Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Algemene wet bestuursrecht

Art. 8:58 Awb

Genoemd in 249 uitspraken · Officiële wettekst

249 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Rechtbank Midden-Nederland · 13-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 01-07-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Overdrachtsbelasting. Verlaagd tarief van 2% voor woningen van toepassing op verkrijging van een woon-winkelpand? Het hof oordeelt dat niet duidelijk is geworden of het pand zoals belanghebbende stelt oorspronkelijk is ontworpen en gebouwd om in zijn geheel als woning te dienen,

Gerechtshof Den Haag · 30-06-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Naheffingsaanslagen bpm. Tardiefverklaring nader stuk van de Inspecteur. Bruikbaarheid taxatierapport belanghebbende. Aanpassing historische nieuwprijs ter zake van één auto. Geen aanpassing handelsinkoopwaarden. Belanghebbende maakt waardeverminderingen wegens schade niet aannem

Rechtbank Midden-Nederland · 24-06-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Bezwaar tegen de legesaanslag en aanmaningskosten is niet in behandeling genomen respectievelijk ongegrond verklaard. Er is sprake van een gebrek in het bestreden besluit, omdat de heffingsambtenaar de brief van eiseres van 6 januari 2025 als bezwaarschrift had moeten aanmerken.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10-06-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Parkeerbelasting. Nadere stukken binnen de 10-dagentermijn van 8:58 Awb. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van overschrijding van de kostenlimiet voor de naheffingsaanslag. Ook oordeelt het hof dat er geen sprake is van ongeoorloofd onderscheid tussen parkeren met- en zonder

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 03-06-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

IB/PVV, ZVW en OB. Diverse correcties die voortvloeien uit een boekenonderzoek. Door de inspecteur gestelde rijles-gerelateerde omzet is niet in de administratie en aangiften van belanghebbende verwerkt. Voor het eerste kwartaal van 2019 geen uitnodiging tot het doen van aangifte

Gerechtshof Den Haag · 16-04-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Buiten termijn van artikel 8:42, lid 1, Awb ingediend “verweerschrift” wordt aangemerkt als nader stuk en is niet in strijd met goede procesorde. Artikel 17 Wet WOZ. De waarde van de woning is niet te hoog vastgesteld.

Parket bij de Hoge Raad · 27-03-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

IB/AVBZ Sint Maarten; omkering en verzwaring van de bewijslast; redelijke schatting; nieuw geschilpunt ter zitting

Gerechtshof Amsterdam · 05-02-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

WOZ 2022 niet-woning. Kantoor. Objectafbakening. HWK-methode.

Gerechtshof Den Haag · 04-02-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Art. 17, lid 2, Wet WOZ. Artt. 8:42, lid 1, en 8:58 Awb. Art. 30 Wet WOZ. Artt. 27h, lid 2, en 27c AWR. Art. 6, lid 1, EVRM. Twaalfde Protocol bij het EVRM. De Heffingsambtenaar is niet niet-ontvankelijk. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat de heffing van OZB in strijd is m

Gerechtshof Den Haag · 08-01-2026 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Artt. 6.32 t/m 6.35 Wet IB 2001. Artt. 6.38 en 6.39 Wet IB 2001. Aanslag IB/PVV. Giftenaftrek terecht gecorrigeerd. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat sprake is van een periodieke gift of van een andere gift.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 08-10-2025 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Wet WOZ, niet-woningen. De heffingsambtenaar heeft de onroerende zaak niet te hoog gewaardeerd op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode. De gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor is niet te hoog. Hoger beroep ongegrond.

Gerechtshof Den Haag · 25-09-2025 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Wet WOZ. Waardevaststelling 7 winkels. De Heffingsambtenaar maakt aannemelijk dat de waarden van de onroerende zaken niet te hoog zijn vastgesteld. Geen schending van artikel 8:42 Awb. Nieuwe beroepsgrond tardief. Geen recht op vergoeding van immateriële schade omdat het financië

Gerechtshof Den Haag · 25-09-2025 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Art. 17 Wet WOZ, art. 8:31, 8:42, 8:58 en 8:69 Awb. iWOZ-kaarten, schending art. 8:42 Awb gepasseerd met toepassing art. 8:31 Awb, belanghebbende niet in haar belangen geschaad. Nieuwe beroepsgrond belanghebbende met betrekking tot aanslagen watersysteemheffing ingenomen binnen t

Gerechtshof Den Haag · 25-09-2025 · Bestuursrecht; Belastingrecht

Wet WOZ. Waardevaststelling 7 winkels. De Heffingsambtenaar maakt aannemelijk dat de waarden van de onroerende zaken niet te hoog zijn vastgesteld. Geen schending van artikel 8:42 Awb. Nieuwe beroepsgrond tardief. Geen recht op vergoeding van immateriële schade omdat het financië