Inkomstenbelasting. Art. 8:42, lid 1, Awb. P.M. Nadere uitleg van het begrip ’op de zaak betrekking hebbende stukken’; in elektronische vorm vastgelegde gegevens.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 16 AWR
Genoemd in 918 uitspraken · Officiële wettekst
918 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vennootschapsbelasting. Art. 16 , 67d en 67e AWR; art. 10a en 20a Wet Vpb 1969 (tekst 2005 tot en met 2008). Structuur waarbij winstvennootschappen zijn aangekocht en leningen zijn aangegaan met als doel de op die leningen verschuldigde rente ten laste te brengen van de ‘gekochte
Artikel 16 AWR; verhouding tussen eerste en tweede lid; kenbare fout (bij geautomatiseerde aanslagregeling) versus verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur.
Inkomstenbelasting; procesrecht; art. 16, lid 1, AWR; nieuw feit; uitworpredenen; onderzoeksplicht.
Inkomstenbelasting; art. 16, lid 1, AWR; art. 3.91 Wet IB 2001; ambtelijk verzuim; gegevens die relevant kunnen zijn voor de belastingheffing van andere belastingplichtigen moeten onder bijzondere omstandigheden worden toegevoegd aan de dossiers van die andere belastingplichtigen
Inkomstenbelasting; art. 16, lid 1, AWR; ambtelijk verzuim; is de inspecteur gehouden het dossier van de (fiscaal) partner te raadplegen?
Art. 16, lid 1, AWR; opleggen primitieve aanslag tegen het einde van de aanslagtermijn tijdens een lopend onderzoek; behoorlijke en voortvarende taakuitoefening; ambtelijk verzuim.
Procesrecht. Art. 8:31 Awb. Het Hof had geen toepassing mogen geven aan het bepaalde in artikel 8:31 Awb zonder partijen in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten.
Uitsmeerregeling, besluit proceskosten bestuursrecht, samenhangende zaken.
Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Toetsingsmogelijkheden belastingrechter: kan de belastingrechter bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het kos
Artikelen 6 en 16, lid 1, AWR; Uitnodigen tot het doen van aangifte na de aanslagtermijn; Beoordelingstijdstip kwade trouw bij navordering.
Exploitatie Bosal-mismatch; bij elkaar brengen van aangekochte winstvennootschappen, vrijgestelde deelnemingsvoordelen en rentelasten; (i) Fraus legis? Rente aftrekbaar? (ii) Weigering renteaftrek in strijd met EU-verkeersvrijheden? (iii) Bestuurlijke boete bij fraus legis? (iv)
grootschalige taxplanningstructuur van bankenconcern. Door het concern gekochte vennootschappen verrekenen hun voor datum aandelenoverdracht gerealiseerde winst met rente op na die datum van een Britse concernvennootschap opgenomen geldlening die als kapitaal wordt doorgestort in
Inkomstenbelasting; art. 16, lid 1, AWR; ambtelijk verzuim; is de inspecteur gehouden het dossier van de (fiscaal) partner te raadplegen?
Lucratief belang. Artikel 3.92b Wet IB 2001. Navordering. Kwade trouw. Artikel 16 AWR.
Naheffing van loonbelasting over door de belanghebbende aan sommige van haar werknemers gedane loonbetalingen. Het tijdvak van naheffing. Samenloop met de inkomstenbelasting. Administratieve dwangmiddelen in de processuele fase. Brutering van het loon. Had Hof art. 29 AWR moeten
Belanghebbende, een dochtervennootschap van een financiële instelling, leent gedurende een reeks van jaren een pakket AEX-aandelen aan een concernvennootschap. Deze aandelenlening wordt volgens belanghebbende voordat dividend wordt uitgekeerd telkens en voor korte duur afgelost,
-
Belanghebbende is een Nederlandse BV met feitelijke vestigingsplaats in Malta. Voor de toepassing van het belastingverdrag met Malta is belanghebbende inwoner van Malta. Op grond van de remittance-bepalingen in het Maltese recht wordt zij in Malta niet in de belastingheffing betr
Art. 10 Wet op de loonbelasting 1964. Is in transfersom tekengeld begrepen voor door beroepsvoetbalclub aangetrokken speler? Passeren van aanbod tot getuigenbewijs. Schending van art. 10:3, lid 3, Awb? Zelf voorzien in de zaak.
Verplaatsing zetel naar Malta; non-remitted (vermogens)winst; art. 2(5) en art. 30 verdrag Nederland-Malta; bevoegdheid tot navordering; veranderde ressortering; art. 16(1) AWR; nieuw feit; Wie is als ‘de inspecteur’ bevoegd tot navordering?; ambtelijk verzuim; kennisversplinteri
Belanghebbende is een naar het recht van Cyprus opgerichte Limited. Haar statutaire bestuur bevindt zich op Cyprus en zij heeft op Cyprus aangiften gedaan. De middellijk (enig) aandeelhouder van belanghebbende woont in Nederland. De activiteiten van belanghebbende bestaan uit het
Gemeenschappelijk bijlage bij de conclusies: 16/04237 (ECLI:NL:PHR:2017:977) 16/04325 (ECLI:NL:PHR:2017:1001) 16/04497 (ECLI:NL:PHR:2017:1008) 16/05120 (ECLI:NL:PHR:2017:1016) 17/00879 (ECLI:NL:PHR:2017:1040) 17/01448 (ECLI:NL:PHR:2017:1051) 17/02730 (ECLI:NL:PHR:2017:1036)
Cassatie in belang der wet CW 2510. Trefwoorden: Art. 16 -1 AWR. Navordering mogelijk na door Inspecteur gevolgde fout in aangifte? Cassatie in het belang der wet.
Artikel 5:1 Awb juncto artikel 67e AWR. Vergrijpboete voor primair feitelijk leidinggeven en subsidiair medeplegen houdt geen stand. De Inspecteur maakt opzet noch grove schuld aannemelijk. Het Hof kent een hogere vergoeding toe voor proceskosten dan het forfaitaire tarief.