Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
Tussen partijen is in geschil het antwoord op de volgende vragen: Heeft de Inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende gerechtigd is tot de betreffende bankrekeningen van KB-Lux? Heeft de Inspecteur het evenredigheidsbeginsel geschonden bij het opleggen van de navorderi
Navorderingsaanslag ter zake van leges wordt vernietigd omdat het in artikel 16 van de AWR voor navordering vereiste “nieuwe feit” ontbreekt en eiseres niet “te kwader trouw” was in de zin van artikel 16, eerste lid, laatste zinsdeel, van de AWR. Verweerder wist bij het opleggen
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
KB-Lux boetebewijs Gelet op de hoogte van de saldi op de microfiches (in totaalƒ 27.806,89) is zonder nader bewijs niet aannemelijk dat belanghebbende in de jaren voorafgaand aan en volgend op 1994 over voor de inkomsten- en vermogensbelastingheffing relevant vermogen beschikte w
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Met betrekking tot het jaar 2000 was bij de rechtbank in geschil of het voordeel uit hoofde van de optie terecht als belastbaar inkomen is aangemerkt. Zo hiervan sprake zou zijn, was voorts in geschil de hoogte van het voordeel. Ten slotte was in geschil of de inspecteur over een
In geschil is het antwoord op de vraag of de Inspecteur de bestreden navorderingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag heeft opgelegd en of hij daarbij het vertrouwensbeginsel heeft geschonden.
Op verzoek gepubliceerd, geen samenvatting.
IB 1998 tot en met 2004. AWR. Verkapte uitdelingen van winst. Navorderingstermijn. Directeur / enig aandeelhouder (digra) van BV laat op grote schaal ter maskering van privé uitgaven valse kosten- en inkoopfacturen in de administratie verwerken. Betalingen op basis van valse inko
Uit de stukken blijkt dat er ruim een jaar is verstreken tussen de aankondiging van de met toepassing van artikel 16,4 AWR op te leggen navorderingsaanslagen en het uiteindelijke opleggen daarvan. Nu de inspecteur desgevraagd geen verklaring heeft gegeven voor de duur van deze te
Het onderzoek naar de identificatie van de rekeninghouder laat de mogelijkheid open dat een ander dan belanghebbende de rekeninghouder is. De navorderingsaanslagen worden om die reden vernietigd.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Geen sprake van nieuw feit, omdat ten tijde van het vaststellen van de aanslag was de gewenste toerekening van het aanmerkelijk belang bij inspecteur bekend; artikel 2.17 Wet IB 2001, omdat geen sprake was van een wijziging van hun wens met betrekking tot de toedeling van het aan
Inkomstenbelasting. De inspecteur heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ex artikel 8:42 Awb aan de rechter overgelegd. Nu belanghebbende zowel in de zin van artikel 4 van de AWR als voor de toepassing van de BRK en voor de toepassing van het verdrag Nederland-Zwitserlan
Inkomsten uit diefstal en oplichting. Deze inkomsten zijn afkomstig uit bronnen van inkomen. De aanwezigheid van die bronnen van inkomen wordt ondersteund door de vermogensvergelijking.
Belanghebbende, een bv, had in 1977 als bedrijfsomschrijving productie en handel in roestwerende en reinigingsmiddelen. Recent is de bedrijfsomschrijving groothandel in coating en chemicaliën. Op 19 december 1975 heeft belanghebbende een licentieovereenkomst gesloten met T. T is
Betreft zaken met nummers 10/2677, 10/2678, 10/2679 en 10/2680 Navordering inkomstenbelasting. Aan belanghebbende zijn in april 2010 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd met toepassing van de 12-jaarstermijn van artikel 16, vierde lid, van de AWR. De FIOD-ECD beschik
Geen sprake van toerekening kwade trouw van een adviseur bij het doen van de aangifte aan de belastingplichtige, omdat die adviseur niet de adviseur is geweest die de aangifte IB/PVV van belanghebbende heeft verzorgd en ingediend en geen wetenschap droeg van relevante feiten. Het
Rekeningenproject Het niet verstrekken van gegevens of inlichtingen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek levert geen schending op van de in artikel 47 AWR opgenomen verplichtingen.
KB-Luxrekeningen De inspecteur slaagt er niet in het ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011, LJN BN6324, verlangde bewijs te leveren. Dit brengt mee dat het voordeel van de twijfel aan belanghebbende moet worden gegund, zodat de in de navorderingsaanslagen begrep
Rekeningenproject Als bewijs dat een ander dan de rekeninghouder gerechtigd is tot de op de rekening staande gelden zijn de enkele verklaringen van die ander en de rekeninghouder onvoldoende.
AWR. Navordering. Boete. Inspecteur legt navorderingsaanslag op nadat in bezwaar de ambtshalve opgelegde primitieve aanslag door onjuiste gegevensverstrekking is verminderd. Navorderingsbevoegdheid algemeen. Nieuw feit. Vrijwillige verbetering. Bevoegdheid boeteoplegging na eerde
Inkomstenbelasting. Ontbreken inkoopadministratie coffeeshopexploitant leidt tot omkering bewijslast. Geen kwade trouw.