BPM; procesrecht; artt. 8:113 en 8:115 Awb; art. 10, lid 9, Wet BPM; art. 8, lid 4, letter b, en paragraaf 3.5 van bijlage I, Uitvoeringsregeling BPM (tekst 2015); cassatieberoep tegen einduitspraak van een gerechtshof in vervolg op eerdere terugwijzing van de zaak door hetzelfde
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:113 Awb
Genoemd in 32 uitspraken · Officiële wettekst
32 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01619, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01620. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 was hij in loondienst bij [B] BV. Met ingang van 1 febru
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de ontvankelijkheid van de bezwaren van belanghebbende tegen de hoogte van de terzake van teruggaaf van BPM te vergoeden rentebedragen en over de vraag of de Nederlandse heffings- en belastingrenteregelingen voldoen aan het Unierechtelijk
WOZ 2021 woning. Waarde niet meer in geschil. Hoger beroep gegrond omdat rechtbank ten onrechte geen griffierecht heeft vergoed t.z.v. imsv. Geen schending artikel 40 WOZ en motiveringsbeginsel. Matiging pkv o.g.v. artikel 2, lid 2, BPB.
WOZ 2022 woning. Waarde niet te hoog vastgesteld. Geen strijd met artikel 40 WOZ. Geen motiveringsgebreken in uitspraken.
Art. 10 Wet bpm. Art. 110 VWEU. Art. 8:113 Awb. Art. 21 Rv. Taxatiemethode niet van toepassing vanwege essentiële gebreken. Verwijzing door Rechtbank naar belastbare feit in plaats van afschrijvingsmoment leidt niet tot gegrondverklaring hoger beroep, maar tot bevestiging met ver
Art. 17 Wet WOZ. Art. 40, lid 2, Wet WOZ. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Geen schending van de toezendplicht. Geen schending art. 7:9 Awb door het vermelden van nieuwe referentieobjecten in uitsp
Art. 17 Wet WOZ. Art. 40, lid 2, Wet WOZ. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Geen schending van de toezendplicht. Geen schending art. 7:9 Awb door het vermelden van nieuwe referentieobjecten in uitsp
Art. 17 Wet WOZ. Art. 40, lid 2, Wet WOZ. Art. 7:9 Awb. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Geen schending van de toezendplicht. Na het hoorgesprek geen feiten of omstandigheden bekend geworden waarov
Art. 17 Wet WOZ. Art. 40, lid 2, Wet WOZ. Art. 7:9 Awb. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Geen schending van de toezendplicht. Na het hoorgesprek geen feiten of omstandigheden bekend geworden waarov
WOZ. Het hof wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens het niet beoordelen van alle aangevoerde beroepsgronden door de rechtbank; artikel 8:69, lid 1, Awb. Daarnaast beantwoordt het hof opgeworpen vragen over de informatieverstrekking in de bezwaarfase, de vergoeding van het g
IB 2001. De echtgenote van belanghebbende woont op de Filipijnen en kan niet worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. De regeling in artikel 7.8, lid 6, Wet IB 2001 is niet in strijd met artikel 1 EP, artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR. Dat de Inspec