Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:55 Awb
Genoemd in 565 uitspraken · Officiële wettekst
565 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
In geschil is of en zo ja, tot welke bedragen belanghebbende recht heeft op vergoeding van griffierechten, wettelijke rente, vergoeding van proceskosten en vergoeding voor geleden immateriële schade.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting/
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Artikel 3.41 Wet IB 2001, berekening KIA conform de arresten van de HR van 1 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:825 t/m 828. Artikel 7:15 lid 2, Awb, geen recht op een kostenvergoeding in bezwaar, aangezien geen sprake is van een aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid. De grief tege
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Is (fiscale)bestuursrecht bevoegd te oordelen over het al dan niet tijdig beslissen op een administratief beroep tegen een beslissing op een verzoek tot uitstel van betaling voor een belastingaanslag? Heeft belanghebbende recht op immateriele schadevergoeding wegens overschrijdin
Formeel / is (fiscale) bestuursrechter bevoegd inzake paspoortsignalering? De (fiscale) bestuursrechter is relatief, maar niet absoluut, bevoegd om te oordelen over de beslissing van de ontvanger naar aanleiding van een bezwaar tegen de weigering om een paspoortsignalering op te
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 17 oktober 2017, nr. AWB 16/7406, 16/7407 en 16/7408, op het verzet van belanghebbende tegen de eerdere uitspraak van de Rechtban
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 november 2017, nr. 17/3177, op het verzet van belanghebbende tegen de eerdere uitspraak van de Rechtbank van 24 augustus 2017.
Beroep tegen niet (tijdig) beslissen op bezwaar tegen afwijzing verzoek om ambtshalve vermindering. De rechtbank laat het antwoord op de vraag of sprake is van een bezwaar in de zin van afdeling 7.1 van de Awb dan wel van een aanvraag waarop ingevolge artikel 4.13 van de Awb besl
Wet WOZ. In geschil is of de heffingsambtenaar ten onrechte heeft nagelaten belanghebbende te horen alvorens de beschikking te geven, of de heffingsambtenaar ten onrechte heeft nagelaten belanghebbende te horen alvorens uitspraak op het bezwaar van belanghebbende te doen, of de b
In redelijkheid twijfel mogelijk of art. 1:6 Awb ook ziet op vrijwillig verblijf in een TBS-kliniek. Rechtbank heeft zich bij uitspraak op grond van art. 8:54 Awb kennelijk onbevoegd verklaard. In verzet is de vraag aan de orde of daarover in redelijkheid geen twijfel mogelijk wa
Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:6 en 8:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; vertegenwoordiging in een beroepszaak; schriftelijk bewijs van machtiging; beroep niet bevoegdelijk ingesteld; het staat de rechte
Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:5, 6:6 en 6:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; zonder opgaaf van redenen verzoeken om uitstel van de door de rechter geboden termijn om de gronden van het (hoger) beroep in
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D