Artikel 16, lid 4, AWR jo artikel 66, lid 1, aanhef en onder 2, SW 1956, artikel 63 en 64 VWEU. Toepassing twaalfjaarstermijn beperking van het vrije kapitaalverkeer.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
In geschil zijn de opgelegde (navorderings)aanslagen IB/PVV over de jaren 2002 tot en met 2013. De inspecteur heeft verzuimd alle op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen. Aan het niet overleggen van een deel van die stukken verbindt het Hof consequenties: de inspect
De inspecteur heeft in het kader van de navordering IB/PVV over de jaren 2004 tot en met 2008 een informatiebeschikking gegeven. Deze informatiebeschikking is na daartegen gemaakt bezwaar ingetrokken. Vervolgens heeft de inspecteur in het kader van de nog op te leggen navordering
Het hof is van oordeel dat de onbeperkte navorderingstermijn van artikel 66, lid 3, Successiewet 1956 niet onverbindend is, omdat er geen strijd met het legaliteitsbeginsel, artikel 1 EP en artikel 63 VWEU is.
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak over de vraag of de Inspecteur er uitdrukkelijk en ondubbelzinnig blijk van heeft gegeven gebruik te willen maken van zijn bevoegdheid tot interne compensatie. De belanghebbende was werkzaam bij [A] B.V. ([A]) en aansluitend bij [B]
Art. 16 , lid 3 , AWR, art. 67e AWR. Aanslagtermijn: uitstel voor aangifte gevraagd nadat aangifte was ingediend.
Art. 16 AWR; kwade trouw of nieuw feit.
Recht van schenking. Navorderingsaanslag. Twaalfjaarstermijn.
IB/PVV; OB; artikel 4 van de AWR; Belanghebbende heeft in de onderhavige jaren ventwerkzaamheden verricht in Europa. Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen IB/PVV, een naheffingsaanslag OB en vergrijpboetes opgelegd. De Inspecteur heeft bij het opleggen van elke van de b
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen: 1. Zijn de navorderingsaanslagen elk gebaseerd op een nieuw feit, dan wel een feit ter zake waarvan belanghebbende te kwader trouw is? Belanghebbendes principale hoger beroep slaagt niet. Haar betoog stuit af op het bepaalde
Een door de Belastingdienst - naar aanleiding van een wetswijziging op het punt van de fictieve vervreemdingsvoordelen uit aanmerkelijk belang in het jaar van overlijden – ingesteld onderzoek, levert geen nieuw feit op als bedoeld in artikel 16, eerste lid Awr. De Inspecteur heef
AWR. Navordering. Strafrechtelijk veroordeelde belastingconsulent. Kwade trouw? Toerekening. Kosten levensonderhoud? Aftrekbare giften?
Art. 37, leden 1 en 2, 52 en 66 Successiewet 1956 en art. 16 AWR. Aanslag en conserverende aanslag na beroep op bedrijfsopvolgingscapaciteit. Uitleg van een ter zitting, buiten de termijn van art. 16, lid 3, AWR, gesloten vaststellingsovereenkomst.
Art. 37, leden 1 en 2, 52 en 66 Successiewet 1956 en art. 16 AWR. Aanslag en conserverende aanslag na beroep op bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Uitleg van een ter zitting, buiten de termijn van art. 16, lid 3, AWR, gesloten vaststellingsovereenkomst.
Artikel 16, lid 4, AWR. Project Bank zonder naam. Verlengde navorderingstermijn. Voortvarendheid. Volgtijdelijk opgelegde navorderingsaanslagen. Tussen het motiveren van de bezwaarschriften tegen de aan de echtgenoot opgelegde eerste serie navorderingsaanslagen en de werkzaamhede
Artikel 16, lid 4, AWR. Verlengde navorderingstermijn bij beleggingsrekening buiten de EU. Standstill-bepaling artikel 64 VWEU van toepassing.
De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag. Uit de wettekst volgt niet dat de onbeperkte bevoegdheid tot navordering ook geldt voor nalatenschappen waarvoor de bevoegdheid tot navordering op 1 januari 2012 al was vervallen. De wetsgeschiedenis geeft geen aanknopingspunten voo
In geschil is: of de Inspecteur in de fase van het opleggen van de primitieve aanslagen een ambtelijk verzuim heeft begaan waardoor hij bij het opleggen van de navorderingsaanslagen niet beschikte over een nieuw feit in de zin van artikel 16 lid 1 van de Algemene wet inzake rijks
In geschil is of: 1. De Inspecteur over een navordering rechtvaardigend nieuw feit beschikt, dan wel of belanghebbende te kwader trouw is als bedoeld in artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR); 2. De in artikel 27e AWR voorziene sanctie van toepassing
[X2] beschikte in de jaren 1997 tot en met 2008 over in Zwitserland aangehouden bankrekeningen. De Inspecteur heeft ter zake van de hiermee verband houdende inkomens- en vermogensbestanddelen – deels met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn ex art. 16, lid 4, van de
[A] (erflater) beschikte in de jaren 1998 tot en met 2005 over een in Zwitserland aangehouden bankrekening. De Inspecteur heeft ter zake van de hiermee verband houdende inkomens- en vermogensbestanddelen met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn ex art. 16, lid 4, va
[X] beschikte in de jaren 1998 tot en met 2008 over in de Verenigde Staten aangehouden effectenrekeningen. De Inspecteur heeft ter zake van de hiermee verband houdende inkomens- en vermogensbestanddelen – deels met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn ex art. 16, li
Navordering; nieuw feit of ambtelijk verzuim; discrepantiejurisprudentie; nemo auditur; estoppel, Op voorstel van de belastingplichtige wil de Inspecteur het bezwaar 2000 praktisch afdoen door een HIR in 2000 te accepteren en over de vrijval ervan in 2004 te heffen. De aangiften
Bij het opleggen van een ambtshalve aanslag is een controlesignaal genegeerd. Vervolgens doet belanghebbende alsnog aangifte naar een (veel) hoger belastbaar bedrag. De inspecteur vordert na en belanghebbende betwist de aanwezigheid van een nieuw feit. Het Hof acht de inspecteur
.