KBL-zaak. In geschil is of de (navorderings)aanslagen rechtmatig en tot het juiste bedrag zijn opgelegd. Voorts is de hoogte van de opgelegde verhogingen en vergrijpboetes in geschil.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
KB-Lux Aan de voor de jaren 1991 tot en met 1995 aanwezige bewijsmiddelen kan redelijkerwijs het vermoeden worden ontleend dat belanghebbende ook in de jaren 1996 tot en met 2000 beboetbare feiten heeft gepleegd. Belanghebbende heeft dit vermoeden niet weerlegd.
Het is niet onredelijk of willekeurig om bij op de fotokopie vermelde saldi van ƒ 500.000 en hoger voor de schatting aan te sluiten bij deze saldi, ook niet als deze aansluiting niet wordt gemaakt bij saldi lager dan ƒ 500.000.
De navorderingsaanslag is opgelegd in overeenstemming met een tussen de inspecteur en belanghebbende gesloten vaststellingsovereenkomst, waarin is opgenomen dat afstand wordt gedaan van het aanwenden van de rechtsmiddelen van bezwaar en beroep. Indien een belanghebbende stelt dat
Inkomstenbelasting, buitenlandse bankrekening De FIOD heeft in februari 2005 informatie ontvangen over rekeninghouders van Van Lanschotbank Luxemburg. Belanghebbende is aangeschreven in juli 2007. Hij heeft in november 2007 openheid van zaken gegeven. De navorderingsaanslag over
Art. 16, lid 4, AWR. Verenigbaarheid met EG-recht van een navorderingsaanslag die wordt opgelegd met toepassing van de bijzondere navorderingstermijn ter zake van buitenlandse tegoeden.
Artikel 16, lid 1, AWR, navordering, toerekenen aan de belastingplichtige van kwade trouw van degene die de aangifte voor de belastingplichtige heeft opgesteld
Een vrijval van de FOR is wel aangegeven maar ten onrechte niet in de aanslag verwerkt. In geschil is of er sprake is van een schrijf- of tikfout of daarmee gelijk te stellen vergissing. Het Hof beslist dat niet aannemelijk is geworden dat er sprake is van een discrepantie tussen
Artikel 16, lid 4 WAR. Zijn aan een in Nederland gevestigde vennootschap onttrokken, vanuit het buitenland betaalbaar gestelde provisieinkomsten, voor de onttrekkende dga inkomensbestanddelen die in het buitenland zijn opgekomen?
Artikel 16, lid 4 AWR. Is de vergoeding op een pret participatif, betaald vanuit Frankrijk aan de in Nederland gevestigde belastingplichtige, een winstbestandeel dat in het buitenland is opgekomen?
Successierecht. Per abuis is een beschikking ex art. 12 AWR verzonden in plaats van een aanslagbiljet. Dit was naar het oordeel van het Hof het gevolg van een tik-, dan wel een invoer- of intoetsfout bij het gebruik van het computersysteem waarmee de aanslagen worden geregeld. Va
-
-
Navorderingsaanslagen inkomstenbelasting. De inspecteur heeft aan de in Duitsland wonende belanghebbende navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2017 tot en met 2019 opgelegd, omdat belanghebbende volgens de inspecteur geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is. Bela
IB/PVV. Dividenduitkeringen. Aanmerkelijk belang? Economische gerechtigdheid.
IB/PVV. Dividenduitkeringen. Aanmerkelijk belang? Economische gerechtigdheid.
Art. 9.1 Wet IB 2001. Art. 16 AWR. Kan navorderingsaanslag worden verminderd als minder premie is verschuldigd dan is geheven bij de primitieve aanslag?
Inkomsten uit carrouselfraude, omkering en verzwaring bewijslast. Belanghebbende heeft over 2013, 2014 en 2015 geen aangiften IB/PVV en Zvw gedaan. Voor 2013 en 2014 was hij niet uitgenodigd maar voor 2015 wel. De inspecteur maakt voor 2013 en 2014 niet aannemelijk dat het belang
Navorderingsaanslag IB/PVV 2017; inkoop en schenking van aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren. Omvang vervreemdingsvoordeel. Artikel 4.17c Wet IB 2001; doorschuiffaciliteit; duurzaam overtollige liquide middelen. Artikel 7:10, lid 4, Awb; enkele instemming van belangh
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1402 Mocht de inspecteur stukken - waaronder fiscale adviezen - verkregen van FIOD gebruiken voor de heffing? Informeel verschoningsrecht. Fiscale woonplaats; middelpunt van levensbelangen. Verlengde navorderingstermijn. Passeren getuigenaanbod.
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1402 Mocht de inspecteur stukken - waaronder fiscale adviezen - verkregen van FIOD gebruiken voor de heffing? Informeel verschoningsrecht. Fiscale woonplaats; middelpunt van levensbelangen. Passeren getuigenaanbod.
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of het resultaat uit overige werkzaamheden in de aanslag IB/PVV 2017 te hoog is vastgesteld. Naast de hoogte van het resultaat uit overige werkzaamheden zijn omkering en verzwaring van de bewijslast, de aanwezigheid van een nieuw feit,
Is de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, AWR van toepassing? Indien de verlengde navorderingstermijn van toepassing is, is in geschil of de betaalde factoring fees onzakelijk hoog zijn en of het onzakelijke deel van de betaalde factoring fees moet worden aa
Eiser heeft voor het jaar 2016 geen aangifte voor de inkomstenbelasting ingediend. De inspecteur heeft niet binnen de reguliere aanslagtermijn van drie jaar na afloop van het belastingjaar, in dit geval uiterlijk op 31 december 2019, een definitieve aanslag opgelegd. De inspecteu
Het hof is van oordeel dat het voorschrift van artikel 10:3, lid 3, Awb niet is geschonden Verder acht het hof aannemelijk dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR, dat belanghebbende naar nationaal recht en op grond van de tussen Nederland en Z