Rechtsingang bij betaling op correctieberichten. Cataloguswaarde ter bepaling van het loon ter zake van privégebruik auto. Belanghebbende heeft een van oorsprong uit het buitenland afkomstige auto ter beschikking gesteld aan haar directeur-groot aandeelhouder. Voor de berekening
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 15 AWR
Genoemd in 81 uitspraken · Officiële wettekst
81 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Art. 3:2 Awb; art. 7:15, lid 2, Awb; art. 13, lid 1, AWR; art. 23 Uitv.reg. AWR 1994. Kostenvergoeding in bezwaarfase. Onrechtmatigheid aan de inspecteur te wijten indien hij bij het vaststellen van een voorlopige aanslag niet de vereiste zorgvuldigheid betracht en als gevolg daa
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 10/01744.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 10/01744.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 10/01744.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 10/01744.
artikel 10 Wet op de dividendbelasting 1965; de gestelde termijn van drie jaar is niet in strijd met het gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel; Resolutie van 25 maart 1991, nr. DB89/735, BNB 19991/142, discrimineert niet in andere lidstaat gevestigde rechtsperso
Verzoek door Franse vennootschap om teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. Verzoeken ex artikel 15 AWR / 10 DB. Inhouding in strijd met EG Verdrag? Is de onmogelijkheid van kostenaftrek van de met de inning van het dividend gemaakte kosten discriminerend?
Belang bij een beroep tegen een voorlopige aanslag, indien de definitieve aanslag reeds onherroepelijk vaststaat
Artikel 11, lid 3, AWR. Aanslagtermijn is van overeenkomstige toepassing.Trefwoorden: Artikel 15 AWR. Verrekening voorlopige aanslag. Conversie aanslag opgelegd aan niet belastingplichtige in beschikking ex artikel 15 AWR.
Het Hof heeft beslist dat belanghebbende terecht aansprakelijk is gesteld voor de niet afgedragen loon- en omzetbelasting met betrekking tot werkzaamheden van ingeleende Polen. De Polen werkten niet zelfstandig in v.o.f.-verband maar waren in dienstbetrekking werkzaam.
Procedure betreft een voorlopige aanslag. Nadat de rechtbank ter zake overeenkomstig het standpunt van belanghebbende had beslist heeft de inspecteur de voorlopige aanslag dienovereenkomstig ambtshalve verminderd. Het Hof verklaart het hoger beroep van de inspecteur niet-ontvanke
Naheffingsaanslag loonbelasting niet in strijd met evenredigheidsbeginsel. Belanghebbende (X B.V.) had loonbelasting moeten inhouden en afdragen over aan buitenlandse tennisspelers betaalde startgelden. Volgens belanghebbende moet de hiervoor opgelegde naheffingsaanslag loonbelas
De beslissing op het verzoek om een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen is geen voor bezwaar vatbare beschikking, zodat, vanwege het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, geen bezwaar mogelijk is.
Noch tekst noch systeem van de wet dwingt ertoe een naheffingsaanslag in de loonbelasting te vernietigen om de enkele reden dat later ter zake van hetzelfde feitencomplex een of meer aanslagen in de IB/PVV zijn opgelegd. HR BNB 1994/106 was een bijzonder geval.
Formeel: geen vertrouwen gewekt door voorlopige aanslag ib. Als gevolg van de wijze van invulling door belanghebbende van haar aangifte is bij de voorlopige aanslag (hierna: v.a.) een te hoog bedrag aan loonheffing verrekend. Het feit dat de inspecteur ten tijde van de vaststelli
procesbelang hangende beroepsprocedure vervallen?
Formeel recht Voor het opleggen van een nadere voorlopige aanslag is geen verzoek van de belastingplichtige vereist.
Uitspraak op verzet. Tijdens de verzetprocedure heeft de gemachtigde van eiseres tweemaal - op verschillende gronden - de wraking voorgedragen van de behandelend rechter. Het wrakingsverzoek is tweemaal afgewezen.
Belastingzaak. Geschil tussen een voormalig aandeelhouder van een beheersmaatschappij, samen met de trust aan wie hij zijn aandelenpakket heeft overgedragen, en de Staat over de uitleg van een door betrokkene met de belastingdienst gesloten transparantieovereenkomst op grond waar
Prejudiciële vragen; vormt regeling van aan fiscale beleggingsinstelling toekomende tegemoetkoming ter zake van buitenlandse belasting een belemmering van vrij kapitaalverkeer?
Voorlopige teruggaaf, inhouding loonbelasting naar anoniementarief.
Winstbelasting / Belastingjaar 1992 en 1993 Bezwaar kan ingediend worden voor de dagtekening van de aanslag als aannemelijk is dat de aanslag reeds tot stand was gekomen. Definitieve aanslag moet worden opgelegd binnen 5 jaar na de indiening van de aangifte; ook als de aangifte
-
De onder de Wet IB 1964 geldende regeling ter zake van de conserverende aanslag kan niet tot gevolg hebben dat voorheffingen (in casu: dividendbelasting) over feitelijk in de heffing betrokken inkomen wordt verrekend met de (voorwaardelijk geheven) belasting over de aanmerkelijk-