Art. 6:5, lid 1, Awb; art. 6:6, onderdeel a, Awb; art. 8:24, lid 2, Awb; art. 8:54 Awb; art. 3:69 BW. Niet overleggen machtiging is art. 6:6 Awb verzuim. Dit verzuim kan in verzet niet worden hersteld.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:24 Awb
Genoemd in 122 uitspraken · Officiële wettekst
122 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Artikel 8:24, lid 2, Awb; schriftelijke machtiging; verzoek tot overlegging.
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 30 mei 2025 in de zaken met: 24/04262 ECLI:NL:PHR:2025:623 , 24/04264 ECLI:NL:PHR:2025:624 en 24/04267 ECLI:NL:PHR:2025:625
Artikelen 2:1, lid 3, 6:6 en 8:24, lid 2, Awb; Titel 3 Boek 3 BW; artikel 3:79 BW; mocht het Hof een recente machtiging vragen van de gemachtigde? Algemene overwegingen over vertegenwoordigingsbevoegdheid in het bestuursprocesrecht. Terugkomen van ECLI:NL:HR:2013:840.
Procesrecht; art. 6:6 en art. 8:24 Awb; ingesteld cassatieberoep namens een ander, zonder overlegging van een bewijs van machtiging; niet tijdig voldoen aan de mogelijkheid dit verzuim te herstellen leidt tot niet-ontvankelijkverklaring; geen inbreuk op enig algemeen en/of verdra
Moet het Hof gelegenheid bieden voor herstel van een valse machtiging ?
Wet WOZ. Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat niet is komen vast te staan dat de gesteld gemachtigde namens belanghebbende was gemachtigd om hoger beroep in te stellen.
Gesteld gemachtigde heeft een machtiging uit 2019 overgelegd die is ondertekend door [naam], terwijl niet [naam], maar [eigenaar] als vertegenwoordigingsbevoegde voor belanghebbende staat vermeld in het door gesteld gemachtigde overgelegde uittreksel uit de KvK. Het hof heeft een
Uitspraak op verzet. Het hof heeft de indiener van het verzet verzocht om een recente machtiging ten tijde van het indienen van het verzet over te leggen. De indiener heeft geen op zijn naam gestelde recente machtiging ingediend. Het hof verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Erfgename heeft een machtiging afgegeven met betrekking tot de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 2019. Zij overlijdt voordat de uitspraak op bezwaar is gedaan. De gemachtigde stelt namens haar beroep in. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de ma
Beleidskader geslotenverklaringen. Aan de voorwaarde dat voordat wordt gehandhaafd eerst wordt gewaarschuwd, is met toezending van twee brieven aan de betrokkene voldaan.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraken in verzet van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2018, inzake een aantal naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting. Het gaat hier om de vraag of een natuurli
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep.
Artikel 6:5 en 6:6 Awb. Verzet niet-ontvankelijk, omdat het verzetschrift geen gronden van het verzet bevat.
Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep.
Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep.
Wet WOZ. Ontvankelijkheid bezwaar; tijdig rechtsgeldige volmacht overgelegd? Vergoeding van immateriële schade; bijzondere omstandigheden? Het Hof oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat niet tijdig een rechtsgeldige volmacht is overgelegd. De beslis
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraken in verzet van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2018, inzake een aantal naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting. Het gaat hier om de vraag of een natuurli
Geschil: Heeft de Rechtbank het ingediende beroepschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke volmacht? Indien de erven ontvankelijk zijn in het beroep, is in geschil of de Heffingsambtenaar aan belanghebbenden een te lage proceskostenvergo
Artikel 6:6 Awb. Correcte machtiging? Het Hof is met de rechtbank van oordeel dat de door ‘P’ ondertekende machtiging niet een toereikende machtiging was, zodat ook na toezending van deze machtiging nog sprake was van een verzuim. De rechtbank heeft verder terecht geoordeeld dat