HR: 81.1 RO.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:112 Awb
Genoemd in 87 uitspraken · Officiële wettekst
87 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Richtlijn 77/799/EEG. In casu geen verzoek om inlichtingen als bedoeld in de Bijstandsrichtlijn.
Principaal cassatieberoep onder voorwaarden mogelijk? Art. 26a AWR. Is voormalig aandeelhouder ontbonden Guernsey Ltd. bevoegd bezwaar te maken op naam van die Ltd. tegen een navorderingsaanslag opgelegd aan die Ltd., indien de vereffening van die Ltd. niet meer kan worden herope
Omzetbelasting; procesorde; art. 15, lid 1, letter a, en art. 16 van de Wet OB; art. 1 Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting. Werkgever heeft recht op aftrek van in rekening gebrachte omzetbelasting ter zake van het beheer en de bedrijfsvoering van een zelfstandig pensioenfon
Inkomstenbelasting. Artikel 6.1, lid 1, letter a, Wet IB 2001 (tekst 2013). Specifieke zorgkosten, traplift, geen aanvraag WMO.
Aansprakelijkheid. Artikel 40, leden 1 en 6, IW 1990.
Artikel 32ba, lid 6 en lid 7, Wet op de loonbelasting 1964. Regeling voor vervroegde uittreding. Objectieve maatstaven bepalen de bedoeling van de regeling (Hoge Raad 13 mei 2016, nr. 15/01185, ECLI:NL:HR:2016:827, BNB 2016/169). Feitelijke uitstroom niet relevant.
Dividendbelasting; vrijheid van kapitaalverkeer; art. 56 EG (thans art. 63 VWEU); art. 10, lid 2, Wet DB 1965 (tekst tot 1 januari 2008); art. 28 Wet Vpb 1969; fiscale beleggingsinstelling; arresten HvJ: Deka, Fidelity Funds en L Fund; vervangende betaling; vergelijkbaarheid inge
Vpb-plicht indirect overheidsbedrijf dat water zuivert en daarbij energie voor eigen gebruik opwekt; art. 2, lid 7, (oud) Wet Vpb; verwijzing naar criteria voor (vrijstelling van) Vpb-plicht in de reeds vervallen Wet op de energiedistributie; ‘nijverheidsbedrijf’; meetrekregeling
Omzetbelasting; boete; art. 10a AWR; art. 15. Uitv.besl. OB 1968; verplichting suppletieaangifte te doen; pleitbaar standpunt.
Inkomstenbelasting; artikel 3.65 Wet IB 2001; geruisloze inbreng onderneming? Zijn belanghebbenden na inbreng van de onderneming winst uit onderneming blijven genieten door het aangaan van een partnership? Samenstel van rechtshandelingen.
HR: 81.1 RO.
Parkeerbelasting; Art. 225 Gemeentewet; Verordening parkeerbelastingen 2013 gemeente Groningen niet onverbindend op de grond dat daarin niet is vermeld of in het parkeertarief omzetbelasting is begrepen.
Art. 18, lid 4, Wet WOZ juncto art. 2, lid 1, aanhef en letter h, Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken. Werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
Vennootschapsbelasting; art 17, lid 3, letter b, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (tekst 2016); buitenlandse AB-regeling; misbruik; subjectieve en objectieve voorwaarden; EU–recht; omvang en verdeling bewijslast.
(Geen) aftrek als specifieke zorgkosten (art. 6.17(1)(a) Wet IB 2001) van uitgaven door homostel met kinderwens voor een ivf-behandeling als onderdeel van een eiceldonatie- en draagmoederschapsprogramma in de VS. Discriminatie? Vergelijkingsmaatstaf; medische indicatie. Feiten: D
“Procesrecht; art. 3:41 Awb; art. 11, lid 3, AWR; art. 8 Invorderingswet 1990; bekendmaking aanslag; niet tijdige ontvangst van aangetekend aan juiste adres verzonden aanslagbiljet niet te wijten aan belastingdienst ondanks eerder retourontvangen postzending”
HR: 81.1 RO.
Art. 16, lid 2, aanhef en onderdeel c, AWR; kenbaarheidsvereiste; pleitbaar standpunt.
HR: 81.1 RO.
Vermakelijkheidsretributie; artikel 8:73 Awb, immateriële schadevergoeding. Geen overschrijding van de redelijke (beslis)termijn vanwege de ingewikkeldheid van de zaak.
Vennootschapsbelasting; Artikel 10a, lid 3, letter b, van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969; Beslissend is of over de rente die in enig jaar onder het bereik valt van artikel 10a, lid 2, van de Wet Vpb 1969 bij de crediteur, per saldo een belasting naar de winst of het ink
Vennootschapsbelasting; art. 10a, lid 3, aanhef en letter b, Wet Vpb 1969; tegen-tegenbewijsregeling; omvang rechtsstrijd; fraus legis; ECLI:EU:C:2024:822
Vennootschapsbelasting; art. 8 Wet Vpb 1969; artt. 3.8 en 3.25 wet IB 2001; passivering van voorwaardelijke betalingsverplichting, oprentingslasten en valutaresultaten?
Belanghebbende is in 2016 en 2018 inwoner van Nederland en kiest in beide jaren voor partieel buitenlandse belastingplicht. Hij houdt via een buitenlandse vennootschap een lucratief belang en kiest voor de doorstootregeling. Het hof is, anders dan hof Amsterdam, van oordeel dat “