De eigen bijdrage die verzoekster op grond van de Wet op de Rechtsbijstand aan haar gemachtigde heeft moeten betalen is geen kostenpost die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komt.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:57 Awb
Genoemd in 179 uitspraken · Officiële wettekst
179 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Tussenuitspraak. De rechtbank draagt verweerder op om het maatmaninkomen opnieuw vast te stellen en het loon in natura mee te nemen in de berekening. De rechtbank draagt verweerder ook op om na te gaan of de Spaanse werkgever van de loon in natura emolumenten opgave heeft gedaan.
Fiscaal procesrecht. Hoger beroep gegrond. Belanghebbende heeft recht op een proceskostenvergoeding voor het verschijnen ter zitting van de rechtbank. Niet in geschil was dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist op het verzoek van belanghebbende tot vergoeding van wetteli
PKV (8:75a Awb), artikel 15 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Bedragen, genoemd in het Besluit, worden verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd. Toetsingscriteria vergoeden btw.
Afdeling 3.5 Wet IB 2001; uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid; periodieke uitkeringen ter vervanging van het inkomen; artikel 8:57, lid 1, Awb; achterwege laten mondelinge behandeling door het Hof.
Gemachtigde is geen professionele rechtsbijstandsverlener.
Het hoger beroep is gegrond. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende heeft terecht op het standpunt gesteld dat een procespunt dient te worden toegekend voor het verschijnen ter zitting bij de rechtbank. Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze z
8:57 Awb. Beroep ongegrond.
Verwijzingszaak (HR 13 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1318). Het Hof oordeelt dat de Rechtbank ten onrechte de door de Heffingsambtenaar in de beroepsfase genomen beslissing heeft aangemerkt als uitspraak op bezwaar. Verder oordeelt het Hof dat belanghebbende geen recht heeft op
Douane; belanghebbende is in de gegeven omstandigheden – ondanks een gebrek in de machtiging – rechtsgeldig direct vertegenwoordigd en daarom terecht als douaneschuldenaar aangemerkt; indeling scheepscasco’s (‘zeeschepen’ of ‘andere’?); verdedigingsbeginsel geschonden? UTB tijdig
Aftrekbaarheid van door Duitse rechter opgelegde boete wegens mishandeling in discotheek. Cassatie wegens motiveringsgebrek.
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D