WOZ. Ongegrond.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:4 Awb
Genoemd in 470 uitspraken · Officiële wettekst
470 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Het geschil betreft de woz-waarde van een garage annex autoshowroom met buitenterrein en de aanslag rioolheffing. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar de inzageplicht (art. 7:4, lid 2 Awb) heeft geschonden maar dat belanghebbende daardoor niet in zijn belangen is gesch
Artikel 40 Wet WOZ en artikel 7:4 Awb. In geschil is of de heffingsambtenaar de door belanghebbende gevraagde stukken had moeten toezenden en of het inzagerecht is geschonden. Het hof beantwoordt beide vragen ontkennend.
Art. 7:4, lid 2 en 8:42, lid 1 Awb; art. 17 en 40 Wet WOZ De Heffingsambtenaar is niet verplicht om voorafgaand aan het hoorgesprek naast het taxatieverslag andere stukken toe te zenden. Hij heeft de waarde van de woning niet te hoog vastgesteld.
Art. 7:4, lid 2 en 8:42, lid 1 Awb; art. 17 en 40 Wet WOZ De Heffingsambtenaar is niet verplicht om voorafgaand aan het hoorgesprek naast het taxatieverslag andere stukken toe te zenden. Hij heeft de waarde van de woning niet te hoog vastgesteld.
Uit de artikelen 7:4 Awb en 40 Wet WOZ vloeit in de bezwaarfase geen verplichting voor de Heffingsambtenaar voort om voorafgaand aan het hoorgesprek stukken aan belanghebbende toe te zenden.
Artikel 6:17 en 7:4 Awb. Artikel 17 Wet WOZ. Toezendplicht op de zaak betrekking hebbende stukken. Hoorplicht. Heroverweging primair besluit. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vas
Belanghebbende is van opvatting dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase, en dat de opgelegde aanslag ambtshalve verminderd moet worden. De inspecteur betwist beide stellingen.
WOZ. Beroep gegrond. Verweerder heeft de waarde niet aannemelijk gemaakt. In goede justitie.
Aanslag leges. Belanghebbende heeft niet verzocht om gehoord te worden. De hoorplicht is daarom niet geschonden. De aanslag leges voor het verstrekken van kopieën is terecht opgelegd. De heffingsambtenaar mag op grond van artikel 7:4, lid 4, Awb en de van toepassing zijnde verord
Aanslag IB/PVV 2018. Art. 6.1, lid 1, letters a en b, Wet IB 2001 en art. 2a, lid 1, Wet IB 2001. Geen restant persoonsgebonden aftrek. Geen schending van de hoorplicht, nu belanghebbende de uitnodiging voor het horen via een elektronisch communicatiemiddel zonder opgaaf van rede
Uit de artikelen 7:4 Awb en 40 Wet WOZ vloeit in de bezwaarfase geen verplichting voor de Heffingsambtenaar voort om voorafgaand aan het hoorgesprek stukken aan belanghebbende toe te zenden. Deze verplichting vloeit evenmin voort uit de tussen de gemachtigde en de Heffingsambtena
BPM zaken. In geschil is eerst of de hoorplicht is geschonden. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit het geval is. Verweerder kon uit de gang van zaken niet de conclusie trekken dat eiseres expliciet dan wel impliciet heeft afgezien van haar recht om gehoord te worden. De re
Artikel 7:4 Awb bevat niet de verplichting tot toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken in de bezwaarfase, maar enkel een inzagerecht. Artikel 6:17 Awb brengt hier geen verandering in. De heffingsambtenaar voldoet met de verstrekking van het taxatieverslag aan b
Artikel 7:4 Awb bevat niet de verplichting tot toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken in de bezwaarfase, maar enkel een inzagerecht. Artikel 6:17 Awb brengt hier geen verandering in. De heffingsambtenaar voldoet met de verstrekking van het taxatieverslag aan b
Reikwijdte art. 7:4 Awb en art. 40 Wet WOZ juncto art. 6:17 Awb; WOZ-waarde woning.
Art. 22 Wet WOZ; Waarde galerijflat; Art. 7:4 Awb; Schending inzagerecht; Geen aanleiding om zaak terug te wijzen naar de Heffingsambtenaar; Verzoek toezending stukken; Gelijkheidsbeginsel; Omgevingsfactoren; Geen sprake van identieke woningen; Ieder jaar staat op zich.
BPM. Verzoeken tot teruggaaf wegens export naar Polen en Oekraïne. Diverse formele klachten. Hoger beroep ongegrond.
WOZ. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Standpunt van eiser dat de legesverordeningen onverbindend zijn wegens overschrijding opbrengstlimiet artikel 229 lid 1 Gemeentewet. Gegrond + pkv.
Wob-zaak. Weigering openbaarmaking integriteitsonderzoek. Onvoldoende gemotiveerd. Rechtbank voorziet zelf in de zaak.
Wet Woz. Proceskostenvergoeding.
Parkeerbelasting. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheid tot inzage in de stukken. Belanghebbende heeft ook geen gebruik gemaakt van de uitnodigingen voor een hoorzitting. Een hoorzitting in Alkmaar is niet onredelijk. Hoorplicht is niet geschond
Onderzoek ACM overtreding kartelverbod; eisende partij eist toegang tot de onderzoekdatasets van de overige door ACM onderzochte marktpartijen en verlangt een redelijke termijn voor het indienen van haar zienswijze. Vordering toegang tot voormelde onderzoekdatasets wordt afgeweze
Belanghebbende is in 2017 erfpachter van een woning geworden en verzoekt (i.v.m. de zgn. erfpacht-overstapregeling) om een WOZ-beschikking voor het jaar 2015. Artikel 26 of 28 Wet WOZ biedt hiervoor evenwel geen mogelijkheid. Omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen (art. 26
Informatiebeschikking. Hoger beroep ongegrond.