Redelijkheid en billijkheid wetgeving en kwijtschelding belastingschuld.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 15 AWR
Genoemd in 81 uitspraken · Officiële wettekst
81 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
voorlopige teruggave, vertrouwensbeginsel, negatief loon, specifieke zorgkosten
Vergoedingsrechten op beperkte gemeenschap en verrekening van de kosten van de huishouding.
Bij uitspraak van 22 juni 2017 heeft de Rechtbank Rotterdam bepaald dat de invorderingsambtenaar door belanghebbende betaald griffierecht en gemaakte reiskosten (in totaal € 52) aan belanghebbende dient te vergoeden. De invorderingsambtenaar heeft belanghebbende medegedeeld dit b
Inkomstenbelasting, zorgkosten: belanghebbende maakt niet aannemelijk dat hij recht heeft op een hogere aftrek aan specifieke zorgkosten dan reeds is toegekend.
In geschil is of de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2003 en 2004 terecht aan belanghebbende zijn opgelegd.
Aan eiseres die niet inkomstenbelastingplichtig en evenmin premieplichtig is, zijn aanslagen IB/PVV opgelegd om eerder aan haar uitbetaalde heffingskorting terug te vorderen. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ5179, is de rech
Art. 8:7, lid 2 AWB. Art. 8:61, lid 4 en lid 5 Awb. Art. 8:67, lid 3 en lid 4 Awb. Art. 8:77, lid 1, aanhef, onderdeel d Awb . Art. 8:117 Awb. Art. 8:114 Awb. Belanghebbende klaagt er over dat de Rechtbank niet bevoegd was. Bij het onderzoek ter zitting door de enkelvoudige Kame
Aan belanghebbende die niet inkomstenbelastingplichtig en evenmin premieplichtig is, zijn aanslagen IB/PVV opgelegd om eerder aan haar uitbetaalde heffingskorting terug te vorderen. Aanslagen zijn ten onrechte opgelegd, maar kunnen in stand blijven als beschikkingen op grond van
Conclusie PG: Feiten: De belanghebbende is inwoonster van België en heeft Nederlands dividend genoten waarop Nederlandse dividendbelasting is ingehouden. Die bronheffing is € 527 hoger dan het bedrag dat van een vergelijkbare inwoner in de inkomstenbelasting (box 3) over het desb
Inkomstenbelasting. Verrekening voorlopige teruggaaf. Echtscheiding.
Conclusie PG: EU-vrijheid van kapitaalverkeer; verzoek om teruggaaf dividendbelasting door niet-ingezeten vennootschap met arbitragebedrijf; rechtsingang; dividendbelasting als eindheffing in vergelijking met aan vennootschapsbelasting onderworpen ingezetene; vergelijkingsmaatsta
Conclusie PG: Dividendbelasting voor niet-inwoners; vrijheid van kapitaalverkeer; box 3 en buitenlandse belastingplicht; rechtsingang Feiten: De belanghebbende woonde in 2007 in België en belegde in drie Nederlandse beursvennootschappen. Het gemiddelde van de waarden van deze aan
Inkomstenbelasting. Aanslag rechtmatig opgelegd. Art. 3.114 Wet IB 2001. Belanghebbende heeft geen recht op toepassing van de kamerhuurvrijstelling. Geen sprake van schending van het beginsel van fair play.
Dividendbelasting. Heffingsrente. Europees recht. Art. 25a, lid 2, Wet Vpb 1969, art. 15 en 30f AWR. Teruggaaf van dividendbelasting en vergoeding van heffingsrente m.b.t. door een Nederlandse deelneming aan haar Spaanse moedermaatschappij uitgekeerde dividenden. Beschikking waar
Europees recht verplicht Nederland niet de dividendbelasting op uitgaande portfoliodividenden naar Franse equity derivatives trader te beperken tot het bedrag aan vennootschapsbelasting dat zou zijn geheven van een vergelijkbare trader die – al dan niet fictief – binnenlands of b
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.