Nu niet is gemotiveerd op welke wijze de op de microfiches vermelde gegevens, andere dan die welke betrekking hebben op de rekening waarvan belanghebbende als houder is geïdentificeerd, hebben kunnen bijdragen aan de besluitvorming over de aan belanghebbende opgelegde navordering
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 25 · live
De inspecteur heeft het door de Hoge Raad in zijn arrest van 15 april 2011 LJN BN6324 bedoelde bewijs geleverd voor alle jaren waarover inkomsten- en vermogensbelasting is nagevorderd.
Aansprakelijkstelling- artikel 36 IW Belanghebbende heeft verklaard dat het aan de grove schuld van de adviseur te wijten dat onjuiste aangiften zijn ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank dienen de gevolgen van het handelen van de adviseur voor rekening en risico van de ve
Inkomstenbelasting, resultaat uit overige werkzaamheden, inkomsten als gastouder. De activiteiten van eiseres als gastouder vormen volgens de rechtbank een werkzaamheid als bedoeld in artikel 3.90 van de Wet IB 2001. Verweerder heeft de inkomsten die zij uit de gastouderopvang
Successierecht. Navordering ter zake van verzwegen vermogen. Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Navorderingsaanslag is tijdig opgelegd.
Successierecht. Navorderingsaanslag is te laat opgelegd.
Buitenlandse bankrekeningen. Art. 16, lid 4, AWR. Gebruik van verlengde navorderingstermijn niet geoorloofd omdat verweerder niet voortvarend genoeg heeft gehandeld.
Buitenlandse bankrekeningen. Art. 16, lid 4, AWR. Gebruik van verlengde navorderingstermijn niet geoorloofd omdat verweerder niet voortvarend genoeg heeft gehandeld. Veroordeling tot betaling immateriële schadevergoeding.
Inkomstenbelasting. Vastgoedfraude Betreft 1 van 3 uitspraken Belanghebbende was als directeur vastgoed werkzaam bij een pensioenfonds. Hij is – zonder dat zijn werkgever dat wist – gaan partciperen in een beleggingsclubje. Dat deed hij via een BV waarvan de aandelen niet op zijn
Buitenlandse bankrekeningen. Art. 16, lid 4, AWR. Gebruik van verlengde navorderingstermijn niet geoorloofd omdat verweerder niet voortvarend heeft gehandeld.
Geen omkering van de bewijslast. De aangifte VPB ’05 is tijdig ingediend. Niet gesteld of gebleken dat belanghebbende niet aan de verplichtingen van de AWR heeft voldaan. Dat de dochtermaatschappij van belanghebbende haar aangifte VPB ’05 abusievelijk op het fiscale nummer van be
In hoger beroep is in geschil of de inspecteur de onderhavige navorderingsaanslag mocht opleggen, primair met toepassing van de overgangsregeling ter zake van de invoering van artikel 16, lid 2, sub c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR), subsidiair met een
Navordering ter zake van verlies uit flim-CV nadat is gebleken dat ingelegde gelden slechts werden rondgepompt. Nieuw feit rechtvaardigt navordering . CV drijft geen onderneming zodat belanghebbende geen winst uit onderneming geniet.
Een verdergaande matiging dan de matiging volgens de tabel opgenomen in de Uitgangspunten van het Hof, zoals opgenomen in LJN BJ1298, is gerechtvaardigd op grond van - zich in casu niet voordoende - bijzondere omstandigheden.
Navordering ter zake van verlies uit flim-CV nadat is gebleken dat ingelegde gelden slechts werden rondgepompt. Nieuw feit rechtvaardigt navordering . CV drijft geen onderneming zodat belanghebbende geen winst uit onderneming geniet.
Op 22 december 1978 afgesloten kapitaalverzekering met lijfrenteclausule is afgekocht in 2003. Met ingang van 22 december 2001 waren geen premies meer verschuldigd. Bij het opstellen van de aangifte had de toenmalige adviseur informatie over de afkoopsom aan belanghebbende gevraa
Bezwaar tegen verhoging (vóór 1 januari 1998) wordt mede geacht te zijn gericht tegen de enkelvoudige belasting. Bezwaar tegen boetebeschikking (met ingang van 1 januari 1998) wordt niet mede geacht te zijn gericht tegen de enkelvoudige belasting. De met toepassing van de verleng
KB-Luxrekening wordt ontkend. Saldo op 31 januari 1994 is ƒ 70.000. De omvang van het vermogen zoals dat op 31 januari 1994 bekend was, sluit niet uit dat dit vermogen in de jaren voorafgaand aan 1993 en de jaren volgend op 1994 zoveel lager was dat de daaruit genoten rente-inkom
Verweerder is deels bevoegd om tot navordering over te gaan. Er is sprake van een gebrek in de bestreden uitspraak op bezwaar, dat zich leent voor herstel op de voet van artikel 8:51a van de Awb (bestuurlijke lus).
Inkomstenbelasting. De Inspecteur is met het opleggen van de navorderingsaanslagen binnen de hem in art. 16, lid 6, AWR gegunde termijn gebleven. Geen strijd met het vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel of enig ander beginsel van behoorlijk bestuur.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
KB-Luxzaak Het niet vermelden in het dictum van één van de te vernietigen navorderingsaanslagen leidt tot hersteluitspraak.
Eiser is in het onderhavige jaar naar Mexico geemigreerd. Eiser hield 100% van de aandelen in [E] B.V. Eiser heeft geen aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan. Verweerder heeft een conserverende navorderingsaanslag opgelegd. In deze aanslag was onder meer ee
navorderingsaanslag; Voor de vraag of een nieuw feit aanwezig is, is slechts van belang of de bevoegde inspecteur of een persoon voor wiens handelen hij verantwoordelijk is, met dat feit bekend was of redelijkerwijs kon zijn. Verlengde navorderingstermijn; Ingevolge artikel 16, v