A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01619, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01620. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 was hij in loondienst bij [B] BV. Met ingang van 1 febru
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 13 AWR
Genoemd in 47 uitspraken · Officiële wettekst
47 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01620, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01619. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Belanghebbende was gedurende het gehele jaar 2013 in loondienst bij [C] Ltd. De SVB heeft op 24 juni 2
A-G IJzerman heeft een vordering tot cassatie in het belang der wet ingesteld tegen het vonnis van de Kantonrechter, waarin deze is gekomen tot het oordeel dat de dwangsomregeling bij het niet tijdig geven van een beschikking op aanvraag, niet van toepassing is ten aanzien van ve
De omstandigheid dat aan belanghebbende projectcode 1043 is toegekend, vormt geen aanleiding voor het uitstellen van de zitting. Geschil over tweede voorlopige aanslag IB/PVV 2012. Het verzoek tot herziening van deze voorlopige aanslag is op 26 april 2013 ingediend en allereerst
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de juist te achten ingangsdatum van de achteraf verzochte en verleende vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor taxivoertuigen en politievoertuigen, als bezien in het licht van het evenredigheidsbeginsel. Het betreft de beroepen in c
Verzet tegen dwangbevel van de Ontvanger van de Belastingdienst. Beroep op verjaring. Aanslagen hebben formele rechtskracht, daarom is marginale toetsing juistheid aanslagen niet aan de orde. Verzet ongegrond verklaard.
Verzet tegen dwangbevel van de Ontvanger van de Belastingdienst. Openbare betekening dwangbevel, beroep op verjaring, marginale toetsing juistheid aanslagen. Verzet ongegrond verklaard.
Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding. Het door de Heffingsambtenaar ingestelde incidenteel hoger beroep is ongegrond. Voorts oordeelt het Hof dat de Heffingsambtenaar kennelijk beoogd hee
Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.
Aanslagen IB/PVV 2016 t/m 2019. Het hof is van oordeel dat de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof oordeelt dat de aanslagen IB/PVV terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. De opname in de FSV-lijsten maakt dat oordeel niet anders, omdat bela
Vergoedingsrechten op beperkte gemeenschap en verrekening van de kosten van de huishouding.
Opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte, art. 69 AWR, feitelijk leidinggeven aan het door een rechtspersoon begaan van valsheid in geschrift, art. 225 Sr en witwassen, art. 420bis Sr door een notaris. Middelen over het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld aan ee
Hoger beroep tegen voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen Belanghebbende maakt bezwaar tegen voorlopige aanslag. Fictieve weigering inspecteur uitspraak op bezwaar te doen. Inmiddels is definitieve aanslag opgelegd. Belang bij (hoger) beroep tegen voorlop
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Inkomstenbelasting. Schending zorgvuldigheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel door Inspecteur door niet te kiezen voor de voor belanghebbende meest gunstige weg om de vermindering van de voorlopige aanslagen te bewerkstelligen. Nu niet aan beide voorwaarden voor toekenning van
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 10/01744.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 10/01744.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 10/01744.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 10/01744.