Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:57 Awb
Genoemd in 179 uitspraken · Officiële wettekst
179 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De geselecteerde functies zijn passend voor appellant.
Eiseres heeft in 2014 een appartement gekocht. Over deze verkrijging is overdrachtsbelasting geheven. In 2018 heeft eiseres 49/100 onverdeeld aandeel in het appartement overgedragen aan haar partner. Hierdoor is tussen eiseres en haar partner een gemeenschap ontstaan. In 2024 is
Aanslag IB/PVV 2018. Digitaal procederen. Verzoek om zmb. Notificatie van Hof aan belanghebbende.
Asiel - vertrek met IOM na sluiting onderzoek - heropening - geen procesbelang - beroep niet-ontvankelijk
Tussenuitspraak, WIA, IVA, hethad op de weg van de verzekeringsarts b&b gelegen medische informatie op te vragen bij de behandelaars van Langeveld. Nu de verzekeringsarts b&b dit heeft nagelaten, is het bestreden besluit gebaseerd op een onvoldoende zorgvuldig onderzoek en een on
Uitspraak rechtbank op grond van art. 8:54 of 8:66 Awb? Dwangsom. Beschikking vaststelling wettelijke rente in de zin van art. 4:99 Awb. Objectief bepaalbare uitgangspunten. Ingebrekestelling. Beroep wegens niet tijdig beslissen.
einduitspraak na tussenuitspraak, motiveringsgebrek hersteld, hardheidsclausule, Wazo-uitkering, hoogte kan niet op een andere manier worden uitgerekend
Aanslagen Zorgverzekeringswet en Inkomstenbelasting/premievolksverzekeringen. Het hof is van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van negatief loon en ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat meer kosten, dan de reeds in aanmerking genomen kosten,
Wazo, dagloon berekening, referteperiode, motiveringsgebrek, tussenuitspraak
Aanslagen riool- en afvalstoffenheffing. Nadere zitting Rechtbank; voorschrift art. 8:64, lid 2, Awb geschonden? Gelegenheid geboden tot het indienen van de gronden van bezwaar? Hoorplicht geschonden? Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termij