatsvinden vóór de registratie van die auto. Bekendmaking van een aanslag door de inspecteur in plaats va
Art. 234, lid 3, Gemeentewet, naheffing parkeerbelasting bij parkeertijd van minder dan een uur.
Omzetbelasting; bestuurlijke boete; art. 67f AWR; nultarief voor intracommunautaire leveringen geweigerd vanwege deelname aan btw-fraude in andere lidstaat; beboetbaar feit; opzet gericht op en/of grove schuld aan niet-betalen van omzetbelasting in Nederland?
Loonheffing. Pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding. Strijdigheid met verdragen?
Accijns; art. 51, 53 en 71, lid 1, letter d, Wet op de accijns; art. 31 Uitvoeringsbesluit accijns; naheffing van bedragen die als accijns zijn teruggevraagd voor accijnsgoederen die een accijnsgoederenplaats zijn binnengebracht; valse facturen?; goede trouw.
Parkeerbelasting. Art. 20 AWR. Naheffing parkeerbelasting mogelijk in een geval waarin niet langer is geparkeerd dan de periode waarin ‘gratis’ geparkeerd kan worden, maar waarin bij de aanvang van het parkeren de parkeerapparatuur niet in werking is gesteld? Uitleg tariefvoorsch
BPM. Rechtmatigheid naheffingsaanslag. Belastbaar feit.
Parkeerbelasting; art. 234 lid 2 en 3 Gemeentewet. Belanghebbendes klacht dat geen parkeerbelasting mocht worden nageheven, omdat volgens de tarieventabel het geldende tarief “de eerste twee uur gedurende een aangesloten periode niet in rekening wordt gebracht”, terwijl niet aann
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; WOK-voertuig
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/01245. Belanghebbende was vanaf 25 augustus 2009 directeur/enig aandeelhouder van BV. Belanghebbende was tot 30 april 2012 directeur van BV en tot 1 april 2012 was belanghebbende als enige tekeningsbevoegd voor alles wa
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen; boete; art. 67f, leden 1 en 6, AWR en art. 20, lid 1, AWR; art. 14a Wet BPM; ten onrechte op verzoek verleende teruggaven van belasting; geen beboetbaar feit.
In het algemeen strekt een fiscale procedure ertoe dat een belastingplichtige de rechter verzoekt om een verlaging van zijn fiscale verplichtingen, zoals die volgen uit het in die procedure bestreden besluit. Het gaat vaak om het verzoek een opgelegde belastingaanslag (verder) te
Naheffing van onterecht ontvangen teruggaaf loonheffingen. Verzoek in de zin van artikel 20, lid 1, AWR.
Belanghebbende was eigenaar van een personenauto van het merk Daihatsu. Ten behoeve van de voldoening van parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam met haar mobiele telefoon, heeft zij de Daihatsu laten registreren bij Parkmobile. Via Parkmobile biedt de gemeente parkeerders de
Belanghebbende parkeert op een plek waar parkeerbelasting is verschuldigd. Bij de parkeermeter staat duidelijk vermeld, dat maximaal 1 uur mag worden geparkeerd en dat het uurtarief € 2 is. Belanghebbende betaalt € 6 en ontvangt een ticket waaruit blijkt dat hij niet meer dan 1 u
CONCLUSIE PG Deze procedure draait om de vraag of een inspecteur rechtsgeldig een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen (hierna: bpm) kan opleggen vóórdat de (aangegeven) belasting op aangifte is voldaan en vóórdat de registratie van de personenau
-
Naheffingsaanslag parkeerbelasting
In geschil is of het door belanghebbende betaalde bedrag aan parkeerbelasting ad EUR 0,10 in mindering gebracht moet worden op het nageheven bedrag aan parkeerbelasting.
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Aanwijzingsbesluit niet op voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Reparatie formeel gebrek, geen benadeling belanghebbende. De bezwaarbehandelaar is bevoegd. De Heffingsambtenaar is ter zitting vertegenwoordigd door een daartoe bevoegd persoon. Vr
Naheffingsaanslag OB met boetebeschikking Belanghebbende is een vennootschap waarin voorheen een notarispraktijk werd uitgeoefend. Na beëindiging van de notarisactiviteiten is beoogd het bedrijfspand met een optie belaste verhuur tegen vergoeding te verhuren. In afwachting van ee
Accijns; art. 20, lid 2, tweede volzin van de AWR staat niet aan het opleggen van een naheffingsaanslag aan belanghebbende in de weg
Het gaat om de berekening van BPM voor een uit het buitenland ingevoerde WOK-auto en de formele aspecten van naheffing en registratie. Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 8 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2018:87. Bel
Is naheffing van omzetbelasting die ambtshalve was teruggegeven mogelijk niet omdat er nog een materiële belastingschuld resteert, maar omdat de teruggaaf verleend is in strijd met het beleidsmatige uitgangspunt dat nieuwe jurisprudentie geen reden is om, in casu door teruggaaf,