Wraking. De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking toe. De wrakingskamer is van oordeel dat er schijn van vooringenomenheid is, omdat de rechter een klacht tegen de verzoeker had ingediend, voordat op de beroepen was beslist.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:16 Awb
Genoemd in 185 uitspraken · Officiële wettekst
185 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Wrakingszaak. Buiten zitting beslissing, verzoeker niet-ontvankelijk. In het verzoek is niet gespecificeerd op welke rechter het betrekking heeft. Voor zover het gericht is tegen de rechter die de beroepsprocedure heeft behandeld, is het verzoek niet-ontvankelijk, omdat er al ein
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, want niet gemotiveerd. De enkele omstandigheid dat verzoeker in zijn visie (te) lang moet wachten totdat de rechter uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, levert geen grond voor wraking op. Verzoeker heeft zijn stelling, dat de rechter de zaak
Wrakingskamer. Verzoeker is is niet-ontvankelijk in zijn verzoek, nu het te lang geduurd heeft voordat hij dit heeft ingediend. De wrakingskamer komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.
WR 23/023 Wraking. Niet-ontvankelijk, het verzoek is te laat ingediend en verzoekster kan dan ook niet worden ontvangen in het verzoek.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking van M.W.C. Feteris, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer 22/00958 niet in behandeling zal worden genomen.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking van M.W.C. Feteris, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer 22/00949 niet in behandeling zal worden genomen.
Wrakingszaak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek, omdat hij het te laat heeft ingediend.
Wrakingsverzoek niet ter zitting gedaan, maar twee weken nadien, dus te laat ingediend.
Tweede wrakingsverzoek in dezelfde procedure. Het tweede wrakingsverzoek is er kennelijk op gericht om alsnog een oordeel van de wrakingskamer te verkrijgen over dezelfde grond, zij het anders geformuleerd, die aan het eerste wrakingsverzoek ten grondslag is gelegd. Verzoek niet-
Wrakingszaak. Verzoeker heeft geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit vooringenomenheid van de rechter blijkt of die de conclusie rechtvaardigen dat de rechterlijke onpartijdigheid op de een of andere manier schade zou kunnen leiden. Daarom is het wrakingsverzoe
Wraking. Kennelijk niet-ontvankelijk. De behandelend rechter heeft nadat het wrakingsverzoek al was ingediend nog einduitspraak gedaan. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat de uitspraak van de rechter alleen kan worden aangetast door aanwending van een rechtsmid
Tardief wrakingsverzoek na weigering gemachtigde op de voet van artikel 8:25 Awb. Niet ontvankelijk.
Tardief wrakingsverzoek na weigering gemachtigde op de voet van artikel 8:25 Awb. Niet ontvankelijk.
Wrakingsverzoek ongegrond. Het enkele feit dat verzoeker, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, stelt dat hij onvoldoende kennis heeft kunnen nemen van de stukken en deze niet meer mag inzien maakt niet dat de rechter vooringenomen is of de schijn daarvan heeft gewekt.
Verzoek voorlopige voorziening. Uitspraak in hoofdzaak.
Wrakingszaak. Wraking ongegrond. Mogelijk onvolledig of onjuist voorlichten over verschil tussen getuige en informant duidt niet op vooringenomenheid.
Wrakingskamer. Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk en oplegging wrakingsverbod Zie ook ECLI:NL:RBNHO:2021:12194
De rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking. Uit de toelichting van de wetsgeschiedenis volgt dat de mogelijkheid om na afloop van de behadeling een wrakingsverzoek in te dienen in beginsel niet geboden hoeft te worden indien terstond tijdens
Wrakingskamer. Verzoek afgewezen, nu het gaat om een procesbeslissing. De aanvullingen die verzoeker heeft gedaan tijdens de zitting van de wrakingskamer zijn tardief, omdat alle feiten en omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen. Wrakingsverbod opgelegd.
Verzoeker verwijst in het wrakingsverzoek naar het rapport “Ongekend onrecht” en diverse andere publicaties. Hieruit zou volgen dat de rechtspraak partijdig is ten voordele van de Belastingdienst. Voor zover het wrakingsverzoek is gericht tegen raadsheren die niet met de behandel
Wrakingskamer. Verzoeker niet-ontvankelijk, nu verzoeker te lang heeft gewacht met het indienen van zijn wrakingsverzoek.
Wrakingszaak. Verzoeker niet-ontvankelijk, want wrakingsverzoek te laat (9 dagen na de zitting) ingediend terwijl het wrakingsverzoek volledig ziet op de gebeurtenissen ter zitting. Geen bijzondere omstandigheden aanwezig die het tijdsverloop rechtvaardigen.
Wraking
Het opvragen van nadere informatie is een beslissing van procedurele aard en vormt in beginsel geen grond voor wraking. De belastingkamer heeft gebruik gemaakt van de hem op grond van artikel 8:69 Awb toekomende onderzoeksbevoegdheid. Verzoek tot wraking wordt afgewezen.