Inkomstenbelasting art. 7 en 9 Wet IB 1964, art. 16 AWR, nieuw feit? Onderzoeksplicht inspecteur bij participatie in een buitenlandse rechtsfiguur ? Kan een Kommanditist in een “GMbH & Co. Kommanditgesellschaft” in een jaar een groter verlies in aanmerking nemen dan zijn Kapitale
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:69 Awb
Genoemd in 347 uitspraken · Officiële wettekst
347 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Art. 6:5, lid 1, letter d, Awb. Overleggen van kopie van beroepschrift in andere zaak in casu voldoende motivering beroep.
Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk ontslag in de zin van art. 7:681 lid 2, aanhef en onder b, BW. Het enkele feit dat geen voorziening voor de werknemer is getroffen, is niet voldoende om aan te nemen dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Ook dan hangt het af van alle door de
Art. 220f, lid 8, Gemeentewet (tekst 2006). Toerekening ondergrond en omliggende onbebouwde grond verzorgingshuis aan woondelen.
Dividendbelasting. Art. 24a, lid 2, AWR, art. 27h, lid 4, AWR. Verkapte winstuitdeling. Hoger beroep van de inspecteur wordt mede geacht te zijn gericht tegen de boete. Vernietiging van een boete door de rechtbank houdt niet altijd een pleitbaar standpunt in.
Art. 27m AWR. Incidenteel hoger beroep met betrekking tot een boetebeschikking mogelijk, hoewel het (principale) hoger beroep van belanghebbende uitsluitend betrekking had op de belastingaanslag.
Verzoek tot handhavend optreden tegen aanwezigheid van tandartsenpraktijk in appartement. Vrijstelling is verleend o.g.v. art. 19 lid 2 WRO. Dit kan in rechte stand houden. Gebruik van het appartement als tandartsenpraktijk is gelegaliseerd.
art. 6:5, lid 1, letter d, en lid 2, Awb, art. 6:6 Awb, gronden van het beroep, motivering, herstel van verzuimen, verzet.
Gronden van het bezwaar, motivering, art. 6:5, lid 1, letter d, Awb, herstel van verzuimen, art. 6:6 Awb, verzet.
Artikel 24, tweede lid, onder b, van de WW. Nu gemaakte roosterafspraken met docente niet waren nagekomen, kon van haar in het licht van te verwachten ziekteverzuim niet worden gevergd, dat zij het dienstverband voortzette. Geen sprake van verwijtbare werkloosheid. Beroep gegrond
Art. 11, lid 1, letter p, Wet LB 1964. Artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Afschaffing pc-privéregeling. Intrekking van loon-/inkomstenbelastingvrijstelling met terugwerkende kracht. Rechterlijke toetsing van uitspraak op bezwaar aan de hand van later ingevoerde regelgeving. Bezwaar
Restitutie
Procesrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Tijdelijke regeling verbod dierlijke eiwitten in alle diervoeders landbouwhuisdieren (TR). Geen schending plicht tot ambtshalve aanvulling van rechtsgronden. Voorzienbaarheid invoering van het TR-verbod op de korte termijn.
Artikel 228 Gemeentewet. Heffing van precariobelasting ter zake van elektriciteitsnetwerken.
Verweerder beslist niet met inachtneming uitspraak rechtbank. Geen rechtvaardiging daarvoor. Vonnis civiele rechter niet als novum aan te merken. Beslissing op bezwaar omtrent aanspraak eiser op WW-uitkering voor de derde keer niet gebaseerd op deugdelijk feitenonderzoek. Redelij
Inkomstenbelasting. Firmant in schadeherstelbedrijf krijgt geen zelfstandigenaftrek nu sprake is van hoofdzakelijk ondersteunende werkzaamheden en een ongebruikelijk samenwerkingsverband.
Art. 3.133, lid 1 en 2, juncto art. 3.137 Wet IB 2001. Art. 22 Verdrag Nederland-België 1970. Verdrag met België 1970 verhindert heffing door Nederland ter gelegenheid van afkoop van een lijfrente.
OZB. Tariefstoepassing verzorgingstehuis. Waarde projectiegrond moet worden toegedeeld naar de voor de opstal geldende verhouding.
Mededingingsrecht. Nietigheidssanctie van art. 6 Mw.; merkbaarheidseis; art. 6 bevat geen recht van openbare orde dat de rechter al dan niet buiten grenzen van de rechtsstrijd ambtshalve moet toepassen; stelplicht en bewijslastverdeling; uitleg van overeenkomst. Procesrecht; hoge
Artikel 4 van het belastingverdrag met Griekenland: onderworpenheid als inwoner aan Griekse belasting; uitleg buitenlands recht; motiveringsgebrek?
Omvang van het geschil / eerst ter zitting beroep op art. 15, aanhef en onder c, richtlijn 2004/83/EG / ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden De vreemdeling heeft bij brief van 31 oktober 2007, onder overlegging van twee artikelen uit de Volkskrant van 25 en 27 oktober 2007,
Verbintenissenrecht. Vordering uit onverschuldigde betaling; Verschuldigdheid wettelijke rente over door de NMa opgelegde boete vanaf dertien weken na bekendmaking beschikking waarin boete is opgelegd; geen opschorting wettelijke rente door het aanwenden van rechtsmiddelen tegen
Omzetbelasting; intracommunautaire transactie; plaats van levering; recht op aftrek bij valse inkoopfacturen?
Herhaalde aanvraag / WBV 2004/60 / Afghanistan / Hazara / minderheden / kwetsbare vrouwen / bewijslast / geen relevante wijziging van het recht Eisers en verweerder verschillen van mening over de vraag of eisers uit een minderheidsgebied komen en of eisers aldus aanspraken aan WB
Verweerder heeft bij beschikkingen van 31 mei 2005 krachtens de Wet waardering onroerende zaken (Wet Woz) de waarde van het pand [adres] ([object], hierna het object) te [plaats] per peildatum 1 januari 2003 vastgesteld op een bedrag van € [bedrag].